Artikel 33 Uitvoeringswet AVG

Lid 1

Gelet op artikel 10 van de verordening mogen persoonsgegevens van strafrechtelijke aard worden verwerkt, indien:

  1. de verwerking geschiedt door organen die krachtens de wet zijn belast met de toepassing van het strafrecht, dan wel door verwerkingsverantwoordelijken die deze hebben verkregen krachtens de Wet politiegegevens of de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens;

  2. de verwerking geschiedt door en ten behoeve van publiekrechtelijke samenwerkingsverbanden van verwerkingsverantwoordelijken of groepen van verwerkingsverantwoordelijken, indien:

    1. de verwerking noodzakelijk is voor de uitvoering van de taak van deze verwerkingsverantwoordelijken of groepen van verwerkingsverantwoordelijken; en

    2. bij de uitvoering is voorzien in zodanige waarborgen dat de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene niet onevenredig wordt geschaad; of

  3. de verwerking noodzakelijk is in aanvulling op de verwerking van gegevens over gezondheid, bedoeld in artikel 30, derde lid, aanhef en onderdeel a, met het oog op een goede behandeling of verzorging van de betrokkene.

Lid 2

Persoonsgegevens van strafrechtelijke aard mogen worden verwerkt door de verwerkingsverantwoordelijke die deze gegevens ten eigen behoeve verwerkt:

  1. ter beoordeling van een verzoek van betrokkene om een beslissing over hem te nemen of aan hem een prestatie te leveren; of

  2. ter bescherming van zijn belangen, voor zover het gaat om strafbare feiten die zijn of op grond van feiten en omstandigheden naar verwachting zullen worden gepleegd jegens hem of jegens personen die in zijn dienst zijn.

Lid 3

Persoonsgegevens van strafrechtelijke aard over personeel in dienst van de verwerkingsverantwoordelijke mogen uitsluitend worden verwerkt, indien dit geschiedt overeenkomstig regels die zijn vastgesteld in overeenstemming met de procedure bedoeld in de Wet op de ondernemingsraden.

Lid 4

Persoonsgegevens van strafrechtelijke aard mogen ten behoeve van derden worden verwerkt:

  1. door verwerkingsverantwoordelijken die optreden krachtens een vergunning op grond van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus;

  2. indien deze derde een rechtspersoon is die in dezelfde groep is verbonden als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek; of

  3. indien de Autoriteit persoonsgegevens met inachtneming van het vijfde lid een vergunning voor de verwerking heeft verleend.

Lid 5

Persoonsgegevens van strafrechtelijke aard mogen worden verwerkt indien de verwerking noodzakelijk is voor een door een accountant te verrichten bij wettelijk voorschrift voorgeschreven opdracht.

Lid 6

Een vergunning als bedoeld in het vierde lid, onderdeel c, kan slechts worden verleend, indien de verwerking noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend belang van derden en bij de uitvoering is voorzien in zodanige waarborgen dat de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene niet onevenredig wordt geschaad. Aan de vergunning kunnen voorschriften worden verbonden.

Wordt genoemd in:

Recente uitspraken

Art. 33 UAVG is sinds 2021 in 9 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden, Rb. Midden-Nederland en Hof Den Haag.

  • ECLI:NL:GHARL:2023:9394 — 07-11-2023 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Hoger beroep in kort geding. De bank mocht de persoonsgegevens registreren in het IR, EVR en IVR. Verzoek om verwijdering alsnog afgewezen, omdat niet is aangevoerd dat nu nog sprake is van hinder door deze registraties. Geen belang meer bij instandhouding van de bankrelatie.
  • ECLI:NL:GHDHA:2023:1262 — 11-07-2023 Hof Den Haag
    Opname in de incidentenregisters wegens fungeren als geldezel in overeenstemming met AVG. Matiging van de duur van de opname, proportionaliteit.
  • ECLI:NL:GHARL:2023:3598 — 02-05-2023 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Ziggo is verplicht om een waarschuwingsbrief van Brein door te sturen naar haar klant via wiens IP-adres een bibliotheek met e-books online toegankelijk is voor internetgebruikers en als dat nodig is, de NAW-gegevens van deze klant aan Brein te verstrekken. Zowel Ziggo als Brein…
  • ECLI:NL:GHARL:2022:8676 — 11-10-2022 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Geen juridische grondslag die Ziggo verplicht om waarschuwingsbrieven van Stichting Brein door te sturen; geen grondslag voor Ziggo om strafrechtelijke persoonsgegevens te verwerken; art. 10 AVG; art. 32 en 33 UAVG;
  • ECLI:NL:RBOBR:2025:3519 — 14-05-2025 Rb. Oost-Brabant
    Contradictor. Incident. Vordering voorlopige voorziening. Verzekeringszaak. Schending mededelingsplicht door de verzekerde bij aangaan verzekering. De verzekeraar heeft als sanctie onder meer de naam van verzekerde opgenomen in interne en externe registers. In een bindend advies…

Bekijk alle 9 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.