Artikel 26 Penitentiaire beginselenwet

Lid 1

Een gedetineerde kan, ingevolge het derde en het vierde lid, worden toegestaan de inrichting te verlaten.

Lid 2

Het verlaten van de inrichting, bedoeld in het eerste lid, schort de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel niet op.

Lid 3

Onze Minister stelt nadere regels aangaande het verlaten van de inrichting bij wijze van verlof. Deze betreffen in elk geval de criteria waaraan een gedetineerde moet voldoen om voor het verlof in aanmerking te komen, de bevoegdheid tot en de wijze van verlening, weigering, beperking en intrekking alsmede de duur en frequentie van het verlof en de voorwaarden die aan het verlof kunnen worden verbonden.

Lid 4

De directeur stelt een gedetineerde in de gelegenheid onder door hem te stellen voorwaarden de inrichting te verlaten teneinde een gerechtelijke procedure bij te wonen:

  1. indien de gedetineerde krachtens wettelijk voorschrift verplicht is voor een rechter of bestuursorgaan te verschijnen;

  2. indien de gedetineerde ter zake van een misdrijf moet terechtstaan;

  3. indien de gedetineerde bij het bijwonen van de procedure een aanmerkelijk belang heeft en tegen het verlaten van de inrichting hiertoe geen overwegend bezwaar bestaat.

Lid 5

Met het oog op het verlaten van de inrichting, bedoeld in het vierde lid, kan de directeur aan daartoe door hem aangewezen ambtenaren of medewerkers bevelen dat de betrokken persoon naar de daartoe bestemde plaats wordt overgebracht.

Lid 6

Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de wijze waarop het vervoer van de gedetineerde ten behoeve het bijwonen van een gerechtelijke procedure, bedoeld in het vierde lid, plaatsvindt.

Wordt genoemd in:

Recente uitspraken

Art. 26 Pbw is sinds 2020 in 3 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Rb. Den Haag en Rb. Gelderland.

  • ECLI:NL:GHAMS:2025:2962 — 07-10-2025 Hof Amsterdam
    art 80, lid 7 Sv - verzoek schorsing ivm overlijden grootouder niet-ontvankelijk
  • ECLI:NL:RBGEL:2025:9204 — 16-10-2025 Rb. Gelderland
    Rechtbank verklaart verzoeker (gedetineerde verdachte in strafzaak) niet-ontvankelijk in verzoek om incidenteel verlof (vanwege uitvaart). Op een verzoek om incidenteel verlof moet worden besloten door de directeur van de P.I. (artikel 32 RTVI). Op grond van artikel 80 lid 7 Sv…
  • ECLI:NL:RBDHA:2020:6447 — 08-07-2020 Rb. Den Haag
    Eiser is gedetineerd en vordert de Staat te gelasten hem te transporteren naar een hoorzitting. De vordering is afgewezen. Artikel 26 lid 4 van de Penitentiaire beginselenwet omschrijft wanneer de directeur van een penitentiaire inrichting verplicht is om een gedetineerde de…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.