GERECHTSHOF DEN HAAG
Team Belastingrecht
enkelvoudige kamer
nummer BK-26/318
Uitspraak na vereenvoudigde behandeling van 8 juli 2026
op het hoger beroep van [X] te [Z] , belanghebbende, tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 17 maart 2026, nr. SGR 25/8634, betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2024 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen.
Overwegingen omtrent het hoger beroep
Het hogerberoepschrift bevat niet de gronden van het hoger beroep.
Belanghebbende is door middel van een bericht, verzonden via het webportaal ‘Mijn Rechtspraak’ op 28 april 2026 om 11.23 uur, op het verzuim gewezen en is bij die gelegenheid uitgenodigd dit verzuim uiterlijk op 26 mei 2026 te herstellen.
Belanghebbende heeft aan deze uitnodiging niet binnen de gestelde termijn gevolg gegeven, aangezien de gronden op 9 juni 2026 om 11.22 uur via het webportaal ‘Mijn Rechtspraak’ door het Hof zijn ontvangen. Belanghebbende heeft geen redenen aangevoerd voor deze termijnoverschrijding.
Nu het hogerberoepschrift niet aan de eisen van de wet voldoet en belanghebbende niet binnen de gestelde termijn het verzuim heeft hersteld, is het Hof van oordeel dat belanghebbende niet behoort te worden ontvangen in het hoger beroep.
Proceskosten
Het Hof ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Beslissing
Het Gerechtshof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is vastgesteld door A. van Dongen, in tegenwoordigheid van de griffier I. Hoogendoorn.
De griffier, de voorzitter,
I. Hoogendoorn A. van Dongen
De beslissing is op 8 juli 2026 in het openbaar uitgesproken.
Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift aangetekend per post verzonden.
Zowel de belanghebbende als het daartoe bevoegde bestuursorgaan kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak een verzetschrift indienen bij dit gerechtshof. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen over het verzet te worden gehoord. Een kopie van de uitspraak moet bij het verzetschrift worden overgelegd. Het verzetschrift moet zijn ondertekend en ten minste bevatten:
- de naam en het adres van de indiener;
- de dagtekening;
- de vermelding van de uitspraak waartegen het verzet is gericht;
- de gronden van het verzet.
Als het gerechtshof het verzet gegrond verklaart, vervalt deze uitspraak. Het gerechtshof zal het hoger beroep dan verder behandelen en daarover ontvangen partijen nog bericht.