Artikel 126 Wet op de rechterlijke organisatie
Lid 1
De uitoefening van een of meer bevoegdheden van de hoofdofficier van justitie, de plaatsvervangend hoofdofficier van justitie, de senior officier van justitie A, de senior officier van justitie, de officier van justitie, de substituut-officier van justitie, de officier enkelvoudige zittingen, de landelijk hoofdadvocaat-generaal, de hoofdadvocaat-generaal, de senior advocaat-generaal en de advocaat-generaal kan worden opgedragen aan een andere bij het parket werkzame ambtenaar voor zover het hoofd van het parket daarmee heeft ingestemd.
Lid 2
De opgedragen bevoegdheid wordt in naam en onder verantwoordelijkheid van de rechterlijk ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, uitgeoefend.
Lid 3
De uitoefening van een bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid, kan niet aan een andere bij het parket werkzame ambtenaar worden opgedragen indien de regeling waarop de bevoegdheid steunt of de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. Daarvan is in elk geval sprake voor zover het gaat om het optreden ter terechtzitting in strafzaken en de toepassing van de dwangmiddelen als bedoeld in Titel IV van het Eerste Boek van het Wetboek van Strafvordering.
Lid 4
Bij algemene maatregel van bestuur worden omtrent de toepassing van dit artikel nadere regels gesteld.
Recente uitspraken
Art. 126 RO is sinds 2000 in 25 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Rb. Overijssel en Hof Amsterdam.
- ECLI:NL:HR:2025:455 — 08-04-2025 Hoge Raad
Cassatie in het belang van de wet. Beslissing Pr op bezwaarschrift tegen kennisgeving OvJ tot omzetting van taakstraf in vervangende hechtenis, art. 6:6:23.1 Sv. 1. Eisen aan kenbaarheid van rechtsgeldigheid omzettingsbeslissing OvJ. Moet uit processtuk blijken dat aan… - ECLI:NL:HR:2019:972 — 18-06-2019 Hoge Raad
Beklag, beslag ex art. 94 Sv onder klager op een scooter. Art. 23.2 Sv brengt mee dat klager had moeten worden opgeroepen voor de behandeling van het namens hem ingediende klaagschrift in de raadkamer. Uit de stukken kan niet van zo een oproeping blijken, zodat ervan moet worden… - ECLI:NL:HR:2017:2256 — 05-09-2017 Hoge Raad
Geen afschrift dagvaarding in e.a. verzonden naar raadsman. Kan rechtsbijstand worden afgeleid uit verzetschrift tegen strafbeschikking van raadsman? Art. 39 (oud) en 51 (oud) Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2000:ZD2182, ECLI:NL:HR:2015:3320 en… - ECLI:NL:HR:2013:947 — 15-10-2013 Hoge Raad
OM-cassatie. N-o verklaring OM in de vervolging. HR herhaalt toepasselijke overweging uit ECLI:NL:HR:2012:BX4280 m.b.t. het opportuniteitsbeginsel. Deze overweging geldt ook voor de ex art. 126 RO door de politieparketsecretaris krachtens mandaat uitgeoefende bevoegdheid. Het… - ECLI:NL:HR:2011:BO9834 — 07-06-2011 Hoge Raad
Art. 410.1 Sv, art. 126 RO, art. 2 Besluit reorganisatie openbaar ministerie en instelling landelijk parket. Ontbreken handtekening van de OvJ op appelschriftuur. De wet stelt niet de eis dat een appelschriftuur door de indiener daarvan is ondertekend. In het licht van de…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.