Hoofdstuk III. Minimumnormen voor procedures betreffende niet-betwiste schuldvorderingen
Artikel 12
Toepassingsgebied van de minimumnormen
Een beslissing inzake een schuldvordering die onbetwist is in de zin van artikel 3, lid 1, onder b) of c), kan alleen als Europese executoriale titel worden gewaarmerkt indien de gerechtelijke procedure in de lidstaat van oorsprong aan de in dit hoofdstuk vastgestelde vormvoorschriften voldeed.
Dezelfde voorschriften zijn van toepassing voor het verstrekken van een bewijs van waarmerking als Europese executoriale titel of een vervangend bewijs in de zin van artikel 6, lid 3, voor een uitspraak gegeven ingevolge de instelling van rechtsmiddelen tegen een beslissing indien, ten tijde van die uitspraak, aan de voorwaarden van artikel 3, lid 1, onder b) of c), werd voldaan.
Artikel 13
Betekening of kennisgeving met bewijs van ontvangst door de schuldenaar
Betekening of kennisgeving aan de schuldenaar van het stuk dat het geding inleidt of van een gelijkwaardig stuk kan op een der volgende manieren zijn geschied:
door persoonlijke betekening of kennisgeving blijkend uit een door de schuldenaar ondertekende bevestiging met de datum van ontvangst;
door persoonlijke betekening of kennisgeving blijkend uit een document ondertekend door de bevoegde persoon die de betekening of kennisgeving heeft verricht, en waarin wordt verklaard dat de schuldenaar het stuk in ontvangst heeft genomen of zonder wettige grond geweigerd heeft, en waarin de datum van betekening of kennisgeving is vermeld;
door betekening of kennisgeving per post, blijkend uit een door de schuldenaar ondertekende en teruggezonden ontvangstbevestiging met de datum van ontvangst;
door betekening of kennisgeving langs elektronische weg, bijvoorbeeld door middel van een faxbericht of een elektronisch postbericht, blijkend uit een door de schuldenaar ondertekende en teruggezonden ontvangstbevestiging met de datum van ontvangst;
door elektronische betekening of kennisgeving als bedoeld in de artikelen 19 en 19 bis van Verordening (EU) 2020/1784 van het Europees Parlement en de Raad ().
Enigerlei dagvaarding voor een terechtzitting kan aan de schuldenaar betekend of ter kennis gebracht zijn overeenkomstig lid 1, dan wel mondeling meegedeeld zijn tijdens een voorafgaande terechtzitting over dezelfde vordering en in de notulen van die voorafgaande terechtzitting zijn vermeld.
Artikel 14
Betekening of kennisgeving zonder bewijs van ontvangst door de schuldenaar
Betekening of kennisgeving van het stuk dat het geding inleidt, van een gelijkwaardig stuk en van enigerlei dagvaarding voor een terechtzitting aan de schuldenaar kan ook zijn geschied op een van de hierna vermelde wijzen:
in persoon op het persoonlijke adres van de schuldenaar, aan een persoon die als huisgenoot van de schuldenaar dezelfde woonplaats heeft of aldaar in dienst is;
wanneer de schuldenaar een zelfstandige of een rechtspersoon is, in persoon op het zakenadres van de schuldenaar, aan een persoon die bij de schuldenaar in dienst is;
door deponering van het stuk in de brievenbus van de schuldenaar;
door deponering van het stuk op het postkantoor of bij de bevoegde autoriteiten, en schriftelijke mededeling daarvan in de brievenbus van de schuldenaar, mits in de schriftelijke mededeling duidelijk wordt vermeld dat het om een gerechtelijk stuk gaat of dat deze schriftelijke mededeling rechtsgeldig is als betekening of kennisgeving en de toepasselijke termijnen doet ingaan;
per post zonder bewijs overeenkomstig lid 3 indien de schuldenaar zijn adres in de lidstaat van oorsprong heeft;
langs elektronische weg, blijkens een automatische aankomstbevestiging, op voorwaarde dat de schuldenaar vooraf uitdrukkelijk met deze wijze van betekening of kennisgeving heeft ingestemd.
Voor de toepassing van deze verordening is betekening of kennisgeving overeenkomstig lid 1 niet toegestaan indien het adres van de schuldenaar niet met zekerheid bekend is.
Betekening of kennisgeving overeenkomstig lid 1, onder a) tot en met d), blijkt uit:
een document dat is ondertekend door de bevoegde persoon die de betekening of de kennisgeving heeft verricht, en waarin het volgende wordt vermeld:
de wijze waarop betekening of kennisgeving is geschied, en
de datum van betekening of kennisgeving, en
indien het stuk ter betekening of kennisgeving is aangeboden aan een andere persoon dan de schuldenaar, de naam van die persoon en zijn relatie tot de schuldenaar,
of
voor de toepassing van lid 1, onder a) en b), een ontvangstbevestiging van de persoon aan wie betekening of kennisgeving is geschied.
Artikel 16
Behoorlijke inlichting van de schuldenaar over de schuldvordering
Om te verzekeren dat de schuldenaar naar behoren over de schuldvordering werd ingelicht, moet het stuk dat het geding inleidt of het gelijkwaardige stuk de volgende gegevens hebben bevat:
de naam en adres van de partijen;
het bedrag van de schuldvordering;
wanneer rente over de vordering wordt gevorderd, de rentevoet en de termijn waarover rente wordt gevorderd, tenzij volgens het recht van de lidstaat van oorsprong de hoofdsom automatisch met wettelijke rente wordt vermeerderd;
de grondslag van de rechtsvordering.
Artikel 17
Behoorlijke inlichting van de schuldenaar over de ter betwisting van de schuldvordering noodzakelijke proceshandelingen
In of tegelijk met het stuk dat het geding inleidt, het gelijkwaardig stuk, of enigerlei dagvaarding voor een terechtzitting moeten de volgende elementen duidelijk zijn vermeld:
de vormvereisten voor betwisting van de vordering, met inbegrip van de termijn voor schriftelijke betwisting van de schuldvordering of, in voorkomend geval, het tijdstip van de terechtzitting, de naam en het adres van de instantie waaraan het antwoord moet worden gezonden of, in voorkomend geval, waarvoor men ter terechtzitting moet verschijnen, en of het verplicht is zich door een advocaat te laten vertegenwoordigen;
de gevolgen van het ontbreken van verweer of van het niet verschijnen ter terechtzitting, in het bijzonder, in voorkomend geval, een mogelijke beslissing of de tenuitvoerlegging daarvan tegen de schuldenaar en een veroordeling in de proceskosten.
Artikel 18
Herstel van niet-naleving van de minimumnormen
Wanneer de procedure in de lidstaat van oorsprong niet aan de vormvereisten van de artikelen 13 tot en met 17 heeft voldaan, worden de vormgebreken hersteld en kan een beslissing als Europese executoriale titel worden gewaarmerkt, indien
de schuldenaar de mogelijkheid heeft gehad tegen de beslissing een rechtsmiddel in te stellen door middel van een integrale toetsing, en de schuldenaar in of tegelijk met de beslissing naar behoren in kennis is gesteld van de desbetreffende vormvoorschriften, met inbegrip van de naam en het adres van de instantie waarbij het rechtsmiddel moet worden ingesteld en, in voorkomend geval, de toepasselijke termijn; en
de schuldenaar heeft verzuimd overeenkomstig de toepasselijke vormvoorschriften tegen de beslissing een rechtsmiddel in te stellen.
Wanneer de procedure in de lidstaat van oorsprong niet aan de vormvoorschriften van de artikelen 13 of 14 voldeed, worden de vormgebreken hersteld indien door het gedrag van de schuldenaar tijdens het proces is aangetoond dat hij het stuk waarvan betekening of kennisgeving moest plaatsvinden, zo tijdig als met het oog op zijn verdediging nodig was, persoonlijk in ontvangst heeft genomen.
Artikel 19
Minimumnormen voor heroverweging in uitzonderingsgevallen
Een beslissing overeenkomstig de artikelen 13 tot en met 18 kan enkel worden gewaarmerkt als Europese executoriale titel indien de schuldenaar volgens het recht van de lidstaat van oorsprong kan verzoeken om heroverweging van de beslissing als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
betekening of kennisgeving van het stuk dat het geding inleidt of een gelijkwaardig stuk, dan wel in voorkomend geval, van de dagvaarding of oproep voor een terechtzitting is geschied op een van de in artikel 14 vermelde wijzen en
betekening of kennisgeving buiten zijn schuld niet zo tijdig is geschied als met het oog op zijn verdediging nodig was,
of
de schuldenaar de vordering niet heeft kunnen betwisten wegens overmacht of wegens buitengewone omstandigheden buiten zijn wil,
mits de betrokkene in beide gevallen onverwijld handelt.
Dit artikel laat de mogelijkheid voor lidstaten om een heroverweging van de beslissing onder gunstiger voorwaarden dan de in lid 1 genoemde, onverlet.