Artikel 12 Richtlijn oneerlijke handelspraktijken (2005/29/EG)
Rechterlijke en administratieve instanties: staving van beweringen
De lidstaten verlenen de rechterlijke of administratieve instanties bevoegdheden om, tijdens de in artikel 11 bedoelde civielrechtelijke of administratieve procedure,
te eisen dat de handelaar bewijzen aandraagt voor de juistheid van de feitelijke beweringen in verband met een handelspraktijk indien, met inachtneming van de rechtmatige belangen van de handelaar en van elke andere partij bij de procedure, die eis passend lijkt, gelet op de omstandigheden van de zaak in kwestie,
en
feitelijke beweringen als onjuist te beschouwen, indien de overeenkomstig het bepaalde onder a) geëiste bewijzen niet worden aangedragen of door de rechterlijke of administratieve instantie onvoldoende worden geacht.
Geconsolideerde tekst van 27-09-2026 (bron: EUR-Lex). Juridisch bindend is alleen de tekst in het Publicatieblad van de EU.