Parketnummer : 20-001346-26
Uitspraak : 7 oktober 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
’s-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 8 mei 2026, in de strafzaak met parketnummer
03-034557-26 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1979,
wonende te [adres 1] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van ‘een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht voorhanden hebben, waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, dat het vals of vervalst is’ veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de politierechter zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken en een taakstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis.
Namens de verdachte is primair vrijspraak bepleit, subsidiair is er een strafmaatverweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het bestreden vonnis zal worden vernietigd omdat de politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 19 mei 2025 te [plaats] een reisdocument en/of identiteitsbewijs als bedoeld in het eerste lid van artikel 231 van het Wetboek van Strafrecht, te weten een Pools rijbewijs op naam van [verdachte] (documentnummer: [documentnummer 1] ), waarvan hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit/deze vals of vervalst was/waren, heeft afgeleverd en/of voorhanden heeft gehad.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd.
De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij:
op 19 mei 2025 te [plaats] een identiteitsbewijs als bedoeld in het eerste lid van artikel 231 van het Wetboek van Strafrecht, te weten een Pools rijbewijs op naam van [verdachte] (documentnummer: [documentnummer 1] ), waarvan hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit vals of vervalst was, voorhanden heeft gehad.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
De paginanummers die in onderstaande bewijsmiddelen worden genoemd, verwijzen – tenzij anders vermeld – naar pagina’s van het proces-verbaal met nummer PL2300-2025108554 van politie eenheid Limburg, gesloten op 10 juli 2025, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , (doorgenummerde digitale pagina’s 1 tot en met 59). De inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen is zakelijk weergegeven.
Alle te noemen processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten.
Het hof ontleent aan de inhoud van de navolgende bewijsmiddelen het bewijs dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan.
1. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 mei 2025 (pagina’s 6 – 8), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] ;
(pagina 6)
Op maandag 19 mei 2025, omstreeks 00.00 uur reden wij met ons dienstvoertuig over de [straatnaam 1] in [plaats] in de richting van de [straatnaam 2] . Toen wij eenmaal op [adres 2] , zagen wij dat er een personenauto de straat in en ons tegemoet kwam gereden. Wij zagen dat deze personenauto voorzien was van het Nederlandse kenteken: [kenteken] . Wij zagen bij het passeren dat er twee manspersonen in het voertuig zaten. Wij zagen dat een donker gekleurde man achter het stuur zat. Wij zagen dat deze man een hoofddeksel droeg een wit gekleurd boven shirt had met een donker gekleurde jas aan.
Ik, verbalisant [verbalisant 2] , bevroeg het eerder genoemd kenteken in de voor mij beschikbare politiesystemen. Ik zag dat het voertuig op de voor ons ambtshalve bekende [verdachte] stond. Wij weten dat [verdachte] niet in het bezit is van een Nederlands rijbewijs en hier al diverse keren voor is bekeurd.
Ik, verbalisant [verbalisant 3] , draaide het dienstvoertuig om het voertuig te onderwerpen aan een algehele controle. Wij zagen eerder genoemde personenauto de bocht omdraaien in de richting van de [straatnaam 1] . Wij zijn kort de personenauto uit het zicht verloren. Wij wisten dat de eigenaar [verdachte] op [adres 1] woonde. Wij zijn naar het thuisadres gereden van [verdachte] dat ongeveer 300 meter van onze locatie af was. Wij zijn het voertuig niet tegengekomen.
Wij zagen dat het voertuig geparkeerd stond in een doodlopende straat, [adres 3] . Wij zagen dat er twee manspersonen over de stoep liepen komende uit de richting van de personenauto. Wij zagen dat een persoon voldeed aan het eerder genoemd signalement. Wij zagen dat hij een hoofddeksel droeg, een wit boven shirt aan had met een donkere jas erover. Wij zagen dat dit de ons ambtshalve [verdachte] betrof.
Ik, verbalisant [verbalisant 2] , deelde de reden van controle mede en vorderde een geldig rijbewijs aan [verdachte] . Wij hoorden dat [verdachte] vroeg of wij hem zochten omdat hij net had gereden. Wij zeiden dat dit inderdaad klopte. Wij vroegen waarom hij zijn auto zo ver van zijn woning af had gezet. Wij hoorden dat [verdachte] zei dat hij dit altijd doet omdat er geen parkeerplekken vrij zijn voor zijn woning.
Wij hadden daarvoor gezien dat er diverse parkeerplekken voor zijn woning vrij waren. Wij zagen dat [verdachte] ons een Pools rijbewijs overhandigde. Wij vroegen hoe hij aan dit rijbewijs kwam. Wij hoorden dat [verdachte] zei dat hij in november 2024 voor drie weken in Polen was geweest om zijn rijbewijs te halen. Wij vroegen of hij hier bewijs en/of foto's van had. Wij hoorden dat [verdachte] zei dat hij dit niet had, alleen op de mail, hij zei dat hij binnenkort een afspraak had gemaakt bij de (pagina 7) gemeente in [plaats] om het Pools rijbewijs om te zetten naar een Nederlands rijbewijs.
Wij twijfelden aan [verdachte] zijn verhaal en zijn verleden omtrent het rijden zonder rijbewijs. Wij besloten om het rijbewijs in beslag te nemen en te schakelen met de collega's van de Koninklijke Marachaussee of zij het document konden verifiëren op echtheid. Wij hebben het Pools rijbewijs laten beoordelen door de collega’s van de Koninklijke Marachaussee, zij hebben dit document bekeken middels een loep en zeiden dat het document naar alle waarschijnlijkheid vals was.
Wij hebben dit [verdachte] medegedeeld en hem tevens de cautie medegedeeld. Wij wisten dat [verdachte] ook in het bezit was van een autorijbewijs afkomstig uit Guinee. Wij hebben ook dit autorijbewijs inbeslaggenomen ter waarheidsvinding.
2. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 juni 2025 (pagina’s 9 – 10), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] ;
Op maandag 30 juni 2025 hoorde ik verdachte [verdachte] . Ik hoorde meermaals van [verdachte] dat het rijbewijs wel geldig was. Dat hij dit aan kon tonen door middel van een internetsite genaamd [website] . Ik zag dat hij dit liet zien na het verhoor.
Ik zag op deze site het volgende staan: Form for pesel en form for driver’s number. Ik zag dat verdachte [verdachte] de volgende nummers van zijn rijbewijs intoetste:
‘ [documentnummer 2] ’ en ‘ [documentnummer 1] ’. Ik zag dat [verdachte] op ‘Check Others’ klikte. Ik zag het volgende:
Hello, [verdachte] ! information about the document [documentnummer 1] document issued and
registered 2024-11-05
Categories:
AM 2024-11-05 - 2039-11-05
B1 2024-11-05 - 2039-11-05
B 2024-11-05 - 2039-11-05
Warsaw, Masovian Voivodeship
[documentnummer 3] .
3. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 31 december 2025 (pagina’s 13 – 14), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 2] ;
Ik heb getracht de site te raadplegen welke [verdachte] liet zien aan verbalisant [verbalisant 1] . Dit betrof de site [website] . Wanneer ik de site zoek, krijg ik telkens een foutmelding. Dit betreft geen site van de overheid.
4. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 19 mei 2025 (pagina’s 15 – 17), voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte;
(pagina 16)
Ik heb mijn Pools rijbewijs in Polen opgehaald op 5 november 2024. Daar is het goedkoper.
5. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 30 juni 2025 (pagina’s 18 – 23), voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte;
(pagina 20)
V = Wanneer heeft u dit Pools rijbewijs gehaald?
A = 5 november 2024
V = Bij welke rijschool heeft u gelest?
A = Daar in Polen, in Warschau. Ik ga niet zeggen welke rijschool.
V = Hoeveel lessen heeft u nodig gehad?
A = 25 lessen als je goed kan rijden.
V = Hoe zag zo’n rijles eruit?
A = Dit is een pakket en dan kun je binnen een week je rijbewijs halen.
V = Hoe bent u aan dit Pools rijbewijs gekomen?
A = Dit heb ik gekregen van de Poolse gemeente.
V = Hoeveel heeft u hiervoor betaald?
A = 2500 euro
V = Kunt u aantonen hoe u dit hebt betaald?
A = Contant. Ik heb hier geen afschriften van.
V = U woont al jaren in Nederland, waarom heeft u geen Nederlands rijbewijs?
A = Misschien is het mij niet gelukt om in Nederland een rijbewijs te halen. Het is ook duur en ze zijn erg streng.
6. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 mei 2025 (pagina’s 54 – 56), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant van de KMAR [verbalisant 4] ;
(pagina 54)
Onderzocht document:
Hoedanigheid: fysiek document
Document: nationaal rijbewijs
Land: Polen
Nummer: [documentnummer 1]
Rijbewijsnummer: [documentnummer 4]
Afgegeven te: Warszawy
Afgegeven op: 05-11-2024
Geldig tot: 05-11-2039
Reisdocument: nee
Ten name van:
Naam: [verdachte]
Voornamen: [verdachte]
Geboorteplaats: onbekend
Geboortedatum: [geboortedag] 1979
Geslacht: mannelijk
Nationaliteit: onbekend
VASTGESTELDE AFWIJKENDE KENMERKEN T.O.V . EEN ORIGINEEL DOCUMENT:
-
Dit document komt qua detaillering, toegepast basismateriaal en gebruikte beveiligingstechnieken niet overeen met originele door de autoriteiten van Polen afgegeven documenten van dit model;
-
De ondergrondbedrukking is aangebracht middels een printtechniek. Dit is in tegenstelling tot originele door de autoriteiten van Polen afgegeven documenten van dit model waarop de ondergrondbedrukking is aangebracht middels een druktechniek.
-
De thans aangebrachte persoons- en documentgegevens zijn aangebracht middels een afwijkende printtechniek ten opzichte van originele door de autoriteiten van Polen afgegeven documenten van dit model.
CONCLUSIE:
Naar aanleiding van vorenstaande kon dezerzijds worden vastgesteld dat het voornoemde document van Polen, voorzien van het nummer [documentnummer 1] , een vals exemplaar betrof.
Bewijsoverwegingen
De raadsvrouw van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep – zo begrijpt het hof – vrijspraak bepleit. In de kern is aangevoerd dat de verdachte niet wist dan wel redelijkerwijs kon vermoeden dat het om een vals of vervalst rijbewijs ging. Zo is de verdachte naar Polen gegaan om zijn rijbewijs te halen. De verdachte heeft verklaard dat hij naar Polen is gegaan omdat hij dacht dat het daar goedkoper was om een rijbewijs te behalen. De verdachte heeft verder verklaard voor het rijbewijs € 2.500,- cash te hebben betaald en heeft na een aantal rijlessen en een rijexamen zijn rijbewijs van de gemeente gekregen. Bovendien heeft verdachte het vals gebleken rijbewijs voorafgaand aan zijn aanhouding succesvol kunnen gebruiken
Het hof overweegt dienaangaande als volgt.
Het bewezenverklaarde feit vereist van de verdachte ter zake van het voorhanden hebben van het identiteitsbewijs dat de verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het identiteitsbewijs vals of vervalst was. Ten aanzien van het bestanddeel ‘redelijkerwijs moeten vermoeden’ geldt op grond van bestendige jurisprudentie ten minste dat verdachte schuld moet hebben gehad aan het voorhanden hebben van een vals rijbewijs, hetgeen wil zeggen dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig is geweest omtrent de inschatting van de echtheid van het identiteitsbewijs dat hij voorhanden had. De verdachte had in dat geval bij enig nadenken over het aan hem verstrekte identiteitsbewijs – in casu een Pools rijbewijs – kunnen en moeten vermoeden dat dit vals was.
De verdachte heeft verklaard dat het hem niet was gelukt om in Nederland een rijbewijs te behalen, dat het erg duur is en dat ze erg streng zijn. Als gevolg hiervan heeft de verdachte via een bepaalde website een pakket gekocht waarbij hij voor € 2.500,- een Pools rijbewijs heeft verkregen. De verdachte heeft naar eigen zeggen zijn rijbewijs bij de gemeente opgehaald en heeft daar contant betaald. Tegenover verbalisanten heeft hij op het moment van de controle op 19 mei 2025 verklaard dat hij in november 2024 voor drie weken in Polen was geweest om zijn rijbewijs te halen.
Het hof stelt op grond van het tot het bewijs gebezigde proces-verbaal van onderzoek van de KMAR naar de echtheid van het Poolse rijbewijs vast dat het een vals document betreft. Reeds omdat uit het onderzoek naar de echtheid van het document naar voren is gekomen dat dit vals is, kan de lezing van de verdachte, inhoudende dat hij het document van de Poolse gemeente heeft verkregen, niet juist zijn. Immers, in redelijkheid kan in algemene zin niet met vrucht worden betoogd dat de Poolse autoriteiten valse documenten plegen af te geven.
Gelet op hetgeen de verdachte omtrent de verkrijging van het Poolse rijbewijs heeft aangevoerd, had de verdachte zich minst genomen moeten afvragen of de wijze waarop hij het rijbewijs kon verkrijgen wel een geldig rijbewijs kon zijn. Van de transactie met ‘de gemeente’ heeft verdachte geen schriftelijke of andere bewijsstukken overgelegd, anders dan inzage van een internetsite genaamd [website] , waar hij het rijbewijs zou hebben verkregen, een kennisgeving van ‘Kennisgeving omrent inschrijving voor permanent verblijf’ (afgegeven op 3 mei 2024) en een ‘Medische verklaring’ (afgegeven op 7 oktober 2024). Hij kon onder de genoemde omstandigheden niet volstaan met een blind vertrouwen in de echtheid van het rijbewijs in die zin dat op hem een zelfstandige onderzoeksplicht rustte ter verifiëring van de echtheid van het rijbewijs. Het hof overweegt daarenboven dat de verklaring van de verdachte dat hij in november 2024 voor drie weken in Polen is geweest om daar zijn rijbewijs te halen moeilijk te rijmen valt met de afgiftedatum van zijn Pools ‘rijbewijs’, te weten 5 november 2024. Dat hij naar zijn zeggen vóór zijn aanhouding het vals gebleken rijbewijs succesvol heeft kunnen gebruiken, doet aan het vorenstaande niet af. Het hof acht hiermee bewezen dat de verdachte redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het rijbewijs dat hij voorhanden had, vals was.
Naar het oordeel van het hof kan het derhalve niet anders zijn dan dat de verdachte ten tijde van het gebruik maken van het Poolse rijbewijs minst genomen redelijkerwijze had moeten vermoeden dat dit document vals was.
Het hof verwerpt mitsdien het tot vrijspraak strekkende verweer van de verdediging in al zijn onderdelen.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht voorhanden hebben, waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, dat het vals of vervalst is.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen sanctie
Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het voorhanden hebben van een identiteitsbewijs – in casu een Pools rijbewijs – waarvan de verdachte redelijkerwijs moest vermoeden dat dat vals was. De verdachte beschikte niet over een Nederlands rijbewijs. Bij de politie heeft de verdachte verklaard dat het hem niet is gelukt om in Nederland een rijbewijs te behalen, dat het duur is en dat ze erg streng zijn. Kennelijk heeft hij om die reden getracht een Pools rijbewijs te behalen om dit later om te wisselen voor een Nederlands rijbewijs.
Door te handelen zoals bewezen is verklaard heeft de verdachte niet alleen misbruik gemaakt van het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer moet kunnen worden gesteld in van overheidswege verstrekte documenten met een bewijsbestemming, maar heeft hij tevens getracht om de politie op het verkeerde been te zetten. Het hof rekent het de verdachte dan ook ernstig aan dat hij heeft gehandeld zoals bewezen is verklaard.
Het hof heeft acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 27 juli 2026, betrekking hebbende op het justitiële verleden van de verdachte, waaruit blijkt dat hij eerder meermaals onherroepelijk is veroordeeld wegens het rijden zonder rijbewijs.
Voorts heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken. Ten overstaan van het hof heeft de verdachte naar voren gebracht dat hij vader is van vijf kinderen, al 27 jaar werkzaam is bij [bedrijf] en dat hij inmiddels bezig is met het behalen van een Nederlands rijbewijs door theorie-examen te doen en rijlessen te nemen.
Alles afwegende acht het hof oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren passend en geboden. Met oplegging van een voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden;
bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Aldus gewezen door:
mr. A.R. Hartmann, voorzitter,
mr. G.J. Hanssen en mr. P.J.D.J. Muijen, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. R.M. Gloudemans, griffier,
en op 7 oktober 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. Hartmann en mr. Muijen zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.