Hoofdstuk IV. Uitvoering van de pakketreis
Artikel 13
Verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de pakketreis
De lidstaten zorgen ervoor dat de organisator aansprakelijk is voor de uitvoering van de reisdiensten waarop de pakketreisovereenkomst betrekking heeft, ongeacht of deze diensten door de organisator of door andere dienstverleners worden verricht.
De lidstaten kunnen in hun nationaal recht bepalingen handhaven of invoeren op grond waarvan ook de doorverkoper voor de uitvoering van de pakketreis verantwoordelijk is. In dat geval zijn de bepalingen van artikel 7 en van hoofdstuk III, dit hoofdstuk en hoofdstuk V die op de organisator van toepassing zijn, ook van overeenkomstige toepassing op de doorverkoper.
De reiziger stelt de organisator onverwijld, rekening houdend met de omstandigheden van het geval, in kennis van een eventuele non-conformiteit die hij tijdens de uitvoering van een in de pakketreisovereenkomst opgenomen reisdienst heeft geconstateerd.
Indien een of meer reisdiensten niet conform de pakketreisovereenkomst worden uitgevoerd, zorgt de organisator dat de non-conformiteit wordt verholpen, tenzij dat:
onmogelijk is; of
onevenredig hoge kosten met zich brengt, rekening houdend met de mate van non-conformiteit en de waarde van de desbetreffende reisdiensten.
Indien de organisator de non-conformiteit niet overeenkomstig de eerste alinea, onder a) of b), van dit lid, verhelpt, is artikel 14 van toepassing.
Onverminderd de uitzonderingen in lid 3, heeft de reiziger, indien de organisator de non-conformiteit niet binnen een door de reiziger bepaalde redelijke termijn verhelpt, de mogelijkheid dit zelf te doen en om terugbetaling van de nodige uitgaven te verzoeken. Het is niet nodig dat de reiziger een termijn bepaalt indien de organisator weigert de non-conformiteit te verhelpen, of indien deze onmiddellijk moet worden verholpen.
Indien een aanzienlijk deel van de diensten, daaronder begrepen de terugkeer van de reiziger naar de plaats van vertrek, niet kan worden verricht zoals overeengekomen in de pakketreisovereenkomst, biedt de organisator, zonder bijkomende kosten voor de reiziger, met het oog op de voortzetting van de pakketreis geschikte alternatieve arrangementen aan van, indien mogelijk, gelijkwaardige of hogere kwaliteit dan die welke in de overeenkomst is bepaald.
Indien de voorgestelde alternatieve arrangementen leiden tot een pakketreis van lagere kwaliteit dan in de pakketreisovereenkomst is bepaald, verleent de organisator de reiziger een passende prijsverlaging.
De reiziger kan de voorgestelde alternatieve arrangementen slechts afwijzen indien zij niet vergelijkbaar zijn met hetgeen in de pakketreisovereenkomst is afgesproken, of indien de toegekende prijsverlaging ontoereikend is.
Indien de non-conformiteit aanzienlijke gevolgen heeft voor de uitvoering van de pakketreis en de organisator deze niet binnen een door de reiziger bepaalde redelijke termijn heeft verholpen, kan de reiziger de pakketreisovereenkomst zonder betaling van een beëindigingsvergoeding beëindigen en, in voorkomend geval, om conform artikel 14 een prijsverlaging en een schadevergoeding verzoeken.
Indien er geen alternatieve arrangementen kunnen worden aangeboden of de reiziger deze overeenkomstig lid 5, derde alinea, van dit artikel verwerpt, heeft de reiziger, in voorkomend geval, conform artikel 14 recht op prijsverlaging of schadevergoeding ook zonder beëindiging van de pakketreisovereenkomst.
Indien de pakketreis personenvervoer omvat, voorziet de organisator in de in de eerste en tweede alinea bedoelde gevallen ook in repatriëring van de reiziger met gelijkwaardig vervoer, onverwijld en zonder bijkomende kosten voor de reiziger.
Indien er, als gevolg van onvermijdbare en buitengewone omstandigheden, niet kan worden gezorgd voor de terugkeer van de reiziger zoals afgesproken in de pakketreisovereenkomst, zijn de kosten van de nodige accommodatie, indien mogelijk van een gelijkwaardige categorie, voor ten hoogste drie overnachtingen per reiziger, voor rekening van de organisator. Indien de toepasselijke Uniewetgeving inzake passagiersrechten voor het desbetreffende vervoersmiddel voor de terugkeer van de reiziger in langere termijnen voorziet, zijn deze van toepassing.
De in lid 7 van dit artikel beschreven beperking van de kosten is niet van toepassing op personen met beperkte mobiliteit in de zin van artikel 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 1107/2006, noch op personen die hen begeleiden, zwangere vrouwen en alleenreizende minderjarigen, en personen die specifieke medische bijstand behoeven, mits de organisator ten minste 48 uur voor het begin van de pakketreis in kennis is gesteld van hun bijzondere behoeften. De organisator mag zich niet beroepen op onvermijdbare en buitengewone omstandigheden om aansprakelijkheid uit hoofde van lid 7 van dit artikel te beperken indien de betrokken vervoerder zich daarop krachtens het toepasselijke recht van de Unie niet kan beroepen.
Artikel 14
Prijsverlaging en schadevergoeding
De lidstaten zien erop toe dat de reiziger recht heeft op een passende prijsverlaging voor iedere periode waarin er sprake was van non-conformiteit, tenzij de organisator bewijst dat de non-conformiteit aan de reiziger toe te schrijven is.
De reiziger heeft recht op passende schadevergoeding van de organisator voor alle schade die hij oploopt als gevolg van non-conformiteit. De schadevergoeding wordt onverwijld uitbetaald.
De reiziger heeft geen recht op schadevergoeding indien de organisator aantoont dat de non-conformiteit te wijten is aan:
de reiziger;
een derde die niet bij de uitvoering van de in de pakketreisovereenkomst begrepen reisdiensten is betrokken, en de non-conformiteit niet kon worden voorzien of voorkomen; of
onvermijdbare en buitengewone omstandigheden.
Voor zover internationale verdragen waarbij de Unie partij is, grenzen stellen aan de voorwaarden waaronder dienstverleners die reisdiensten verlenen die deel uitmaken van een pakketreis, schadevergoeding moeten betalen, of aan de hoogte van die schadevergoeding, gelden die grenzen ook voor de organisator. Voor zover internationale verdragen waarbij de Unie geen partij is, grenzen stellen aan schadevergoedingen die door een dienstverlener moeten worden betaald, kunnen de lidstaten overeenkomstige grenzen stellen aan de schadevergoeding die door de organisator moet worden betaald. In andere gevallen kan in de pakketreisovereenkomst de schadevergoeding die de organisator moet betalen, worden beperkt, behalve voor persoonlijk letsel of opzettelijk dan wel door nalatigheid veroorzaakte schade, en mits zij ten minste driemaal de totale reissom van de pakketreis bedraagt.
Elk recht op schadevergoeding of prijsverlaging uit hoofde van deze richtlijn laat de rechten van reizigers uit hoofde van Verordening (EG) nr. 261/2004, Verordening (EG) nr. 1371/2007, Verordening (EG) nr. 392/2009 van het Europees Parlement en de Raad (), Verordening (EU) nr. 1177/2010 en Verordening (EU) nr. 181/2011, en internationale verdragen onverlet. Reizigers hebben het recht krachtens deze richtlijn en die verordeningen en internationale overeenkomsten vorderingen in te dienen. De schadevergoeding of prijsverlaging uit hoofde van deze richtlijn en de uit hoofde van die verordeningen en internationale overeenkomsten toegekende compensatie of prijsverlaging worden met elkaar verrekend om te voorkomen dat te veel schadevergoeding wordt uitgekeerd.
De verjaringstermijn voor het indienen van vorderingen op grond van dit artikel is minimaal twee jaar.
Artikel 15
Mogelijkheid om contact op te nemen met de organisator via de doorverkoper
Onverminderd artikel 13, lid 1, tweede alinea, zien de lidstaten erop toe dat de reiziger berichten, verzoeken of klachten in verband met de uitvoering van de pakketreis rechtstreeks kan richten tot de doorverkoper bij wie hij de reis heeft gekocht. De doorverkoper geeft deze berichten, verzoeken of klachten onverwijld aan de organisator door.
Om te beoordelen of de in de eerste alinea bedoelde berichten, verzoeken of klachten binnen de gestelde termijn of de verjaringstermijn zijn ingediend, wordt de inontvangstneming door de doorverkoper beschouwd als inontvangstneming door de organisator.
Artikel 16
Verplichting bijstand te bieden
De lidstaten zorgen ervoor dat de organisator onverwijld passende bijstand biedt aan reizigers die in moeilijkheden, daaronder begrepen de in artikel 13, lid 7, bedoelde omstandigheden, verkeren, in het bijzonder door:
adequate informatie te verstrekken over medische diensten, plaatselijke autoriteiten en consulaire bijstand; en
de reiziger te helpen bij het gebruik van communicatie op afstand en bij het vinden van alternatieve reisarrangementen.
Indien de moeilijkheden het gevolg zijn van opzet of nalatigheid van de reiziger kan de organisator voor dergelijke bijstand een redelijke vergoeding vragen. Die vergoeding bedraagt in geen geval meer dan de werkelijke kosten voor de organisator.