Artikel 36 Penitentiaire beginselenwet
Lid 1
De gedetineerde heeft, behoudens de overeenkomstig het tweede tot en met het vierde lid te stellen beperkingen, het recht brieven en stukken per post te verzenden en te ontvangen. De hieraan verbonden kosten komen, tenzij de directeur anders bepaalt, voor rekening van de gedetineerde.
Lid 2
De directeur is bevoegd enveloppen of andere poststukken, afkomstig van of bestemd voor gedetineerden, op de aanwezigheid van bijgesloten voorwerpen te onderzoeken en deze hiertoe te openen. Indien de enveloppen of andere poststukken afkomstig zijn van of bestemd zijn voor de in artikel 37, eerste lid, genoemde personen of instanties, geschiedt dit onderzoek in aanwezigheid van de betrokken gedetineerde.
Lid 3
De directeur is bevoegd op de inhoud van brieven of andere poststukken afkomstig van of bestemd voor gedetineerden toezicht uit te oefenen. Dit toezicht kan omvatten het kopiëren van brieven of andere poststukken. Van de wijze van uitoefenen van toezicht wordt aan de gedetineerden tevoren mededeling gedaan.
Lid 4
De directeur kan de verzending of uitreiking van bepaalde brieven of andere poststukken alsmede bijgesloten voorwerpen weigeren, indien dit noodzakelijk is met het oog op een van de volgende belangen:
de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting;
de bescherming van de openbare orde of nationale veiligheid;
de voorkoming of opsporing van strafbare feiten;
de bescherming van slachtoffers van of anderszins betrokkenen bij misdrijven.
Lid 5
De directeur draagt zorg dat de niet uitgereikte brieven of andere poststukken dan wel bijgesloten voorwerpen, hetzij worden teruggegeven aan de gedetineerde of voor diens rekening worden gezonden aan de verzender of een door de gedetineerde op te geven adres, hetzij onder afgifte van een bewijs van ontvangst ten behoeve van de gedetineerde worden bewaard, hetzij met toestemming van de gedetineerde worden vernietigd, hetzij aan een opsporingsambtenaar ter hand worden gesteld met het oog op de voorkoming of opsporing van strafbare feiten.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 36 Pbw is sinds 2011 in 5 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Den Haag, Hof 's-Hertogenbosch en Hoge Raad.
- ECLI:NL:HR:2011:BQ3765 — 27-09-2011 Hoge Raad
Het in strijd met art. 39 jo. art. 36 PBW opnemen van telefoongesprekken is geen vormverzuim begaan bij het voorbereidend onderzoek als bedoeld in art. 359a Sv. Onder verwijzing naar de CAG overweegt de HR dat weliswaar moet worden aangenomen dat het opnemen van de door de… - ECLI:NL:GHSHE:2021:2029 — 28-06-2021 Hof 's-Hertogenbosch
Schietincident te Blerick met dodelijk gevolg. Geen voorbedachte raad. Verdachte (niet de schutter) veroordeeld ter zake van medeplegen doodslag en verboden wapenbezit. Tevens bewezenverklaard: poging tot beïnvloeding in de zin van artikel 285a Sr, meermalen gepleegd. - ECLI:NL:GHDHA:2021:897 — 25-05-2021 Hof Den Haag
Afgeleid verschoningsrecht; geheimhoudernummer - ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ8217 — 23-04-2013 Rb. Den Haag
Verdachte Raymond P., (ex-)medewerker van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 jaar wegens schending van staatsgeheimen, ambtelijke corruptie en witwassen. Verdachte heeft in opdracht van de Russische buitenlandse… - ECLI:NL:RBSGR:2012:BY5249 — 06-11-2012 Rb. 's-Gravenhage
Kort geding, penitentiair recht. Naar aanleiding van verzending telefoons naar gedetineerde door eiser (advocaat) heeft de directeur van de PI de eiser de toegang tot de PI ontzegd voor de duur van 8 weken. Vordering eiser tot het verlenen van toegang aan de PI toegewezen,…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.