ECLI:NL:GHDHA:2026:2264
Inhoudsindicatie
Art. 6:5, art. 6:6 en art. 8:24, lid 2, Awb: vertegenwoordigingsbevoegdheid. De beweerdelijk gemachtigde heeft geen recente machtiging overgelegd. Het hoger beroep is niet bevoegd ingesteld. Het Hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Bovenstaande samenvatting komt van Rechtspraak.nl. Voor de volledige tekst van de uitspraak: uitspraken.rechtspraak.nl »
Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald
- Art. 6:6 Awb Algemene Wet Bestuursrecht
- Art. 29 AWR Algemene wet inzake rijksbelastingen
- Art. 3:79 BW Burgerlijk Wetboek Boek 3
Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen
- ECLI:NL:GHDHA:2026:2265 — 08-07-2026 Hof Den Haag Bestuursrecht
Art. 6:5, art. 6:6 en art. 8:24, lid 2, Awb: vertegenwoordigingsbevoegdheid. De beweerdelijk gemachtigde heeft geen recente machtiging overgelegd. Het hoger beroep is niet bevoegd ingesteld. Het Hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. - ECLI:NL:HR:2026:915 — 12-06-2026 Hoge Raad Bestuursrecht
Procesrecht; artt. 8:41 en art. 8:109 Awb; art. 267 VWEU; artt. 47 en 52 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; toetsing regeling heffing van griffierecht aan Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel; vaststellen van de redelijke termijn van berechting; geen noodzaak… - ECLI:NL:GHDHA:2026:1889 — 21-04-2026 Hof Den Haag Bestuursrecht
Voorlopige aanslag zuiveringsheffing. Bewijslastverdeling. Aansluiting leegstaande bedrijfsruimte op het riool en het waternet. Op de zaak betrekking hebbende stukken. Vergoeding van immateriële schade.