ECLI:NL:CRVB:2026:1326

Datum uitspraak
06-10-2026
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Zaaknummer
23/2979 BBZ-S
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

De Raad wijst het verzoek om schadevergoeding af. Bij zeer gering financieel belang wordt geen schadevergoeding toegekend en kan worden volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

23/2979 BBZ-S

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade.

Partijen:

[verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)

college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college)

Datum uitspraak: 6 oktober 2026

SAMENVATTING

In deze zaak wijst de Raad een verzoek om schadevergoeding in verband met overschrijding van de redelijke termijn af. De redelijke termijn is weliswaar met twee dagen overschreden, maar volstaan wordt met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden.

PROCESVERLOOP

Verzoeker heeft het college met een brief van 25 augustus 2022 in gebreke gesteld in verband met het niet tijdig beslissen op een aanvraag om bijstand op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004.

Met een besluit van 29 augustus 2022, na bezwaar gehandhaafd met een besluit van 13 januari 2023 (bestreden besluit), heeft het college beslist dat verzoeker niet in aanmerking komt voor een dwangsom omdat het college met een besluit van 16 juni 2022 al op de aanvraag heeft beslist.

Het tegen het bestreden besluit ingestelde beroep heeft de rechtbank Rotterdam met een uitspraak van 11 september 2023, 23/1193, ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft mr. S. van der Eijk, advocaat, namens verzoeker hoger beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar een enkelvoudige kamer.

Op 15 september 2026 heeft mr. Van der Eijk per e-mailbericht namens verzoeker het hoger beroep ingetrokken en meegedeeld dat de later die dag geplande zitting bij de enkelvoudige kamer niet hoeft door te gaan. Gelijktijdig heeft mr. Van der Eijk namens verzoeker de Raad verzocht om vergoeding van schade ten gevolge van het overschrijden van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

OVERWEGINGEN

1.1.

De Raad wijst het verzoek om schadevergoeding af. Hierna legt de Raad uit hoe hij tot dit oordeel komt.

1.2.

Een bestuursrechtelijke procedure moet binnen een redelijke termijn worden afgerond. De redelijke termijn is voor een procedure in drie instanties in zaken zoals deze in beginsel niet overschreden als die procedure in haar geheel niet langer dan vier jaar heeft geduurd. De behandeling in bezwaar mag ten hoogste een half jaar duren, de behandeling van het beroep ten hoogste anderhalf jaar en de behandeling van het hoger beroep ten hoogste twee jaar, terwijl doorgaans geen sprake is van een te lange behandelingsduur in de rechterlijke fase in haar geheel als deze niet meer dan drie en een half jaar heeft geduurd.

1.3.

In het geval van verzoeker geldt dat vanaf het op 14 september 2022 ontvangen bezwaar tegen het besluit van 29 augustus 2022 tot aan de intrekking van het hoger beroep op 15 september 2026, vier jaar en twee dagen zijn verstreken. In de zaak zelf noch in de opstelling van verzoeker zijn aanknopingspunten te vinden voor het oordeel dat in dit geval de totale lengte van de procedure meer dan vier jaar zou mogen bedragen. De redelijke termijn is dus met twee dagen overschreden. De overschrijding van de redelijke termijn heeft plaatsgevonden in de rechterlijke fase.

1.4.

In beginsel is een vergoeding gepast van € 500,- per half jaar of gedeelte daarvan, waarmee de redelijke termijn is overschreden.1De Raad ziet in het onderhavige geval aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken. Hiertoe is het volgende van belang.

1.5.

In zaken waarin de redelijke termijn voor berechting is overschreden, wordt als regel – dat wil zeggen behoudens bijzondere omstandigheden – verondersteld dat de belanghebbende immateriële schade heeft geleden in de vorm van spanning en frustratie. Bij een geschil over een zeer gering financieel belang is sprake van een bijzondere omstandigheid en mag worden verondersteld dat de lange duur van de procedure niet of nauwelijks tot spanning en frustratie bij de belanghebbende heeft geleid. Om die reden hoeft bij geschillen met een gering financieel belang geen schade te worden toegekend en kan worden volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden. De Raad heeft dit inmiddels meermalen geoordeeld.2Bij het vaststellen van het financiële belang wordt geen rekening gehouden met het belang dat is gemoeid met nevenbeslissingen van bestuursorganen en rechters, zoals bijvoorbeeld beslissingen over de verschuldigdheid van een dwangsom wegens niet tijdig beslissen. Dat geldt ook indien in hoger beroep een dergelijke nevenbeslissing mede of uitsluitend in geschil is.3

1.6.

De met de intrekking van het hoger beroep geëindigde procedure ging alleen over het vaststellen van de verschuldigdheid en de hoogte van een dwangsom vanwege het niet tijdig beslissen op een aanvraag. Dit betekent, gelet op 1.5, dat verzoeker geen in aanmerking te nemen financieel belang heeft en dat mag worden verondersteld dat de lange duur van de procedure niet of nauwelijks tot spanning en frustratie bij verzoeker heeft geleid. De Raad volstaat daarom met de constatering dat de redelijke termijn met twee dagen is overschreden.

1.7.

Omdat het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen krijgt verzoeker geen vergoeding voor zijn proceskosten.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door P.W. van Straalen in tegenwoordigheid van A.T. Dannenberg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 oktober 2026.

(getekend) P.W. van Straalen

(getekend) A.T. Dannenberg

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »