ECLI:NL:GHAMS:2024:1504

Datum uitspraak
04-06-2024
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
200.341.384/01
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Huur woonruimte. Vordering bepaling medehuurderschap ex artikel 7:267 BW. Beoogd medehuurder biedt onvoldoende financiële waarborg. Ook geen duurzame gemeenschappelijke huishouding

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummer : 200.341.384/01

zaaknummer rechtbank : 10600820 CV EXPL 23-9664

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 4 juni 2024

inzake

ATTICA IMMO B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

appellante,

advocaat: mr. D.P. van den Bergh te Amsterdam,

tegen

[geïntimeerde 1],

wonende te [plaats],

[geïntimeerde 2],

wonende te [plaats],

geïntimeerden,

advocaat: mr. M.J. Jeths te Utrecht.

1 Het geding in hoger beroep

Appellante heeft bij exploot geïntimeerden aangezegd in hoger beroep te komen van een of meer tussen partijen in de onderhavige zaak gewezen vonnissen, met dagvaarding van geïntimeerden voor dit hof.

De zaak is op de rol ingeschreven en geïntimeerden zijn bij advocaat verschenen.

2 Beoordeling

Het hof ziet aanleiding om een mondelinge behandeling na aanbrengen te gelasten. Het doel is het beproeven van een minnelijke regeling en/of het bespreken van het verdere verloop van het hoger beroep, mede aan de hand van door partijen en hun advocaten te geven inlichtingen, waarbij onder meer mediation, bewijsvoering en/of rapportage door deskundigen aan de orde kunnen komen. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

Meer informatie over de mondelinge behandeling na aanbrengen en wat van partijen en hun advocaten verwacht wordt is digitaal beschikbaar via de link die te vinden is bij artikel 4.1 van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven.

3 Beslissing

Het hof:

bepaalt dat partijen in persoon respectievelijk, voor zover partijen rechtspersoon zijn, vertegenwoordigd door iemand die van de zaak op de hoogte is en die bevoegd is (door schriftelijke machtiging of anderszins) tot het aangaan van een schikking, tezamen met hun advocaten zullen verschijnen voor het tot raadsheercommissaris benoemde lid van het hof, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie, IJdok 20 te Amsterdam, op een nader te bepalen tijdstip, tot het hiervoor onder 2 omschreven doel;

bepaalt dat partijen binnen 2 weken gemotiveerd kunnen laten weten af te willen zien van een mondelinge behandeling na aanbrengen, bijvoorbeeld omdat schikkingsbereidheid ontbreekt, waarna de raadsheercommissaris zal beslissen of de mondelinge behandeling doorgang vindt;

bepaalt dat partijen binnen 2 weken na heden op de rol van 18 juni 2024:

- Appellante – een kopie van het volledig procesdossier (de stukken van de eerste aanleg met inbegrip van de producties en appeldagvaarding) in tweevoud zal indienen.

- Partijen – hun verhinderdagen en die van hun advocaten voor de eerstkomende 4 maanden kunnen opgeven, waarna het hof de dag en het tijdstip van de mondelinge behandeling zal vaststellen, in welk geval behoudens klemmende redenen of overmacht geen uitstel van de mondelinge behandeling meer zal worden verleend.

bepaalt dat de datum van de mondelinge behandeling na aanbrengen in het roljournaal vermeld zal worden;

bepaalt dat partijen uiterlijk 2 weken vóór de dag van de mondelinge behandeling de stukken waarop zij voor het overige een beroep zouden willen doen, in kopie over zullen leggen door toezending aan het hof (roladministratie – team handel) en de wederpartij;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.C.W. Rang, A.R. Sturhoofd en L. Alwin en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »