Artikel 50 Penitentiaire beginselenwet

Lid 1

Indien een ambtenaar of medewerker constateert dat een gedetineerde betrokken is bij feiten die onverenigbaar zijn met de orde of de veiligheid in de inrichting dan wel met de ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming en hij voornemens is daarover aan de directeur schriftelijk verslag te doen, deelt hij dit de gedetineerde mede.

Lid 2

De directeur beslist over het opleggen van een disciplinaire straf zo spoedig mogelijk nadat hem dit verslag is gedaan.

Lid 3

Indien de directeur of zijn plaatsvervanger feiten als bedoeld in het eerste lid constateert, blijft het eerste lid buiten toepassing.

Lid 4

Een straf kan worden opgelegd dan wel ten uitvoer gelegd in een andere inrichting of afdeling dan waarin het verslag, bedoeld in het eerste lid, is opgemaakt.

Wordt genoemd in:

Recente uitspraken

Art. 50 Pbw is sinds 2012 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad en Rb. Den Haag.

  • ECLI:NL:HR:2012:BW5166 — 15-05-2012 Hoge Raad
    Art. 50 Handvest van de grondrechten van de EU, ne bis in idem-beginsel. Strafvervolging na disciplinaire straf door directeur P.I. 2. (Voorwaardelijk) opzet op zwaar lichamelijk letsel. 3. Kwalificatie ‘poging tot doodslag’. 4. Kwalificatie ‘poging tot zware mishandeling,…
  • ECLI:NL:RBDHA:2022:5970 — 22-06-2022 Rb. Den Haag
    Bewaring – ambtshalve beoordeling of de inrichting DTC Rotterdam en de tenuitvoerlegging van de vreemdelingenbewaring in dit DTC in overeenstemming zijn met het Unierecht – verplichting om ambtshalve de rechtmatigheid van de maatregel te beoordelen volgt óók uit de conclusie van…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.