ECLI:NL:GHARL:2026:6099

Datum uitspraak
22-09-2026
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Rechtsgebied
Civiel recht; Insolventierecht
Zaaknummer
200.372.231
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Het beroepschrift voldoet niet aan de eisen van artikel 285 lid 1 Fw wegens het ontbreken van de 285-verklaring. Het hof verklaart verzoeker daarom niet-ontvankelijk in zijn verzoek in hoger beroep

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem, afdeling civiel

zaaknummer gerechtshof 200.372.231

zaaknummer rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, [zaaknummer]

arrest van 22 september 2026

in de zaak van

[appellant] ( [appellant] )

die woont in [woonplaats]

advocaat: mr. J. Robben

1 De procedure bij de rechtbank

1.1.

Bij verzoek van 21 april 2026 is door Belstore.com B.V. het faillissement van [appellant] aangevraagd. [appellant] heeft op 12 mei 2026 een verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp) ingediend.

1.2.

De rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo (de rechtbank), heeft bij vonnis van 20 juli 2026 (het vonnis) [appellant] niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot toepassing van de wsnp.

2 2. De procedure bij het hof

2.1.

Bij op 28 juli 2026 bij het hof binnengekomen beroepschrift heeft [appellant] hoger beroep ingesteld tegen het vonnis. [appellant] verzoekt het hof het vonnis te vernietigen en alsnog het verzoek om toepassing van de wsnp toe te wijzen.

2.2.

Het hof heeft kennisgenomen van:

  • het beroepschrift met bijlage;

  • het bijlagenoverzicht van [appellant] , ingekomen op 9 september 2026, met bijlage.

2.3.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 15 september 2026. Hierbij is mr. Robben verschenen. [appellant] is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. Het hof heeft op de mondelinge behandeling het namens [appellant] ingediende aanhoudingsverzoek afgewezen.

3 De feiten, het oordeel van de rechtbank en het standpunt van [appellant]

De feiten

3.1.

[appellant] heeft als aandeelhouder en bestuurder (in)direct belangen in diverse vennootschappen (de vennootschappen). Bij verstekvonnis van 11 februari 2026 (het verstekvonnis) heeft de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Lelystad, voor recht verklaard dat [appellant] als bestuurder persoonlijk aansprakelijk is voor de schade die Belstore.com B.V. lijdt door het niet nakomen van een tussen de vennootschappen en Belstore.com B.V. gesloten overeenkomst. [appellant] is in het verstekvonnis hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de hoofdsom van € 35.325,26, vermeerderd met de wettelijke handelsrente en kosten. Tegen dit verstekvonnis is [appellant] niet in verzet gekomen. Wel heeft hij tegen derden die volgens [appellant] misbruik hebben gemaakt van hem en de vennootschappen aangifte gedaan wegens afpersing, chantage, bedreiging, poging tot ontvoering en verduistering.

3.2.

[appellant] heeft niet voldaan aan de betaalverplichtingen uit het verstekvonnis. Hij heeft onvoldoende middelen tot zijn beschikking om zijn schulden, waaronder deze schuld, te voldoen en daarom heeft Belstore.com B.V. op 21 april 2026 een verzoek tot faillietverklaring van [appellant] ingediend. Naar aanleiding van dit verzoek heeft [appellant] op 12 mei 2026 per e-mail verzocht om toelating tot de wsnp. Bij brief van 20 mei 2026 heeft de rechtbank [appellant] erop gewezen dat de verklaring als bedoeld in artikel 285 lid 1 sub f Fw (de 285-verklaring) bij zijn toelatingsverzoek ontbrak. Daarbij heeft de rechtbank [appellant] tot en met 20 juni 2026 in de gelegenheid gesteld om de 285-verklaring aan te leveren. Vervolgens is [appellant] bij brief van 21 mei 2026 opgeroepen om op de zitting van 29 juni 2026 te verschijnen. Wegens een darminfectie is [appellant] niet op deze zitting verschenen. Daarna is [appellant] opgeroepen voor de zitting van 6 juli 2026. Op deze zitting heeft mr. Robben laten weten dat [appellant] nog niet voldoende was hersteld van de darminfectie om te verschijnen en heeft zij verzocht om de zaak nogmaals aan te houden.

Het oordeel van de rechtbank

3.3.

De rechtbank heeft [appellant] niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot toelating tot de wsnp, omdat [appellant] heeft nagelaten de 285-verklaring in te dienen. Hoewel behoorlijk opgeroepen, is [appellant] twee keer niet op de zitting verschenen en evenmin heeft [appellant] een doktersverklaring overgelegd waaruit blijkt dat hij daadwerkelijk ziek was. De rechtbank heeft daarom geen aanleiding gezien om de zaak nogmaals aan te houden.

Het standpunt van [appellant]

3.4.

[appellant] kan zich niet verenigen met dit oordeel van de rechtbank. Hij is van mening dat de rechtbank de mondelinge behandeling nogmaals had moeten aanhouden en hem had moeten horen. Daarnaast verklaart [appellant] dat hij zich heeft gewend tot de gemeentelijke kredietbank voor het verkrijgen van de 285-verklaring, maar dat hij deze vanwege de korte voorbereidingstijd door de faillissementsaanvraag niet heeft ontvangen. Ook meent [appellant] dat de schulden aan Belstore.com B.V. zijn ontstaan in een periode waarin [appellant] kwetsbaar was en door derden (emotioneel) onder druk is gezet. Daaraan heeft [appellant] zich inmiddels ontworsteld. De schulden aan Belstore.com B.V. zijn daarom te goeder trouw ontstaan dan wel inmiddels onder controle gekregen, aldus [appellant] .

4 De motivering van de beslissing in hoger beroep

Het juridisch kader

4.1.

Een verzoekschrift voor de toelating tot de wsnp dient te voldoen aan de eisen van artikel 285 lid 1 Fw. Zo moet bij het verzoek een 285-verklaring worden gevoegd waaruit blijkt (1) dat er geen reële mogelijkheden zijn om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen en (2) welke aflossingsmogelijkheden de verzoeker heeft. Deze 285-verklaring kan alleen maar worden afgegeven door de in de wet genoemde personen of instanties. Ook in een artikel 3 Fw-situatie (zoals hier het geval is) dient deze 285-verklaring aanwezig te zijn. Als het verzoek niet aan de eisen van artikel 285 lid 1 Fw voldoet, dan kan aan de verzoeker een termijn van ten hoogste één maand worden gegund om de ontbrekende gegevens alsnog te verstrekken. Indien na deze termijn nog steeds gegevens ontbreken, dan wordt de verzoeker niet-ontvankelijk verklaard (artikel 287 lid 2 Fw).

Het ontbreken van de 285-verklaring

4.2.

Hoewel [appellant] in zijn overgelegde stukken heeft verklaard dat hij de 285-verklaring zal overleggen vóór de mondelinge behandeling, heeft hij dit nagelaten. Ook het hof heeft vergeefs gevraagd om toezending van onder meer deze 285-verklaring. Op de zitting is door mr. Robben verklaard dat [appellant] de 285-verklaring via een beveiligde omgeving heeft ontvangen. Hieraan gaat het hof voorbij omdat hiervoor elk bewijs ontbreekt en de 285-verklaring niet ten tijde van de zitting kon worden overhandigd. Ten overvloede constateert het hof dat ook andere door het hof opgevraagde (financiële) gegevens ontbreken, zoals een staat van baten en schulden.

De conclusie

4.3.

Gelet op het voorgaande voldoet het beroepschrift niet aan de eisen van artikel 285 lid 1 Fw. Het hof zal [appellant] daarom niet-ontvankelijk verklaren in zijn hoger beroep.

5 De beslissing

Het hof:

verklaart [appellant] niet-ontvankelijk in zijn verzoek in hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door mrs. D. Visser, C. Bakker en G.J. Meijer en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 22 september 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »