Art. 8:992 Burgerlijk Wetboek Boek 8
Lid 1
De ligovereenkomst is de overeenkomst, waarbij de ene partij (de vervrachter) zich verbindt een schip anders dan bij wijze van rompbevrachting uitsluitend op binnenwateren terbeschikking te stellen van de andere partij (de bevrachter), teneinde aan boord daarvan zaken te laden, op te slaan en daaruit te lossen.
Lid 2
De ligovereenkomst kan voor bepaalde of voor onbepaalde tijd worden aangegaan. Indien zij voor bepaalde tijd is aangegaan en na afloop van die tijd stilzwijgend wordt verlengd, wordt zij vermoed een voor onbepaalde tijd aangegane overeenkomst te zijn.
Lid 3
Op de ligovereenkomst zijn de bepalingen nopens avarij-grosse alsmede de bepalingen van deze titel en, indien het een zeeschip betreft, de artikelen 361 tot en met 366 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat partijen de vrijheid hebben in hun onderlinge verhouding van deze bepalingen af te wijken.
Recente uitspraken
Art. 8:992 BW is sinds 2009 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam en Rb. Rotterdam.
- ECLI:NL:RBROT:2023:8764 — 14-06-2023 Rb. Rotterdam
Op de achtergrond in deze zaak spelen de sancties vanwege de Russische inval in Oekraïne. Vordering tot betaling vrachtfacturen; verweer: overmacht, matiging, betwisting tot standkoming overeenkomst, althans misbruik van omstandigheden, betwisting retentierecht, nakoming naar… - ECLI:NL:RBAMS:2009:BM4405 — 04-02-2009 Rb. Amsterdam
vervoerrecht, Retentierecht Artikelen 3:290, 6:52 en 8:954 lid 2 BW Volgens de algemene regeling als neergelegd in de artikelen 6:52 en 3:290 BW kan een retentierecht ook uitgeoefend worden voor vorderingen uit eerdere overeenkomsten (met de zelfde partij), die dus niets te…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.