ECLI:NL:GHARL:2023:10896

Datum uitspraak
22-12-2023
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Rechtsgebied
Strafrecht
Zaaknummer
Wahv 200.328.772
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Artikel 5 Wahv. De door de ambtenaar in het zaakoverzicht en het aanvullende proces-verbaal gegeven reden om niet tot een staandehouding van de bestuurder over te gaan zijn zonder nadere motivering niet met elkaar in overeenstemming te brengen. Bij het ontbreken van enige uitleg hierover kan het hof niet vaststellen of in dit geval terecht is afgeweken van het in artikel 5 van de Wahv besloten uitgangspunt. De sanctiebeschikking wordt vernietigd.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.328.772/01

CJIB-nummer

: 245534639

Uitspraak d.d.

: 22 december 2023

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 6 juni 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd

van € 150,- voor: “handelen in strijd met een geslotenverklaring (bord C2 van het RVV 1990, eenrichtingsverkeer)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 4 november 2021 om 09:26 uur op de Buitenhavenweg in Schiedam met het voertuig met kenteken [kenteken] .

2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat in deze zaak ten onrechte op kenteken is bekeurd. De gemachtigde wijst er in dat verband op dat de verklaring van de ambtenaar in het zaakoverzicht niet strookt met de verklaring van deze ambtenaar in het aanvullend proces-verbaal. In het zaakoverzicht wordt aangegeven dat de bestuurder van het betreffende voertuig is gewezen op de overtreding en dat de ambtenaar zelf in een onherkenbaar (dienst)voertuig reed, terwijl in het aanvullend proces-verbaal wordt verklaard dat geen staandehouding kon plaatsvinden omdat de betrokkene zich rijdend verplaatste, hetgeen heeft geleid tot een afstandswaarneming. De gemachtigde stelt zich op het standpunt dat de kantonrechter dit niet heeft onderkend en ten onrechte waarde heeft gehecht tegenstrijdige en onduidelijke verklaring van de ambtenaar.

3. Uit artikel 5 van de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt zodat aan hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.

4. In het zaakoverzicht staat - voor zover hier van belang - het volgende vermeld:

“Persoon reed tegen de richting in vanaf de Buitenhavenweg. Vanuit de auto wees ik de bestuurder op het verbodsbord. Ik reed in een onherkenbaar voertuig. De gedraging vond plaats binnen de bebouwde kom.”

5. Daarnaast bevat het dossier een (aanvullend) proces-verbaal van 13 december 2021. Hierin verklaart de ambtenaren - zakelijk weergegeven - onder meer het volgende:

Op 4 november 2021 bevond ik mij in uniform gekleed op de Buitenhavenweg in Schiedam. Het voertuig verplaatste zich vanaf de Buitenhavenweg in de richting van de Koemarkt. Omdat de betrokkene zich rijdend verplaatste, was ik niet in de gelegenheid om de bestuurder van het voertuig staande te houden. Dit resulteerde in een afstandswaarneming.

6. Naar het oordeel van het hof is - anders dan de advocaat-generaal stelt - de door de ambtenaar in het zaakoverzicht en het aanvullende proces-verbaal gegeven reden om niet tot een staandehouding van de bestuurder over te gaan zonder nadere motivering niet met elkaar in overeenstemming te brengen. Uit het zaakoverzicht blijkt ondubbelzinnig dat de ambtenaar zich in een voertuig bevond ten tijde van het vaststellen van de gedraging, terwijl de door de ambtenaar gekozen bewoordingen in het (aanvullend) proces-verbaal - minst genomen - voeding geven aan de gedachte dat de ambtenaar te voet ter plaatse was. Bij het ontbreken van enige uitleg ter opheldering van deze discrepantie kan het hof niet vaststellen of in dit geval terecht en op goede gronden is afgeweken van het in artikel 5 van de Wahv besloten uitgangspunt. Het hof zal hieraan de consequentie verbinden dat de beschikking, waarbij de sanctie aan de betrokkene als kentekenhouder is opgelegd, wordt vernietigd.

7. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter, het verschijnen ter zitting van de kantonrechter en het hoger beroepschrift dienen in totaal 4 punten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 597,- en voor het (hoger) beroep € 837,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.703,25 (= (1,5 x € 597,- x 0,5) + (3 x € 837,- x 0,5)).

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;

verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;

vernietigt de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.703,25.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Pullens als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »