Hoofdstuk XV. Slotbepalingen

Artikel 42

Mate van harmonisatie

1.

In zoverre deze richtlijn geharmoniseerde bepalingen bevat, mogen de lidstaten in hun nationale wetgeving geen bepalingen handhaven of invoeren die afwijken van die welke in deze richtlijn zijn opgenomen, tenzij anders bepaald in deze richtlijn.

2.

In afwachting van verdere harmonisatie geldt dat een lidstaat die gebruikmaakt van de regelgevingsopties bedoeld in artikel 2, leden 5 tot en met 8, artikel 8, lid 8, artikel 14, leden 2 en 3, artikel 16, leden 4 en 6, artikel 18, lid 11, artikel 24, lid 5, artikel 25, lid 6, artikel 26, leden 4 en 8, artikel 29, lid 4, artikel 31, lid 2, artikel 32, leden 4 en 5, artikel 35, leden 3 en 4, artikel 37, lid 3, en artikel 41, lid 9, de Commissie onverwijld in kennis stelt hiervan en van eventuele latere wijzigingen. De Commissie stelt deze informatie beschikbaar voor het publiek via een website of op een andere gemakkelijk toegankelijke wijze. De lidstaten nemen ook passende maatregelen om deze informatie te verspreiden onder nationale kredietgevers, kredietbemiddelaars en consumenten.

Artikel 43

Dwingend karakter van deze richtlijn

1.

De lidstaten zorgen ervoor voor dat de consument geen afstand kan doen van de rechten die hem of haar worden toegekend krachtens de nationale maatregelen tot omzetting van deze richtlijn.

2.

De lidstaten zorgen ervoor voor dat de bepalingen die zijn vastgesteld tot omzetting van deze richtlijn, niet kunnen worden omzeild door de wijze waarop overeenkomsten worden geformuleerd.

Artikel 44

Sancties

1.

De lidstaten stellen de regels vast inzake de sancties die gelden voor inbreuken op de ter uitvoering van deze richtlijn vastgestelde nationale bepalingen, en nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze sancties worden toegepast. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk iop 20 november 2026 van die voorschriften en maatregelen in kennis en delen haar onverwijld alle latere wijzigingen daarvan mee.

2.

De lidstaten zorgen ervoor dat wanneer er sancties moeten worden opgelegd overeenkomstig artikel 21 van Verordening (EU) 2017/2394, zij de mogelijkheid inhouden om ofwel boeten op te leggen via administratieve procedures, ofwel een rechtszaak in te leiden voor het opleggen van boeten, ofwel beide.

3.

De lidstaten bepalen dat de bevoegde autoriteiten elke administratieve sanctie wegens schending van de uit hoofde van deze richtlijn vastgestelde bepalingen openbaar kunnen maken, tenzij dit ernstig gevaar zou opleveren voor de financiële markten of de betrokkenen onevenredig zou schaden.

Artikel 45

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.

De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.

De in artikel 30, lid 5, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van 19 november 2023. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

3.

Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 30, lid 5, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.

Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.

5.

Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.

Een overeenkomstig artikel 30, lid 5, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 46

Evaluatie en toezicht

1.

Uiterlijk op 20 november 2029 en daarna om de vier jaar evalueert de Commissie deze richtlijn. De evaluatie omvat:

a) 

een beoordeling van de vraag of het toepassingsgebied van deze richtlijn passend blijft met betrekking tot kredietovereenkomsten die gewaarborgd worden door niet voor bewoning bestemde onroerende goederen;

b) 

een beoordeling van de in artikel 2, lid 2, punt c), en in bijlage III, deel II, vastgelegde drempels en van de percentages die voor de berekening van de vergoeding bij vervroegde aflossing als bedoeld in artikel 29, lid 2, worden gebruikt, in het licht van de economische ontwikkelingen in de Unie en de situatie op de betrokken markt;

c) 

een analyse van de ontwikkeling van de markt voor consumentenkredieten die de groene transitie ondersteunen, en een beoordeling van de noodzaak van verdere maatregelen met betrekking tot dergelijke kredieten, en

d) 

een beoordeling van de uitvoering van artikel 44, leden 1 en 2, en met name van de doeltreffendheid en de afschrikkende werking van de krachtens dat artikel opgelegde sancties.

2.

Uiterlijk op 20 november 2025 beoordeelt de Commissie of het noodzakelijk is consumenten te beschermen die lenen en beleggen via crowdfundingplatforms zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2020/1503, indien die platforms niet als kredietgever of kredietbemiddelaar optreden maar kredietverlening tussen consumenten faciliteren.

3.

De Commissie houdt meer bepaald toezicht op de gevolgen van het bestaan van de in artikel 42 bedoelde regelgevingsopties betreffende de werking van de interne markt en de consumenten.

4.

De Commissie deelt de resultaten van de in de leden 1, 2 en 3 bedoelde evaluatie en beoordeling mee aan het Europees Parlement en de Raad, eventueel samen met een wetgevingsvoorstel.

Artikel 47

Intrekking en overgangsbepalingen

Richtlijn 2008/48/EG wordt ingetrokken met ingang van 20 november 2026.

Niettegenstaande de eerste alinea blijft Richtlijn 2008/48/EG van toepassing op kredietovereenkomsten die op 20 november 2026 bestaan tot de beëindiging ervan.

De artikelen 23 en 24, artikel 25, lid 1, tweede zin, artikel 25, lid 2, en de artikelen 28 en 39 zijn echter van toepassing op alle kredietovereenkomsten met onbepaalde looptijd die bestaan op 20 november 2026.

Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijn gelden als verwijzingen naar deze richtlijn en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage IV.

Artikel 48

Omzetting

1.

De lidstaten dienen uiterlijk 20 november 2025 de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken die nodig zijn om aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onmiddellijk mee.

Zij passen die bepalingen toe vanaf 20 november 2026.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.

De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 49

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 50

Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.