ECLI:NL:GHARN:2007:BB9779
Inhoudsindicatie
Gezien het bovenstaande is het hof van oordeel dat de overeenkomst geen krediettransactie is in de zin van artikel 1 aanhef en onder a 2° en 3° Wck. Dientengevolge is ook artikel 9 Wck (het verbod om zonder daartoe verleende vergunning krediet te verlenen, dan wel zich als…
Bovenstaande samenvatting komt van Rechtspraak.nl. Voor de volledige tekst van de uitspraak: uitspraken.rechtspraak.nl »
Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald
- Art. 1:89 BW Burgerlijk Wetboek Boek 1
- Art. 3:1 BW Burgerlijk Wetboek Boek 3
- Art. 3:2 BW Burgerlijk Wetboek Boek 3
- Art. 3:3 BW Burgerlijk Wetboek Boek 3
- Art. 3:6 BW Burgerlijk Wetboek Boek 3
Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen
- ECLI:NL:GHAMS:2008:BF0810 — 16-09-2008 Hof Amsterdam Civiel recht
Effectenlease. Ruim 1500 deelnemers die menen gedupeerd te zijn door zogenaamde SprintPlan-overeenkomsten die zij met Spaarbeleg hebben gesloten, hebben hun vorderingen overgedragen aan Stichting Spirit. Deze Stichting heeft vervolgens namens deze deelnemers een vordering tegen… - ECLI:NL:GHARN:2008:BC9484 — 01-04-2008 Hof Arnhem Civiel recht
Aandelen-lease. Het hof passeert het door Dexia opgeworpen verweer dat de wetgever geen bevoogdingsplicht zou wensen aan te nemen. Het van Dexia te vergen onderzoek naar de inkomens- en vermogenspositie strekt niet zo ver dat van haar een verstrekkende adviserende rol wordt… - ECLI:NL:RBROT:2025:11821 — 17-09-2025 Rb. Rotterdam Civiel recht
franchiseovereenkomst, tekortkoming franchisenemer, leveringstop, ontbinding, vordering schadevergoeding - ECLI:NL:OGEAA:2025:19 — 22-01-2025 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba Civiel recht
Vaststellingsovereenkomst, niet integer handelen Land, geen gunstig investeringsklimaat, vermogensrecht, dadingsovereenkomst, Comptabiliteitsverordening nietig. - ECLI:NL:HR:2019:1909 — 06-12-2019 Hoge Raad Civiel recht
Goederenrecht. Vraag of pandrecht kan worden gevestigd op een assurantieportefeuille (art. 3:228 BW). Is assurantieportefeuille een goed in de zin van art. 3:1 BW? Betekenis van art. 4:103 lid 4 Wft.