ECLI:NL:GHAMS:2026:2847

Datum uitspraak
06-10-2026
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
200.372.174/01
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Incident tot zekerheidstelling ex artikel 235 Rv; belangenafweging; vordering wordt afgewezen

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.372.174/01

zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/731399 / HA ZA 23-309

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 6 oktober 2026

inzake

VARIPAR DISTRIBUTION B.V., h.o.d.n. Parus Europe,

gevestigd te Amsterdam,

appellante, tevens eiseres in het incident,

advocaat: mr. R.A.F. Harmsen te Zeist,

tegen

SMARTKAS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

geïntimeerde, tevens verweerster in het incident,

advocaat: mr. G. Ruardij te Amsterdam.

1 Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna Parus en Smartkas genoemd.

Parus is bij dagvaarding van 17 juli 2026 in hoger beroep gekomen van de vonnissen van de rechtbank Amsterdam van 26 juli 2023, 6 november 2024, 22 januari 2025, 14 mei 2025 en 24 juni 2026 die onder bovenstaand zaaknummer zijn gewezen tussen Parus als eiseres in conventie, verweerster in reconventie, en Smartkas als gedaagde in conventie, eiseres in reconventie.

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:

- incidentele conclusie tot zekerheidstelling ex artikel 235 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), met producties, van Parus;

- antwoordconclusie in het incident, met producties, van Smartkas.

Parus heeft incidenteel gevorderd dat het hof aan de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van het bestreden vonnis van 24 juni 2026 (hierna: het eindvonnis) alsnog de voorwaarde zal verbinden dat Smartkas zekerheid stelt voor een bedrag van € 408.934,86, vermeerderd met de tegenwaarde in EUR van USD 2.092.503,53 en een opslag over het totale bedrag van 30% voor rente en kosten, in de vorm van een bankgarantie van een in Nederland gevestigde bank, althans in een vorm die voldoet aan de eisen van artikel 6:51 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek, althans in een andere door het hof te bepalen vorm, binnen een door het hof te bepalen termijn, op straffe van schorsing van de executie van het eindvonnis zolang niet aan deze verplichting is voldaan, met veroordeling van Smartkas in de kosten van dit incident, uitvoerbaar bij voorraad.

Smartkas heeft geconcludeerd tot afwijzing van de incidentele vordering van Parus, althans tot beperking van de zekerheidstelling tot het bedrag dat zij na dit arrest daadwerkelijk nog zal kunnen executeren dan wel een door het hof te bepalen bedrag dat in verhouding staat tot de reële executiemogelijkheden, met veroordeling van Parus in de kosten van dit incident.

Ten slotte is arrest in het incident gevraagd.

2 Beoordeling

in het incident

2.1.

Kort gezegd en voor zover voor de beoordeling van de incidentele vordering van belang, gaat het in deze zaak om het volgende. Partijen hebben een overeenkomst gesloten tot de verkoop en het leveren van twee indoor farms voor de teelt van aardbeien door Parus aan Smartkas, waarvan er één in Nederland (de NL-farm) en één in het Verenigd Koninkrijk (de UK-farm) is gevestigd.

Bij het eindvonnis heeft de rechtbank:

- de overeenkomst tussen Parus en Smartkas ter zake van zowel de NL-farm als de

UK-farm ontbonden per de datum van dat vonnis;

  • Parus veroordeeld tot terugbetaling aan Smartkas van alle reeds door of namens Smartkas betaalde bedragen ter zake van beide farms;

  • Parus veroordeeld tot vergoeding van de door Smartkas als gevolg van de tekortkoming door Parus ter zake van beide farms geleden schade, nader op te maken bij staat.

De vorderingen van Parus zijn afgewezen. Parus is veroordeeld in de beslagkosten, met rente, en de proces- en de nakosten, wat betreft de proceskosten in conventie met rente.

De veroordelingen zijn, gemotiveerd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

2.2.

Ter onderbouwing van haar incidentele vordering stelt Parus, kort gezegd, dat er sprake is van een aanzienlijk restitutierisico en dat, ook omdat executie van het eindvonnis leidt tot een drastische wijziging van de positie waarin partijen bij aanvang van de procedure verkeerden, haar belang bij zekerheidstelling zwaarder weegt dan het belang van Smartkas bij tenuitvoerlegging zonder de voorwaarde van zekerheidstelling.

2.3.

Smartkas heeft verweer gevoerd op gronden waarop hierna, voor zover van belang, zal worden ingegaan.

2.4.

Aangezien de mogelijkheid van de voorwaarde van zekerheidstelling ten gunste van Parus in deze procedure niet eerder aan de orde is geweest, stelt het hof bij de beoordeling van de incidentele vordering het volgende voorop (zie HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2026). Niet relevant is of het oordeel in het eindvonnis over het gesteld restitutierisico in het kader van de beslissing over de uitvoerbaarheid bij voorraad al dan niet een kennelijke misslag is. Uitgangspunt is dat een uitgesproken veroordeling, hangende een hogere voorziening, uitvoerbaar dient te zijn en zonder de voorwaarde van zekerheidstelling ten uitvoer kan worden gelegd. Afwijking van dit uitgangspunt kan worden gerechtvaardigd door omstandigheden die meebrengen dat het belang van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand zolang niet op het door hem ingestelde rechtsmiddel is beslist, of diens belang bij zekerheidstelling, ook gegeven dit uitgangspunt, zwaarder weegt dan het belang van degene die de veroordeling in de ten uitvoer te leggen uitspraak heeft verkregen, bij de uitvoerbaarheid bij voorraad daarvan of bij deze uitvoerbaarheid zonder dat daaraan de voorwaarde van zekerheidstelling wordt verbonden. Bij de toepassing van deze maatstaf moet worden uitgegaan van de beslissingen in de ten uitvoer te leggen uitspraak en van de daaraan ten grondslag liggende vaststellingen en oordelen, en blijft de kans van slagen van het tegen die beslissing aangewende rechtsmiddel buiten beschouwing, met dien verstande dat de rechter in zijn oordeelsvorming kan betrekken of de ten uitvoer te leggen beslissing(en) berust(en) op een kennelijke misslag.

2.5.

Volgens Parus heeft zij belang bij zekerheidstelling, omdat er een aanzienlijk restitutierisico bestaat en omdat tenuitvoerlegging van het eindvonnis ertoe leidt dat de positie van partijen ingrijpend wordt veranderd ten opzichte van de positie waarin zij bij aanvang van de procedure verkeerden. Samengevat stelt zij daartoe dat Smartkas ook andere schuldeisers heeft met aanzienlijke vorderingen, waaronder Artechno Growsystems B.V. en Prologis Realty XXXVIII B.V., dat alleen haar vastgestelde jaarrekening over 2021 en voorlopige (geflatteerde) jaarrekening over 2022 bij het handelsregister zijn gedeponeerd, dat Smartkas doende is (geweest) om activa en activiteiten te onttrekken aan verhaal door schuldeisers door middel van het investeren van haar middelen in andere bedrijven, zoals HIVE, en met een enkel dividendbesluit ook de van Parus te ontvangen bedragen kan wegsluizen, en dat zij en haar groepsmaatschappijen niet over eigen vermogen beschikken en geen activiteiten (meer) verrichten.

2.6.

Smartkas voert hiertegen aan dat zij belang heeft bij executie van het eindvonnis en betwist het gestelde restitutierisico. Zij voert aan dat er, hoewel zij is geraakt door het falen van het door Parus ontworpen en gebouwde systeem, wel degelijk lopende bedrijfsactiviteiten zijn die bovendien kunnen worden uitgebreid met het geld dat Parus aan haar moet terugbetalen, dat zij over de afgelopen jaren nog geen jaarrekeningen heeft gepubliceerd vanwege het significante effect dat de uitkomst van deze procedure op die rekeningen heeft en dat de stellingen van Parus over haar groepsvennootschappen onjuist en irrelevant zijn. Ook betwist Smartkas dat zij geen eigen vermogen heeft en dat er (doordat haar oprichters ook in andere vennootschappen als HIVE participeren) activa aan Smartkas (zullen) worden onttrokken. Wat betreft de schulden aan de door Parus genoemde schuldeisers, voert Parus onder verwijzing naar de overgelegde vaststellingsovereenkomsten met hen aan dat die niet meer bestaan.

2.7.

Gezien de gemotiveerde betwisting van het gestelde restitutierisico door Smartkas, kan er niet van worden uitgegaan dat er daadwerkelijk een restitutierisico bestaat en dat dit risico zodanig is dat het meer gewicht in de schaal legt dan het vooropgezette belang van Smartkas om de uitvoerbaar bij voorraad verklaarde veroordelingen zonder de voorwaarde van zekerheidstelling (verder) ten uitvoer te kunnen leggen. Dat die tenuitvoerlegging leidt tot wijziging van de positie waarin partijen bij aanvang van de procedure verkeerden, maakt dit, anders dan Parus heeft betoogd, niet anders. De incidentele vordering tot zekerheidstelling zal dan ook worden afgewezen.

2.8.

Een oordeel over de kosten van het incident zal worden aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak.

in de hoofdzaak

2.9.

In de hoofdzaak zal de zaak worden verwezen naar de rol voor memorie van grieven door Parus.

3 Beslissing

Het hof:

in het incident:

wijst de vordering van af;

houdt de beslissing over de proceskosten aan tot het eindarrest in de hoofdzaak;

in de hoofdzaak:

verwijst de zaak naar de rol van 17 november 2026 voor memorie van grieven door Parus;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. L. Alwin, J.W.M. Tromp en M.C. Bosch en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »