ECLI:NL:GHDHA:2024:2390
Inhoudsindicatie
Octrooizaak. Incidentele vordering tot zekerheidstelling voor proceskosten. Toegewezen, maar wel voor een lager bedrag dan gevorderd en ook wordt een langere termijn voor het stellen van zekerheid gegeven.
Bovenstaande samenvatting komt van Rechtspraak.nl. Voor de volledige tekst van de uitspraak: uitspraken.rechtspraak.nl »
Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald
- Art. 224 Rv Burgelijke Rechtsvordering
- Art. 353 Rv Burgelijke Rechtsvordering
- Art. 616 Rv Burgelijke Rechtsvordering
- Art. 1019h Rv Burgelijke Rechtsvordering
Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen
- ECLI:NL:GHARL:2023:3692 — 02-05-2023 Hof Arnhem-Leeuwarden Civiel recht
Incidentele vordering tot zekerheidsstelling proceskosten ex artikel 224 Rv. De stelplicht en de bewijslast met betrekking tot het feit dat de effectieve toegang tot de rechter door het bevelen van zekerheidstelling voor de proceskosten zou worden belemmerd liggen bij de… - ECLI:NL:HR:2022:1740 — 25-11-2022 Hoge Raad Civiel recht
Procesrecht. Zekerheidstelling voor proceskosten (art. 224 Rv). Vrijstelling van verplichting tot zekerheidstelling in Vriendschapsverdrag Colombia-Nederland? Verplichting van rechter om te onderzoeken of aangeboden wijzen van zekerheidstelling aanvaardbaar zijn (art. 6:51 BW)… - ECLI:NL:GHAMS:2021:3689 — 23-11-2021 Hof Amsterdam Civiel recht
Incident ex artikel 224 Rv tot zekerheidsstelling voor proceskosten. Tussenarrest. Uitzondering van artikel 224 lid 2 aanhef en onder a Rv: is artikel 14 van het Verdrag inzake de toegang tot de rechter in internationale gevallen van toepassing? Wederpartij mag bij akte reageren… - ECLI:NL:GHSHE:2021:1618 — 01-06-2021 Hof 's-Hertogenbosch Civiel recht
Verzoek om terug te komen op bindende eindbeslissing. Geen sprake van uitzondering tot zekerheidstelling ex artikel 224 lid 2 sub a en d Rv. - ECLI:NL:RBAMS:2020:7576 — 07-10-2020 Rb. Amsterdam Civiel recht
voldoende overtuigend toegelicht dat sprake is van dezelfde onderneming, vordering tot niet-ontvankelijkheid afgewezen