Artikel 68 Penitentiaire beginselenwet

Lid 1

De uitspraak van de beklagcommissie strekt tot gehele of gedeeltelijke:

  1. niet-ontvankelijkverklaring van het beklag;

  2. ongegrondverklaring van het beklag;

  3. gegrondverklaring van het beklag.

Lid 2

Indien de beklagcommissie van oordeel is dat de beslissing waarover is geklaagd:

  1. in strijd is met een in de inrichting geldend wettelijk voorschrift of een een ieder verbindende bepaling van een in Nederland geldend verdrag, dan wel

  2. bij afweging van alle in aanmerking komende belangen, waaronder de veiligheid van de samenleving en de belangen van slachtoffers en nabestaanden, onredelijk of onbillijk moet worden geacht, verklaart zij het beklag gegrond en vernietigt zij de beslissing geheel of gedeeltelijk.

Lid 3

Bij toepassing van het tweede lid kan de beklagcommissie:

  1. de directeur opdragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van haar uitspraak;

  2. bepalen dat haar uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde beslissing;

  3. volstaan met de gehele of gedeeltelijke vernietiging.

Lid 4

Bij toepassing van het derde lid, onder a, kan de beklagcommissie in haar uitspraak een termijn stellen.

Lid 5

De beklagcommissie kan bepalen dat de uitspraak buiten werking blijft totdat deze onherroepelijk is geworden.

Lid 6

Indien het tweede lid toepassing vindt, worden de rechtsgevolgen van de vernietigde beslissing, voor zover mogelijk, door de directeur ongedaan gemaakt, dan wel in overeenstemming gebracht met de uitspraak van de beklagcommissie.

Lid 7

Voor zover de in het zesde lid bedoelde gevolgen niet meer ongedaan te maken zijn, bepaalt de beklagcommissie dan wel de voorzitter, na de directeur te hebben gehoord, of enige tegemoetkoming aan de klager geboden is. Zij stelt de tegemoetkoming, die geldelijk van aard kan zijn, vast.

Recente uitspraken

Art. 68 Pbw is sinds 2017 in 5 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Den Haag, Hof Den Haag en Hoge Raad.

  • ECLI:NL:HR:2019:376 — 15-03-2019 Hoge Raad
    Onrechtmatige daad vanwege te zwaar detentieregime. Vergoeding van immateriële schade op grond van art. 6:106 lid 1, aanhef en onder b, BW. Aantasting in de persoon op andere wijze? Leidt enkele schending van fundamenteel recht tot schadeplichtigheid? Tegemoetkoming op grond van…
  • ECLI:NL:GHDHA:2017:1512 — 04-07-2017 Hof Den Haag
    art. 6:106, eerste lid, aanhef en sub b BW; immateriële schadevergoeding wegens te lang verblijf EBI
  • ECLI:NL:RBDHA:2026:14811 — 02-06-2026 Rb. Den Haag
    Kort geding. Diverse vorderingen van eiser die verband houden met zijn plaatsing in de Afdeling Intensief Toezicht.
  • ECLI:NL:RBDHA:2025:22277 — 26-11-2025 Rb. Den Haag
    Kort geding. Overheidsaansprakelijkheid, wijziging Pbw, beperkingen geprivilegieerd advocaatcontact voor gedetineerden in een AIT. Eiser is verdachte in een drietal omvangrijke strafzaken. Hij is gedetineerd en geplaatst in een afdeling intensief toezicht (AIT). Op 1 november…
  • ECLI:NL:RBDHA:2023:16653 — 08-11-2023 Rb. Den Haag
    Eiser is gedetineerd. Hij voert zijn eigen verdediging in een strafzaak en heeft daarnaast andere procedures lopen. Hij eist verwijdering, althans afschaling van de GVM-lijst. Daarnaast vordert hij schorsing van zijn voorlopige hechtenis, dan wel herplaatsing naar een afdeling…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.