Art. 3:6 Burgerlijk Wetboek Boek 3

Rechten die, hetzij afzonderlijk hetzij tezamen met een ander recht, overdraagbaar zijn, of er toe strekken de rechthebbende stoffelijk voordeel te verschaffen, ofwel verkregen zijn in ruil voor verstrekt of in het vooruitzicht gesteld stoffelijk voordeel, zijn vermogensrechten.

Recente uitspraken

Art. 3:6 BW is sinds 2001 in 80 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Hof 's-Hertogenbosch en Rb. Amsterdam.

  • ECLI:NL:HR:2025:683 — 25-04-2025 Hoge Raad
    art. 5.3, lid 2, Wet IB 2001; zijn cryptovaluta vermogensbestanddelen die tot de rendementsgrondslag voor box 3 behoren?
  • ECLI:NL:HR:2022:687 — 24-05-2022 Hoge Raad
    OM-cassatie. Beklag, beslag ex art. 94.2 Sv op Instagram-accounts. Is een Instagram-account een (voor verbeurdverklaring vatbaar) voorwerp a.b.i. art. 94.2 Sv? O.g.v. art. 94.2 Sv zijn vatbaar voor inbeslagneming o.m. alle voorwerpen waarvan de verbeurdverklaring kan worden…
  • ECLI:NL:HR:2019:1909 — 06-12-2019 Hoge Raad
    Goederenrecht. Vraag of pandrecht kan worden gevestigd op een assurantieportefeuille (art. 3:228 BW). Is assurantieportefeuille een goed in de zin van art. 3:1 BW? Betekenis van art. 4:103 lid 4 Wft.
  • ECLI:NL:HR:2018:123 — 02-02-2018 Hoge Raad
    Artikel 5.3, lid 2, letter f, Wet IB 2001. Inkomen uit sparen en beleggen (box 3). Negatieve waarde renteswap.
  • ECLI:NL:HR:2013:CA1614 — 31-05-2013 Hoge Raad
    Prejudiciële vraag op de voet van art. 392 Rv. Hoge Raad ziet voorshands af van behandeling. Vereiste dat antwoord op voorgelegde vraag nodig is om op de eis of het verzoek te beslissen.

Bekijk alle 80 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.