GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.294.821/01
zaak-/rolnummer rechtbank : C/13/665056/HA ZA 19-421
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 1 augustus 2023
inzake
[appellant] B.V.
gevestigd te [plaats 1] ,
appellante,
tevens incidenteel geïntimeerde,
advocaat: mr. H.M. Punt te Amsterdam,
tegen
1.[geïntimeerde 1],wonende te [plaats 1] ,
2.[geïntimeerde 2],wonende te [plaats 2] ,3. [geïntimeerde 3] ,wonende te [plaats 3] , Spanje,geïntimeerden,
tevens incidenteel appellanten,
advocaat: mr. T. Teke te Amsterdam.
1 Het geding in hoger beroep
Partijen worden hierna [appellant] respectievelijk [geïntimeerde 1] , [geïntimeerde 2] , [geïntimeerde 3] alsmede (gezamenlijk) [geïntimeerden] genoemd.
In principaal appel
[appellant] is bij dagvaarding van 7 mei 2021 in hoger beroep gekomen van een vonnis van 10 februari 2021 de rechtbank Amsterdam onder bovenvermeld zaak-/rolnummer gewezen tussen [appellant] als eiseres in conventie tevens verweerster in reconventie en [geïntimeerden] als gedaagden in conventie tevens eisers in reconventie (hierna: het bestreden vonnis).
Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:
- memorie van grieven met producties;
- memorie van antwoord met producties;
- memorie van grieven in incidenteel appel met één productie;
- memorie van antwoord in incidenteel appel.
Partijen hebben de zaak ter zitting van 7 april 2023 doen bepleiten, [appellant] door mr. Punt voornoemd en [geïntimeerden] door mr. Teke voornoemd, ieder aan de hand van (spreek)aantekeningen die zijn overgelegd. [geïntimeerden] hebben nog aanvullende producties (38 t/m 42) in het geding gebracht. Ten slotte is arrest gevraagd.
[appellant] heeft in principaal appel geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en voorts dat het hof - uitvoerbaar bij voorraad -:
ten aanzien van [geïntimeerde 1] :
Primair op grond van non-conformiteit althans toerekenbare tekortkoming
1.voor recht verklaart dat de tussen [appellant] en [geïntimeerde 1] gesloten koopovereenkomst(en) rechtsgeldig is/zijn ontbonden, althans deze geheel of gedeeltelijk ontbindt; 2. [geïntimeerde 1] veroordeelt tot terugbetaling aan [appellant] van de koopsom van € 957.000,-- dan wel enig ander bedrag dat het hof juist acht;3. [geïntimeerde 1] veroordeelt tot vergoeding van de door [appellant] geleden schade, bestaande uit gederfde winst ten bedrage van € 200.970,-- en de onderzoekskosten ter waarde van € 34.300, dan wel een bedrag dat het hof juist acht;
Subsidiair op grond van dwaling 4.de koopovereenkomst(en) geheel of gedeeltelijk vernietigt;5. [geïntimeerde 1] veroordeelt tot betaling aan [appellant] van € 957.000,-- dan wel enig ander bedrag;
Meer subsidiair op grond van onvoorziene omstandigheden 6. de koopovereenkomst wijzigt althans geheel of gedeeltelijk ontbindt en [geïntimeerde 1] veroordeelt tot terugbetaling van € 957.000,-- dan wel enig ander bedrag.
Primair, subsidiair en meer subsidiair 7. [geïntimeerde 1] veroordeelt tot terugbetaling van hetgeen [appellant] uit hoofde van het bestreden vonnis aan [geïntimeerde 1] heeft betaald;8. alle toe te wijzen bedragen te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 26 februari 2019;9. met veroordeling van [geïntimeerde 1] in de proceskosten van beide instanties, de beslagkosten inbegrepen, te vermeerderen met de wettelijke rente;
ten aanzien van de vorderingen in reconventie eerste aanleg 10. de vorderingen van [geïntimeerde 1] alsnog afwijst;11. met veroordeling van [geïntimeerde 1] in de proceskosten in beide instanties te vermeerderen met de wettelijke rente.
ten aanzien van [geïntimeerde 2] en/of [geïntimeerde 3] 12. hen niet-ontvankelijk verklaart in hun vorderingen, althans deze afwijst;13. hen veroordeelt tot terugbetaling van hetgeen [appellant] aan hen heeft betaald op grond van het bestreden vonnis;
14. hen veroordeelt in de proceskosten in beide instanties, beslagkosten inbegrepen, en te vermeerderen met de wettelijke rente.
Beide partijen hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden.
In incidenteel appel [geïntimeerde 2] en [geïntimeerde 3] hebben én voorwaardelijke grief ingediend en [geïntimeerde 1] heeft twee grieven ingediend. Hun vordering in incidenteel appel strekt ertoe dat de vorderingen zoals door [geïntimeerde 1] in eerste aanleg in reconventie ingesteld (zie hierna) alsnog worden toegewezen, en dat de vorderingen van [geïntimeerde 2] en [geïntimeerde 3] voor zover deze zijn afgewezen, alsnog worden toegewezen.
[appellant] heeft verweer gevoerd in incidenteel appel.
2 Feiten
De rechtbank heeft in het bestreden vonnis onder 2.1 tot en met 2.26 de feiten vastgesteld die zij tot uitgangspunt heeft genomen. Deze feiten zijn in hoger beroep niet in geschil en dienen derhalve ook het hof als uitgangspunt. Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten die als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist zijn komen vast te staan, komen de feiten neer op het volgende.
[appellant] is een kunsthandelaar die zich voornamelijk bezighoudt met handel in kunst en antiek uit de Hollandse renaissance en kunstvoorwerpen uit heel Europa vanaf circa de vijftiende tot achttiende eeuw. [appellant] is enig aandeelhouder en bestuurder van [appellant] .
[geïntimeerde 1] is een kunstverzamelaar die zich met name richt op vroege Chinese en Japanse sculpturen.
[appellant] heeft in 2017 op basis van een of meer mondelinge koopovereenkomsten in totaal 31 beelden van [geïntimeerde 1] gekocht (hierna: ’de Kunsttransactie’): -7 beelden van steen (hierna: ‘stenen beelden’)-23 beelden van terracotta (hierna: ‘terracotta beelden’)-1 beeld van hout.De beelden zijn hierna weergegeven met een eigen letter en de specificaties zoals vermeld op de facturen, en zullen hierna ook gezamenlijk worden aangeduid als ‘de beelden’.
A. Limestone Buddha head, China Northern Wei dynasty, 22 cm [steen]
B. Limestone Botthisattva head with crown, China, Eastern Wei dynasty, 23 cm [steen]
C. Pair of painted pottery vases & covers (fanghu); China, Spring & Autumn period; 58 & 53 cm [terracotta]
D. Painted grey eartenware vessel with cover; Warring States, 53,5 cm [terracotta]
E. Massive recumbent painted pottery camel; Early Tang dynasty, 73 cm [terracotta]
F. Painted pottery camel with rider holding a dog. Early Tang dynasty, 64 cm [terracotta]
G. Pair of painted earthenware horses & seperate saddles, Early Tang dynasty, 64 cm [terracotta]
H. Green-gray granite figure of winged chimera (bixie); 6th century, 79 cm [steen]
I. Painted pottery phoenix-tortoise lamp; Han dynasty, 50,5 cm [terracotta]
J. Pottery bird ornament; China, Han dynasty, 26 cm [terracotta]
K. Standing limestone Buddha with hallow; China, Northern Qi dynasty, 99 cm [steen]
L. Sandstone head of Buddha Shakyamuni; China, Sui dynasty, 38,5 cm [steen]
M. Black lacquered wood horse; China, Warring States period, 90 cm [hout]
N. Set of three painted pottery rabbits; China, Tang dynasty, 12 cm [terracotta]
O. Standing limestone Buddha; China, Northern Qi dynasty, 102 cm [steen]
P. Standing limestone Buddha with 'loose arms'; China, Northern Qi dynasty, 73 cm [steen]
Q. Three painted grey pottery female dancers; China, Eastern Han dynasty 32, 47 en 49 cm [terracotta]
R. Pair of painted pottery guardian kings (lokopala's); China, Tang dynasty 66 en 67 cm [terracotta]
S. Painted pottery guardian king (lokopala); China, Tang dynasty, 70 cm [terracotta]
T. Pair of painted earthenware servants; China, Western Han dynasty, 40 en 40,5 cm [terracotta]
U. Painted earthenware caparisoned horse; China, Early Tan dynasty, 56,5 cm [terracotta]
V. Two paired grey earthenware jars; China, Han dynasty, 36 cm [terracotta]
In een e-mail van 14 september 2017 heeft [geïntimeerde 1] een voorstel aan [appellant] gedaan waarin hij een antieke Groninger kist van eiken- en ebbenhout, daterend uit 1620-1640 van 98x230x67 cm (hierna: de kist) betrekt. Hij schrijft in de e-mail:
“Ik heb een aangepast overzicht van de door jou geselecteerde kunstobjecten opgemaakt. Daarbij heb ik de Groninger kist – zoals eerder besproken en voorgesteld – voor € 39.000 op de liggende kameel in mindering gebracht. (…) Massive recumbent painted pottery camel; Early Tang dynasty; length 80 cm € 25.000 (€ 64.000 -/- kist € 39.000) (…)ben ik, gezien onze relatie bereid je die in deze fase en in combinatie met alle bovenstaande objecten aan te bieden voor € 400.000.”
De totale koopsom voor de Kunsttransactie, zoals overeengekomen tussen [appellant] en [geïntimeerde 1] , bedroeg € 957.000,-- en is met 4 facturen in rekening gebracht, te weten op 2 mei 2017, 7 juli 2017 en 27 september 2017 en op 8 maart 2018.
Op de facturen van 2 mei 2017, 7 juli 2017 en 27 september 2017 is vermeld:“All sculptures come with their technical (partly Oxford-TL) authenticity reports, provenance and detailed documentation”en“They are guaranteed ‘complete’ and genuine and they are already in your possession.”Op de factuur van 8 maart 2018 is het volgende vermeld:“The sculpture will come with their technical authenticity reports by [naam 1] , Department of Earth Sciences FALW, Vrije Universiteit van Amsterdam, their detailed provenance and documentation.”en“They are guaranteed genuine and they are already in your possession.”
De bij de Kunsttransactie door [geïntimeerde 1] aan [appellant] verstrekte rapporten van Oxford Authentication Ltd (hierna: Oxford) zien op de authenticiteit van de terracotta beelden. Door middel van de Oxford-TL-Test is voor de terracotta beelden de ouderdom vastgesteld en vastgesteld dat de geteste onderdelen bij elkaar horen.
Voor de stenen beelden heeft [geïntimeerde 1] aan [appellant] rapporten van [naam 1] (hierna: [naam 1] ) van de Vrije Universiteit van Amsterdam verstrekt.
Daarnaast heeft [geïntimeerde 1] documentatie aan [appellant] verstrekt over de keten van eigenaren van de Beelden (Provenance).
[geïntimeerde 1] heeft in 2017 een groot deel van zijn kunstcollectie verkocht aan DC Company Private Ltd., statutair gevestigd te Singapore (hierna: DC Company). Op 1 juli 2017 hebben [geïntimeerde 1] en DC Company een managementovereenkomst gesloten waarbij [geïntimeerde 1] het beheer heeft gekregen over de kunstcollectie van DC Company en een volmacht heeft gekregen om namens DC Company te handelen (hierna: de managementovereenkomst).
[appellant] heeft op 10 juni 2017, 22 juni 2017, 5 juli 2017 en 5 maart 2018 een aantal van de beelden uit de Kunsttransactie doorverkocht aan particulieren.
In november 2018 heeft [appellant] geprobeerd om deel te nemen aan de beurs voor kunst antiek en design, PAN Amsterdam, met twee van de stenen beelden uit de Kunsttransactie. De beelden zijn geweigerd door de toelatingscommissie. 2.13. [appellant] heeft in december 2018 en in januari en april 2019 de terracotta beelden laten onderzoeken door middel van een CT-scan door Scantix SPRL in België (hierna: Scantix).
[appellant] heeft de stenen beelden laten testen door CIRAM, Science For Art Cultural Heritage, gevestigd in Frankrijk (hierna: Ciram), waarvan de resultaten zijn vastgelegd in rapporten van 22 februari 2019 en 4 april 2019.
Op 26 februari 2019 heeft [appellant] een e-mail naar [geïntimeerde 1] gestuurd waarin hij onder andere het volgende schrijft:“Eerst heb ik de terracotta’s laten scannen in Brussel, waarna meer dan de helft vervalsingen en/of reconstructies bleken te zijn. Daarna heb ik de stenen beelden laten testen door een laboratorium, ook dit zijn allemaal duidelijk aantoonbare vervalsingen.(...) Ik neem aan dat je begrijpt dat ik de overeenkomst die wij hebben per direct beëindig, de beelden voldoen namelijk op géén enkele manier aan wat wij hebben afgesproken. En zelfs de beelden die mogelijk wel echt zijn, zijn volkomen besmet door jouw naam in de provenance. Ik verwacht dan ook dat je de door mij betaalde koopsom (EUR 957.000,00) meteen aan mij terug betaalt (…). Ook stel ik je aansprakelijk aangezien jij mij deze vervalsingen en/of reconstructies hebt verkocht. Als gevolg van deze actie heb ik maar liefst EUR 17.200,00 aan onderzoekskosten moeten maken. Verder loop ik natuurlijk een enorm bedrag aan winst mis, namelijk een bedrag van EUR 271.352,00. Ook dit bedrag wil ik van je vergoed krijgen. (…) Voor de duidelijkheid: ik wil dus dat je per direct het totale bedrag van EUR 1.245.552,00 aan me overmaakt.”
[geïntimeerde 1] heeft de rapporten van Ciram van 22 februari 2019 voorgelegd aan [naam 1] . In zijn rapport van 12 september 2019 heeft [naam 1] de onderzoeksmethoden, de beredenering en de conclusies van de Ciram rapporten becommentarieerd en weersproken.
Bij exploot van 28 februari 2019 heeft [appellant] met verlof van de voorzieningenrechter conservatoir beslag laten leggen op roerende zaken die opgeslagen waren bij [bedrijf] . Het gaat om 10 beelden /beeldhouwwerken weergegeven op foto’s die genummerd 1 tot en met 10 zijn aangehecht aan het proces-verbaal van beslaglegging.
[geïntimeerde 2] heeft bij brief van 20 mei 2019 aan [appellant] geschreven dat hij eigenaar is van een beeld waar [appellant] beslag op heeft laten leggen. Het gaat om het beeld aangeduid in het proces-verbaal als ‘Een beeld voorstellende een kameel met ruiter (foto 10, hierna ‘kameel met ruiter’). [geïntimeerde 2] heeft in de brief [appellant] verzocht het beslag op de kameel met ruiter op te heffen.
[geïntimeerde 3] heeft in een brief van 20 mei 2019 aan [appellant] geschreven dat hij eigenaar is van de beslagen beeldhouwwerken aangeduid in het proces-verbaal als ‘Een beeldhouwwerk van een Chinees vrouwelijk figuur met kruik (foto 5)’ en ‘Een beeldhouwwerk van een Chinees vrouwelijk figuur met harp (foto 6)’, hierna respectievelijk aan te duiden als ‘vrouw met kruik’ en ‘vrouw met harp’. [geïntimeerde 3] heeft verzocht om opheffing van het beslag.
Op 28 mei 2019 heeft [appellant] – zakelijk weergegeven – aan [geïntimeerde 2] en [geïntimeerde 3] bericht dat het beslag verband houdt met een procedure tussen haar en [geïntimeerde 1] , dat er twijfel bestaat aan de eigendomsclaim van [geïntimeerde 2] en [geïntimeerde 3] , en dat zij niet zal overgaan tot opheffing van het beslag.
In een verklaring van 17 september 2019 schrijft [naam 2] (hierna: [naam 2] ) van [bedrijf] onder andere het volgende:“Weliswaar te laat (zoals vermeld, vanwege afwezig), moest ik vaststellen dat de kunst waarop door Punt & Van Hapert beslag gelegd was sinds 2017 niet (meer) aan de heer [geïntimeerde 1] toebehoorde maar aan DC Company. Of aan derden; zoals het geval in drie van de vier opslagruimtes. Waaronder Chinese kunst (en goederen) van de heer [geïntimeerde 2] en de heer [geïntimeerde 3] . Daarvan ben ik niet toevallig op de hoogte. Bij de heer [geïntimeerde 2] haalden wij privé in [plaats 2] namelijk geruime tijd geleden o.a. een reusachtige terracotta kameel met bereider op. En meer recentelijk o.a. twee stenen tabletten met muzikanten bij de heer [geïntimeerde 3] .”
Tot op heden zijn de beelden uit de Kunsttransactie nog in bezit van [appellant] , heeft [geïntimeerde 1] het door [appellant] gevorderde bedrag niet betaald en heeft [appellant] het beslag niet opgeheven.
3 3. Beoordeling
[appellant] hebben in conventie in eerste aanleg ten aanzien van [geïntimeerde 1] dezelfde vorderingen - uitvoerbaar bij voorraad - ingesteld als thans in hoger beroep, hierboven ten aanzien van [geïntimeerde 1] onder 1 als primaire en subsidiaire vorderingen weergegeven, met dien verstande dat de vordering in eerste aanleg
€ 1.192.270,00 bedroeg en een post gederfde winst en onderzoekskosten omvatte. [geïntimeerde 1] heeft verweer gevoerd tegen de vordering in conventie.
[geïntimeerde 1] heeft in eerste aanleg in reconventie gevorderd dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
1.voor recht verklaart dat [geïntimeerde 1] (subsidiair DC Company) eigenaar is van de kist;2. [appellant] veroordeelt tot afgifte aan [geïntimeerde 1] (subsidiair aan DC Company) van de kist binnen twee dagen na betekening van het vonnis, althans tot het verstrekken aan [geïntimeerde 1] (subsidiair aan DC Company) van gegevens over de eventuele verkoop van de kist aan een derde, waaronder in ieder geval de contactgegevens van de koper, de koopsom en de datum van levering van de kist aan de koper, één en ander onder verbeurte van een dwangsom;3. [appellant] verbiedt om zich op onrechtmatige wijze, in woord of geschrift, direct of indirect in het openbaar waaronder tevens te verstaan via internet, websites of weblog op het internet of anderszins uit te laten over [geïntimeerde 1] , meer in het bijzonder om hem te beschuldigen van fraude, vervalsing van kunstvoorwerpen, het verkopen van vervalste of niet authentieke kunstvoorwerpen of daarnaar verwijzende opmerkingen te maken, onder verbeurte van een dwangsom van € 250.000,00 per overtreding van dit verbod, in geval [appellant] na betekening van het vonnis in gebreke mocht blijven aan dit verbod te voldoen;4. voor recht verklaart dat [appellant] onrechtmatig heeft gehandeld jegens [geïntimeerde 1] en [appellant] te veroordelen tot betaling aan [geïntimeerde 1] van de ten gevolge van dit onrechtmatig handelen geleden en nog te lijden schade nader op te maken bij staat;5. [appellant] veroordeelt in de kosten van deze procedure.[appellant] heeft verweer gevoerd tegen de vordering in reconventie.
[geïntimeerde 2] heeft in eerste aanleg als tussenkomende partij gevorderd dat de rechtbank bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:1. voor recht verklaart dat [geïntimeerde 2] eigenaar is van de kameel met ruiter;2. [appellant] veroordeelt tot opheffing, binnen twee dagen nadat vonnis is gewezen, van het op 28 februari 2019 op de kameel met ruiter gelegde beslag, onder verbeurte van een dwangsom;3. [appellant] veroordeelt tot vergoeding van de schade van [geïntimeerde 2] nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;4. met veroordeling van [appellant] in de proceskosten.
[appellant] heeft verweer gevoerd tegen de vorderingen van [geïntimeerde 2] .
[geïntimeerde 3] heeft in eerste aanleg gevorderd dat de rechtbank bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
1. voor recht verklaart dat [geïntimeerde 3] eigenaar is van de vrouw met kruik en de vrouw met harp;2. [appellant] veroordeelt tot opheffing, binnen twee dagen nadat vonnis is gewezen, van het op 28 februari 2018 op de vrouw met kruik en de vrouw met harp gelegde beslag, onder verbeurte van een dwangsom;3. [appellant] veroordeelt tot vergoeding van de schade van [geïntimeerde 3] nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;4. Met veroordeling van [appellant] in de proceskosten.
[appellant] heeft verweer gevoerd tegen de vorderingen van [geïntimeerde 2] .
De rechtbank in eerste aanleg heeft bij het bestreden vonnis, kort samengevat en zakelijk weergegeven, -de vorderingen van [appellant] in conventie afgewezen met veroordeling van [appellant] in de proceskosten:-in reconventie voor recht verklaard dat [appellant] onrechtmatig heeft gehandeld door beslag te leggen op de kunstvoorwerpen en de vorderingen voor het overige afgewezen, met compensatie van kosten;-de vorderingen van [geïntimeerde 2] toegewezen behoudens - wegens gebrek aan belang - de vordering van [geïntimeerde 2] sub 1;-de vorderingen van [geïntimeerde 3] toegewezen behoudens - wegens gebrek aan belang - de vordering van [geïntimeerde 3] sub 1;3.6. Tegen dit oordeel komt [appellant] in principaal appel op met zes grieven. [geïntimeerde 2] en [geïntimeerde 3] stellen in incidenteel appel één voorwaardelijke grief in en [geïntimeerde 1] twee grieven.
In principaal appel
primaire grondslag (grief I) 3.7. [appellant] heeft als primaire grondslag van haar vorderingen aangevoerd dat de beelden die zij geleverd heeft gekregen op basis van de koopovereenkomst(en), niet voldoen aan hetgeen zij daarvan mocht verwachten op basis van die overeenkomst(en), omdat de beelden niet authentiek zijn (artikel 7:17 BW, non- conformiteit). Door partijen is niet gegriefd tegen het oordeel van de rechtbank dat de omschrijving in de vier facturen een indicatie geeft van hetgeen partijen zijn overeengekomen (rechtsoverweging 4.9). In de facturen van 2 mei 2017, 7 juli 2017 en 27 september 2017 is vermeld ten aanzien van de beelden “They are guaranteed ‘complete’ and genuine (…)” en in de factuur van 8 maart 2018 is vermeld “They are guaranteed genuine”.De door [appellant] gestelde non-conformiteit ziet uitsluitend op de authenticiteit van de beelden. 3.8. Tussen partijen is in geschil op welke wijze de ‘authenticiteit’ moet worden vastgesteld. De rechtbank heeft in rechtsoverweging 4.11 ten aanzien van de verleende garantie op authenticiteit het volgende overwogen:“De rechtbank is van oordeel dat de afgegeven garantie tegen deze achtergrond (de op de facturen vermelde verwijzing naar specifieke authenticiteitsrapporten, provenance en ‘detailed information’, hof) moet worden bezien. Op grond daarvan mocht B&B verwachten dat zij voor ieder beeld onder andere een authenticiteitsrapport en een provenance zou ontvangen. B&B mocht ook verwachten dat uit deze rapporten en provenances zou blijken dat de beelden authentiek zijn. Omtrent de mate van authenticiteit mocht B&B verwachten dat naar de stand van het wetenschappelijk onderzoek binnen de kunstwereld op de moment van de aankoop de terracotta beelden authentiek waren”.Nader beschouwd hanteert de rechtbank met het laatste onderdeel van deze rechtsoverweging (‘Omtrent … waren’) met de verwijzing naar de stand van het wetenschappelijk onderzoek binnen de kunstwereld een ander, ruimer criterium ten aanzien van hetgeen [appellant] mocht verwachten omtrent de authenticiteit van de beelden dan in het eerste onderdeel (‘De rechtbank is van oordeel …. de beelden authentiekzijn’), dat specifiek verwijst naar de overgelegde rapporten en provenances als tussen partijen geldend bewijs van authenticiteit. Deze dubbele verwijzing lijkt te miskennen dat er spanning tussen beide onderdelen van deze beoordeling zit of althans kan ontstaan.
Tegen het laatste onderdeel van de geciteerde overweging van de rechtbank is door geen van beide partijen gegriefd, zodat het hof van deze maatstaf zal uitgaan. Het gestelde onder 59 van de memorie van grieven richt zich immers niet tegen de maatstaf als zodanig, maar tegen de invulling die de rechtbank geeft aan dit criterium, namelijk dat de stand van de wetenschap ten tijde van de aankoop uitsluitend zou hebben bestaan uit de Oxford-TL-Test.
Het hof is van oordeel dat hetzelfde criterium (authenticiteit naar de stand van het wetenschappelijk onderzoek binnen de kunstwereld op het moment van aankoop) heeft te gelden voor de stenen beelden, nu op drie van de vier facturen zowel stenen als terracotta beelden in rekening zijn gebracht en de omschrijving op de factuur steeds dezelfde is. Niet valt in te zien dat en waarom voor de stenen beelden een ander criterium zou moeten gelden dan voor de terracotta beelden.
Partijen verschillen in de eerste plaats van mening over de vraag wat ‘de stand van het wetenschappelijk onderzoek binnen de kunstwereld op het moment van aankoop’ was. De rechtbank is ervan uit gegaan dat dit voor de terracotta beelden de Oxford-TL-Test was, en dat voor de stenen beelden het rapport van [naam 1] volstond. [appellant] voeren aan dat de door haar uitgevoerde Scantix test en de CIRAM test ook ten tijde van de aankoop al bestonden, zodat de uitslagen van deze tests invloed hebben op de verstrekte garantie.
Het tweede punt dat partijen verdeeld houdt betreft de vraag welke mate van bewerking/restauratie nog ‘aanvaardbaar’ is om de beelden als authentiek aan te merken naar de stand van het wetenschappelijk onderzoek ten tijde van de aankoop.
In dit verband stelt het hof vast, mede op basis van hetgeen ter zitting in hoger beroep door [geïntimeerde 1] is verklaard in antwoord op specifieke vragen, dat [geïntimeerde 1] de feitelijke bevindingen van de onderzoeken van Ciram en Scantix als zodanig niet heeft betwist. Deze bevindingen worden hieronder per beeld schematisch weergegeven, onder verwijzing naar de vindplaatsen van de concrete bevindingen. Onder ‘resultaat’ staat de letterlijke vertaling van hetgeen door de onderzoeker ten aanzien van het betreffende beeld is vermeld in het rapport. Het hof gaat er vanuit - zoals ter zitting ook bevestigd - dat over deze feitelijke bevindingen ten aanzien van de beelden geen verschil van mening bestaat, maar wél over conclusies die de onderzoekers trekken op basis van deze bevindingen ten aanzien van de authenticiteit van de beelden. Ten aanzien van de beelden Q 1 tot en met 3 heeft [geïntimeerde 1] ter zitting in hoger beroep erkend dat deze (ook) in zijn visie als niet authentiek aangemerkt kunnen worden.
|
Beeld |
Materiaal |
Test |
Vindplaats rapport Producties Rb |
Resultaat |
Factuur |
|
A |
Steen |
CIRAM |
Productie 26 |
Moderne patinering en vervaardiging |
1 |
|
B |
Steen |
CIRAM |
Productie 25 |
Moderne patinering en vervaardiging |
1 |
|
C |
Terracotta |
Scantix |
2 stuks Productie 23, blz. 6 en 9 |
I. Geen bijzonderheden II. Geen bijzonderheden |
2 |
|
D |
Terracotta |
Scantix |
Productie 23, blz. 2 |
Moderne restauratie |
2 |
|
E |
Terracotta |
Scantix |
Productie 23, blz. 4 |
Semi-modern |
2 |
|
F |
Terracotta |
Scantix |
Productie 13, blz. 6 Zie ook USB, productie 14 |
Positie gewijzigd van de benen, bovenkant toont ook afwijkingen |
2 |
|
G |
Terracotta |
Scantix |
2 stuks Productie 13, blz. 5, productie 14 Productie 23, blz. 8 |
I. Positie gewijzigd van het hoofd de nek en de benen II. Positie gewijzigd van het hoofd de nek en de benen |
2 |
|
H |
Steen |
CIRAM PAN |
Productie 16, rapport 1 Productie 9 blz. 1 t/m 3 |
Moderne vervaardiging Geweigerd, niet van die periode |
2 |
|
I |
Terracotta |
Scantix |
Productie 13, blz. 1 |
Moderne samenstelling |
2 |
|
J |
Terracotta |
Scantix |
Productie 23, blz. 12 |
Diverse restauraties |
2 |
|
K |
Steen |
CIRAM |
Productie 27 |
Moderne patinering en vervaardiging |
3 |
|
L |
Steen |
CIRAM PAN |
Productie 16 rapport 3 Productie 9 blz. 4 t/m 6 |
Moderne vervaardiging Geweigerd, niet van die periode |
3 |
|
M |
Hout |
Niet onderzocht |
3 |
||
|
N |
Terracotta |
Niet onderzocht, want gratis verkreqen |
3 |
||
|
0 |
Steen |
CIRAM |
Productie 16 rapport 2 |
Moderne patinering en vervaardiging |
4 |
|
P |
Steen |
CIRAM |
Productie 28 |
Moderne patinering en vervaardiging |
4 |
|
Q |
Terracotta |
Scantix |
3 stuks Productie 13, blz. 4., Productie 10, blz 1 t/m 4 Zie ook USB, productie 14 Productie 13 blz. 3 Productie 10, blz. 5 t/m 9, Zie ook USB, productie 14 Productie 23, blz. 5 |
I. Kneeling dancer: moderne constructie II. Standing dancer: Moderne constructie III. Standing dancer: moderne constructie |
4 |
|
R |
Terracotta |
Scantix |
2 stuks Productie 23, blz. 1 Productie 23, blz. 3 |
I. Moderne constructie II. Moderne restauratie |
4 |
|
S |
Terracotta |
Scantix |
Productie 23, blz. 7 |
Moderne constructie |
4 |
|
T |
Terracotta |
Scantix |
2 stuks Productie 13, blz. 2 Productie 10, blz. 10 t/m 12 en, productie 14 |
I. Moderne constructie |
4 |
|
Productie 23, blz. 10 |
II. Moderne constructie |
||||
|
U |
terracotta |
Scantix |
Productie 13, blz. 7. Productie 12, Zie ook USB, productie 14 |
Moderne constructie |
4 |
|
V |
terracotta |
Scantix |
2 stuks Allebei productie 23, blz. 11 |
I. geen bijzonderheden II. geen bijzonderheden |
4 |
Het hof is voornemens een deskundige te benoemen teneinde (onder meer) de volgende vragen beantwoord te krijgen:
I. Gemeten naar de stand van het wetenschappelijk onderzoek op het moment van aankoop van de beelden (2017), welke onderzoeksmethoden bestonden er om de authenticiteit van de beelden vast te stellen (graag onderscheid maken tussen enerzijds de terracotta beelden en anderzijds de stenen beelden)?
II. Welke van de door u genoemde onderzoeksmethoden zijn volgens u het meest geschikt om de authenticiteit vast te stellen? Welke van deze onderzoeksmethoden waren in 2017 al gangbaar binnen de kunstwereld, in de zin dat zij al wel werden toegepast?
III. Welke van de door u onder I en II genoemde onderzoeksmethoden zijn nog niet uitgevoerd en kan/kunnen die alsnog worden uitgevoerd?
IV. Voor zover één of meer van de onder I en II genoemde onderzoeksmethoden wel zijn uitgevoerd, hadden die methoden ook in 2017 op dezelfde manier uitgevoerd kunnen worden en, zo nee, waarom niet?
V. Ervan uitgaande dat ten aanzien van alle beelden de garantie door de verkoper is afgegeven dat deze ‘genuine’ (authentiek) zijn, welke van de door u hiervoor onder I en II weergegeven onderzoeksmethoden zou een redelijk handelend verkoper van beelden als de onderhavige - zonder andersluidende afspraken tussen partijen – anno 2017 hebben moeten uitvoeren om die authenticiteit te kunnen garanderen?
VI. Afgaande op alle thans beschikbare onderzoeksresultaten, welke beelden kunnen naar uw mening als authentiek naar de stand van het wetenschappelijk onderzoek in 2017 worden aangemerkt?
VII. Wat is naar uw mening de reden dat de toelatingscommissie van PAN in 2018 de twee stenen beelden heeft geweigerd?
VIII. Geeft uw onderzoek voorts nog aanleiding tot opmerkingen?
Het hof is voornemens de deskundige te verzoeken zijn kosten te begroten inclusief het door hem/haar in rekening te brengen voorschot, waarvan ieder der partijen de helft in rekening zal worden gebracht.
De zaak zal verwezen worden naar de rol van 26 september 2023 voor het gelijktijdig nemen van een akte door beide partijen waarin zij zich dienen uit te laten over de volgende onderwerpen:-tenminste drie namen van deskundigen die zij wel benoemd wensen te zien en eventuele namen van deskundigen die zij niet benoemd wensen te zien, met per deskundige een motivatie waarom wel/niet;-een reactie op de door het hof geformuleerde vragen en eventuele aanvullende vragen die zij gesteld wensen te zien;-een eventuele reactie op het voornemen van het hof ten aanzien van het voorschot;-welke stukken zij wensen dat het hof aan de deskundige ter beschikking stelt.
In principaal appel overigens (grieven 2 tot en met 6 en aanvullende grondslag) en in incidenteel appel
Het hof zal de behandeling van de zaak aanhouden in afwachting van het deskundigenbericht.
4 Beslissing
Het hof:
in principaal appel
verwijst de zaak naar de rol van 26 september 2023voor het gelijktijdig nemen van een akte door beide partijen zoals hiervoor onder 3.15 bedoeld;
houdt iedere verdere beslissing aan;
in incidenteel appel
houdt iedere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. T.S. Pieters, H.T. van der Meer en F.J. van der Poel en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 1 augustus 2023.