ECLI:NL:GHARL:2026:1778

Datum uitspraak
24-03-2026
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Rechtsgebied
Strafrecht
Zaaknummer
Wahv 200.359.246
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Artikel 5 Wahv. De ambtenaar heeft, hoewel onverplicht, telefonisch contact opgenomen met de kentekenhouder en is tijdens dit gesprek geconfronteerd met de vermoedelijke bestuurder. Zonder nadere toelichting van de ambtenaar ziet het hof niet in waarom de ambtenaar in dit gesprek niet de identiteit van de bestuurder heeft kunnen vaststellen of geen minuut heeft kunnen wachten om de sanctie aan de bestuurder te kunnen opleggen. De sanctiebeschikking wordt vernietigd.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.359.246/01

CJIB-nummer

: 262105583

Uitspraak d.d.

: 24 maart 2026

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank MiddenNederland van 14 juli 2025, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Hierbij is gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Bij e-mail van 13 februari 2026 heeft de betrokkene gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De zaak is behandeld op de zitting van 10 maart 2026. De betrokkene is verschenen. De advocaatgeneraal is vertegenwoordigd door mr. [naam] .

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een verkeersboete opgelegd van € 350,- voor: “parkeren op gehandicaptenparkeerplaats zonder duidelijk zichtbare geldige gehandicaptenparkeerkaart”. Deze gedraging zou zijn verricht op 4 november 2023 om 11:14 uur op de 1e Hogeweg in Zeist met het voertuig met het kenteken [kenteken] .

2. De betrokkene voert onder meer aan dat zij ten onrechte niet is staandegehouden door de ambtenaar. In de winkel, waar de betrokkene 5 tot 7 minuten is geweest, werd zij gebeld door een ambtenaar die aangaf dat haar voertuig op een gehandicaptenparkeerplaats stond geparkeerd. De betrokkene gaf aan dat zij binnen een minuut buiten zou staan. Toen de betrokkene bij haar auto kwam, was de ambtenaar niet ter plaatse. De betrokkene ging ervan uit dat de ambtenaar met de betrokkene zou overleggen of haar zou aanspreken om een bekeuring uit te schrijven. Als de ambtenaren een halve minuut waren blijven staan, dan hadden zij de betrokkene staande kunnen houden conform artikel 5 van de Wahv. Een ambtenaar mag niet afzien van een staandehouding op basis van doelmatigheidsgronden. De ambtenaar dient een staandehouding te verrichten als bij een parkeersituatie een betrokkene in de buurt is. Hij mag niet beredeneren ‘ik heb de betrokkene niet gezien’. Had de ambtenaar eerder gebeld en niet 15 minuten gewacht, dan had hij de betrokkene staande kunnen houden. De officier van justitie stelt in diens beslissing dat de ambtenaar niet had hoeven bellen, maar de ambtenaar heeft wel gebeld en daarmee had hij een reële mogelijkheid om de bestuurder staande te houden.

3. Uit artikel 5 van de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder aanstonds vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.

4. In het arrest van 11 oktober 2019, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL: 2019:7976, heeft het hof overwogen dat de ambtenaar tot staandehouding ter vaststelling van de identiteit van de bestuurder dient over te gaan indien bij een parkeerovertreding de identiteit van de bestuurder die het voertuig heeft geparkeerd aanstonds vast te stellen is, omdat zich een confrontatie voordoet tussen de ambtenaar en de bestuurder van het voertuig. Een dergelijke situatie doet zich voor wanneer de ambtenaar - voordat hij alle gegevens die voor het vaststellen van de gedraging met het oog op het opleggen van de verkeersboete benodigd zijn, eventueel digitaal, heeft genoteerd (in eerdere rechtspraak ook wel aangeduid als het moment vóór de oplegging van de sanctie) - wordt geconfronteerd met de persoon van wie hij vermoedt dat deze de bestuurder is geweest. Zodanig vermoeden kan bij de ambtenaar ontstaan doordat de persoon met wie hij wordt geconfronteerd, stelt dat hij de bestuurder is geweest, maar ook doordat de ambtenaar, hoewel onverplicht, zelf onderzoek heeft verricht en tot dat vermoeden komt. Van de ambtenaar mag dan worden verlangd dat hij tot staandehouding overgaat en die persoon - na het geven van de cautie - vraagt of hij de gedraging daadwerkelijk heeft verricht. Indien dit niet leidt tot de vaststelling dat de staande gehouden persoon de gedraging heeft verricht, kan de verkeersboete worden opgelegd aan de kentekenhouder van het voertuig (vgl. het arrest van het hof van 13 juni 2017, ECLI:GHARL: 2017:4935).

5. De ambtenaar verklaart in het zaakoverzicht dat de bestuurder niet is staandegehouden, omdat tijdens het constateren van de overtreding geen persoon bij het voertuig is aangetroffen. In een dergelijk geval kan de verkeersboete aan de kentekenhouder worden opgelegd. De betrokkene stelt dat zij in de winkel tegenover de parkeerplaats was toen zij werd gebeld door de ambtenaar en heeft aangegeven dat zij binnen een minuut ter plaatse zou zijn. De ambtenaar heeft, hoewel onverplicht, contact opgenomen met de kentekenhouder en is daardoor tijdens dit gesprek geconfronteerd met de persoon van wie wordt vermoed dat deze de bestuurder is. Zonder nadere toelichting van de ambtenaar ziet het hof niet in waarom de ambtenaar in dit gesprek niet de identiteit van de bestuurder heeft kunnen vaststellen of geen minuut heeft kunnen wachten op de bestuurder om zo de sanctie aan de bestuurder op te kunnen leggen. Dat alle gegevens die voor het vaststellen van de gedraging met het oog op het opleggen van de verkeersboete benodigd zijn al waren genoteerd vóór het telefoongesprek blijkt niet uit het dossier. Gelet hierop kan de inleidende beschikking niet in stand blijven.

6. Het hof zal als volgt beslissen.

7. Het hof acht termen aanwezig om een proceskostenvergoeding toe te kennen voor de reiskosten die de betrokkene heeft gemaakt voor het bijwonen van de zitting van de kantonrechter en de zitting in hoger beroep. Ingevolge artikel 2, eerste lid, onder d, van het Besluit proceskosten bestuursrecht worden reiskosten vergoed overeenkomstig artikel 11, eerste lid, onderdeel d, van het Besluit tarieven in strafzaken 2003. Ingevolge die bepaling wordt een tarief vergoed waarvan de hoogte gelijk is aan de reiskosten per openbaar middel van vervoer, laagste klasse. Dit komt neer op een bedrag van € 76,12 (Zeist-Utrecht v.v. en Zeist-Leeuwarden v.v.).

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;

verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;

vernietigt de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 76,12.

Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »