GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.302.335/01
arrest van 5 april 2022
gewezen in de zaak van
[appellante] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellante,
advocaat: mr. C.M. Vermeulen te Amsterdam,
tegen
[Boomkwekerij B.V.] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde,
niet verschenen,
als vervolg op het tussenarrest van 18 januari 2022 in het bij exploot van dagvaarding van 5 november 2021 ingeleide hoger beroep van het vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, van 12 augustus 2021, gewezen tussen appellante als eiseres en [geïntimeerde] , handelend onder de naam [handelsnaam] , als gedaagde.
5 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
het tussenarrest van 18 januari 2022;
-
de akte van appellante van 15 februari 2022.
Het hof heeft een datum bepaald voor arrest.
6 De beoordeling
In het tussenarrest van 18 januari 2022 heeft het hof overwogen dat appellante met de toelichting in haar akte van 7 december 2021 nog niet onderbouwd heeft aangevoerd dat [geïntimeerde] ook schuldenaar is geworden van appellante en appellante daarmee heeft ingestemd (artikel 6:155 BW). Appellante is vervolgens in de gelegenheid gesteld zich bij akte hierover uit te laten.
In haar akte van 15 februari 2022 heeft appellante gesteld dat [Boomkwekerij B.V.] schuldenaar is geworden van appellante omdat partijen dit onderling mondeling zijn overeengekomen nadat de eenmanszaak werd voortgezet door [geïntimeerde] alsmede dat zij, nadat zij kennis nam van de voortzetting door [geïntimeerde], er dan ook mee heeft ingestemd dat [geïntimeerde] haar schuldenaar is geworden.
Het hof is van oordeel dat appellante thans voldoende gemotiveerd heeft gesteld dat [Boomkwekerij B.V.] in plaats van [geïntimeerde] , handelend onder de naam [handelsnaam] , schuldenaar is geworden van appellante en dat appellante daarmee heeft ingestemd. Op basis daarvan heeft appellante [Boomkwekerij B.V.] als partij in dit hoger beroep mogen betrekken.
De zaak zal worden verwezen naar de rol van 17 mei 2022 voor memorie van grieven. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
4 De beslissing
Het hof:
verwijst de zaak naar de rol van 17 mei 2022 voor memorie van grieven;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.G.W.M. Stienissen, E.H. Schulten en J.M.H. Schoenmakers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 5 april 2022.
griffier rolraadsheer