Artikel 97 Wet op de rechterlijke organisatie

Lid 1

Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de financiering van de rechtspraak. Daartoe behoren in elk geval regels betreffende:

  1. de objectieve meting van de werklast bij de gerechten;

  2. de vergoeding van de gerechtskosten;

  3. de voorschriften die aan de financiering kunnen worden verbonden in verband met de activiteiten van de gerechten en de daaraan verbonden werklast;

  4. de wijze waarop bij de financiering rekening kan worden gehouden met de naleving van de in onderdeel c bedoelde voorschriften in de voorafgaande periode;

  5. het door de Raad en de gerechten toe te passen begrotingsstelsel.

Lid 2

Voordat een voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt gedaan, stelt Onze Minister de Raad in de gelegenheid schriftelijk zijn zienswijze kenbaar te maken. In de nota van toelichting bij de algemene maatregel van bestuur wordt aangegeven in hoeverre en op welke gronden van de zienswijze van de Raad is afgeweken.

Lid 3

De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is voorgelegd.

Lid 4

In het verslag, bedoeld in artikel 104, eerste lid, besteedt de Raad aandacht aan de wijze waarop de algemene maatregel van bestuur is toegepast. Daarbij geeft de Raad aan op welke wijze de toepassing van de regeling zich verhoudt tot de kwaliteit van de taakuitvoering door de gerechten en doet hij zo nodig voorstellen tot wijziging.

Dit artikel verwijst naar:

Recente uitspraken

Art. 97 RO is sinds 2021 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam.

  • ECLI:NL:RBAMS:2021:5700 — 28-09-2021 Rb. Amsterdam
    Curator vs. Bank, betaling compensatie/veroordeling bank tot doen van nieuw UHK aanbod. Verrekening art. 53 Fw? Sprake van aanbod/aanvaarding? Civiele rechter treedt niet in uitvoering UHK - geen derdenbeding, rechtsvacuüm of R&B. Geen prejudiciële vragen.
  • ECLI:NL:RBAMS:2021:360 — 03-02-2021 Rb. Amsterdam
    Het Uniform Herstelkader Rentederivaten MKB bevat geen derdenbeding en is evenmin recht in de zin van artikel 97 Wet RO. Afwijzing vorderingen curator.

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.