Artikel 62a Wet op de rechterlijke organisatie
Lid 1
Onze Minister kan, gehoord de Raad, een gerechtshof of meerdere gerechtshoven aanwijzen waarvan de zittingsplaatsen onderscheidenlijk overige zittingsplaatsen ten behoeve van een in de aanwijzing te bepalen categorie of categorieën van zaken tijdelijk mede worden aangemerkt als zittingsplaatsen onderscheidenlijk overige zittingsplaatsen van een ander gerechtshof, indien dit noodzakelijk is als gevolg van gebrek aan voldoende zittingscapaciteit binnen het ressort waarin dat andere gerechtshof is gelegen.
Lid 2
In de aanwijzing bepaalt Onze Minister voor welke periode de aanwijzing geldt. De aanwijzing geldt ten hoogste drie jaren en kan eenmaal worden verlengd voor de duur van ten hoogste een jaar.
Lid 3
Indien de aanwijzing betrekking heeft op strafzaken vindt de aanwijzing niet plaats dan nadat Onze Minister daarover het College van procureurs-generaal heeft gehoord.
Lid 4
De aanwijzing wordt gepubliceerd in de Staatscourant.
Lid 5
Het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een verlenging van de aanwijzing.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 62a RO is sinds 2019 in 4 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Den Haag.
- ECLI:NL:GHDHA:2026:176 — 04-02-2026 Hof Den Haag
Cyberkamer. Via spammail en valse berichten op het internet verspreiden van malware waarmee computers werden geïnfecteerd om met name inloggegevens te verkrijgen. Met die inloggegevens werd vervolgens toegang verkregen tot bankrekeningen, waarna geld werd overgemaakt naar… - ECLI:NL:GHDHA:2020:1829 — 01-10-2020 Hof Den Haag
Gepubliceerd n.a.v. ECLI:NL:HR:2023:233. - ECLI:NL:GHDHA:2020:791 — 20-03-2020 Hof Den Haag
Winkeldiefstal bij Zeeman en diefstal samen met anderen bij Kruidvat (art. 310 Sr en art. 311 Sr). Niet ondertekend proces-verbaal van aangifte en de bijbehorende bijlage kunnen voor het bewijs worden gebruikt als ‘andere geschriften’ in de zin van artikel 344 lid 1 sub 5 Sv.… - ECLI:NL:GHDHA:2019:3728 — 16-12-2019 Hof Den Haag
Vrijspraak bedreiging (art. 285 Sr). Op grond van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep en de inhoud van het dossier is het hof van oordeel dat de ten laste gelegde uitlatingen in de gegeven context niet van dien aard zijn en onder zodanige omstandigheden zijn gedaan…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.