Artikel 176 Gemeentewet
Lid 1
Wanneer een omstandigheid als bedoeld in artikel 175, eerste lid, zich voordoet, kan de burgemeester algemeen verbindende voorschriften geven die ter handhaving van de openbare orde of ter beperking van gevaar nodig zijn. Daarbij kan van andere dan bij de Grondwet gestelde voorschriften worden afgeweken. Hij maakt deze voorschriften bekend op een door hem te bepalen wijze. Indien bekendmaking van deze voorschriften geschiedt op andere wijze dan door plaatsing in het gemeenteblad, wordt van deze voorschriften zo spoedig mogelijk na bekendmaking mededeling gedaan in het gemeenteblad.
Lid 2
De burgemeester brengt de voorschriften zo spoedig mogelijk ter kennis van de raad, van de commissaris van de Koning en van het hoofd van het arrondissementsparket.
Lid 3
De voorschriften vervallen, indien zij niet door de raad in zijn eerstvolgende vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht, worden bekrachtigd.
Lid 4
Indien de raad de voorschriften niet bekrachtigt, kan de burgemeester binnen vierentwintig uren administratief beroep instellen bij de commissaris van de Koning. Deze beslist binnen twee dagen. Gedurende de beroepstermijn en de behandeling van het administratief beroep blijven de voorschriften van kracht.
Lid 5
Hoofdstuk 6 en afdeling 7.3 van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing op het administratief beroep, bedoeld in het vierde lid.
Lid 6
De commissaris kan de werking van de voorschriften opschorten zolang zij niet bekrachtigd zijn. Het opschorten stuit onmiddellijk de werking van de voorschriften.
Lid 7
Zodra een omstandigheid als bedoeld in artikel 175, eerste lid, zich niet langer voordoet, trekt de burgemeester de voorschriften in. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 176 Gemw is sinds 2002 in 12 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Rb. Almelo en Rb. Amsterdam.
- ECLI:NL:HR:2012:BX3809 — 04-09-2012 Hoge Raad
Art 184.1 Sr eist een “krachtens wettelijk voorschrift” gedane vordering. Een dergelijk voorschrift moet uitdrukkelijk inhouden dat de betrokken ambtenaar gerechtigd is tot het doen van een vordering (vgl. HR LJN BB4108). De tenlastelegging en bewezenverklaring houden in dat de… - ECLI:NL:HR:2009:BH8840 — 26-05-2009 Hoge Raad
Conclusie AG over o.m. rechtsgeldigheid van noodverordening a.b.i. art. 176 Gemeentewet van de burgemeester i.g.v. bekrachtiging daarvan door de Commissaris van de Koningin (CvdK) na weigering bekrachtiging door Gemeenteraad, en ondertekening van de bekrachtigingsbeslissing door… - ECLI:NL:HR:2002:AE2126 — 24-09-2002 Hoge Raad
- - ECLI:NL:RVS:2020:3104 — 23-12-2020 Raad van State
Bij besluit van 17 november 2017 heeft de burgemeester van Noardeast-Fryslân regels gesteld, geldend op 18 november 2017, in verband met de Landelijke Intocht Sinterklaas in Dokkum. Op 18 november 2017 vond de LIS plaats in Dokkum. Stichting NLWB heeft op 10 november 2017 bij de… - ECLI:NL:RBOBR:2022:5595 — 23-12-2022 Rb. Oost-Brabant
Uit artikel 5:4 van de Awb volgt dat de bevoegdheid om een bestuurlijke sanctie op te leggen uitdrukkelijk bij of krachtens de wet in formele zin moet zijn toegekend. Ten tijde van belang was noch in artikel 39 van de Wet veiligheidsregio’s, noch in een andere bij of krachtens…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.