Artikel 44a Politiewet 2012

Lid 1

Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. ambtenaar van politie: de ambtenaar van politie, bedoeld in artikel 2, onder a, b of c;

  2. bevoegd gezag:

    1. Onze Minister, voor zover het betreft de korpschef;

    2. de korpschef, voor zover het betreft de ambtenaar van politie, met uitzondering van de korpschef;

  3. bezoldiging:

    1. de bedragen – onder de benaming bezoldiging of welke benaming ook – waarop de ambtenaar als zodanig uit hoofde van zijn dienstbetrekking aanspraak heeft;

    2. de bedragen – onder de benaming pensioen, wachtgeld, uitkering of welke benaming ook – waarop de gewezen ambtenaar als zodanig uit hoofde van zijn vroegere dienstbetrekking aanspraak heeft of waarop zijn nagelaten betrekkingen uit hoofde van zijn overlijden aanspraak hebben.

Lid 2

Voor de toepassing van de artikelen 47b en 47c en de paragrafen 3.5.2. en 3.5.3. wordt mede verstaan onder ambtenaar van politie: de nagelaten betrekkingen van een ambtenaar van politie die uit hoofde van zijn overlijden pensioen genieten.