Art. 8:970 Burgerlijk Wetboek Boek 8

Lid 1

De overeenkomst van personenvervoer in de zin van deze titel is de overeenkomst van personenvervoer, al dan niet tijd- of reisbevrachting zijnde, waarbij de ene partij (de vervoerder) zich tegenover de andere partij verbindt aan boord van een schip een of meer personen (reizigers) en al dan niet hun bagage uitsluitend over binnenwateren te vervoeren. Vervoer tussen wal en schip als bedoeld in artikel 501 onder a wordt niet als vervoer over binnenwateren aangemerkt. De overeenkomst van personenvervoer aan boord van een luchtkussenvoertuig noch de overeenkomst van personenvervoer als omschreven in artikel 100 is een overeenkomst van personenvervoer in de zin van deze afdeling.

Lid 2

Hutbagage in de zin van deze afdeling is de bagage, met uitzondering van levende dieren die de reiziger in zijn hut heeft, die hij in zijn bezit, onder zijn toezicht of in zijn macht heeft, alsmede de bagage die hij aan boord heeft van een met hem als bagage ten vervoer aangenomen voertuig of schip, doch niet dit voertuig of schip zelf.

Lid 3

Handbagage in de zin van deze afdeling is de bagage, met uitzondering van levende dieren, die de reiziger als gemakkelijk mee te voeren, draagbare dan wel met de hand verrijdbare zaken op of bij zich heeft.

Lid 4

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen zaken die geen hut- of handbagage zijn voor de toepassing van bepalingen van deze afdeling als hut- of handbagage worden aangewezen, dan wel bepalingen van deze afdeling niet van toepassing worden verklaard op zaken, die hut- of handbagage zijn.

Recente uitspraken

Art. 8:970 BW is sinds 2014 in 8 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Rb. Den Haag en Hoge Raad.

  • ECLI:NL:HR:2014:1628 — 11-07-2014 Hoge Raad
    Vervoerrecht, binnenvaart. Letselschade reiziger. Welke verjaringstermijn is van toepassing? Grondslag aansprakelijkheid. Is voor aansprakelijkheid vervoerder op grond van art. 8:974 BW vereist dat de reiziger in contractuele relatie staat met de vervoerder? Verjaringstermijn…
  • ECLI:NL:GHAMS:2026:165 — 13-01-2026 Hof Amsterdam
    WSNP. Verzoek tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling o.g.v. verzwijging van feiten en omstandigheden die aan toelating in de weg zouden hebben gestaan (artikel 350 lid 3 sub f Fw). Het hoger beroep van schuldeiser slaagt. Naar het oordeel van het hof is er…
  • ECLI:NL:GHAMS:2018:4780 — 18-12-2018 Hof Amsterdam
    Vervolg van tussenarrest 26 juni 2018. Geen andere uitkomst dan in de casus van het arrest van de HR. Geen aanleiding om de inflatiecorrectie van de limiet eerst met ingang van 2008 in te doen gaan. Alsnog verklaring voor recht dat de schipper aansprakelijk is voor 75% van de…
  • ECLI:NL:GHAMS:2018:5153 — 26-06-2018 Hof Amsterdam
    Vrienden varen in speedboat. Vervoer om niet. Ongeval waarbij passagier ernstig hoofdletsel oploopt bij doorvaart onder stalen brug. Art. 8:974 BW. Schipper voer te hard en had teveel alcohol gedronken. Eigen schuld van passagier. Billijkheidscorrectie ten gunste van passagier.…
  • ECLI:NL:RBDHA:2026:24311 — 26-08-2026 Rb. Den Haag
    Verzekeraar kan zich beroepen op de wettelijke limiet die geldt voor de aansprakelijkheid van de vervoerder van personen over binnenwateren. De verzekerde is vervoerder in de zin van de wet en er is geen bewuste roekeloosheid. Buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente…

Bekijk alle 8 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.