Art. 8:827 Burgerlijk Wetboek Boek 8
Lid 1
Boven alle andere vorderingen, waaraan bij deze of enige andere wet een voorrecht is toegekend, doch na de bevoorrechte vorderingen genoemd in artikel 821, na de hypothecaire vorderingen, na de vorderingen genoemd in de artikelen 222 en 832 en na de vordering van de pandhouder, zijn op een binnenschip, waaronder voor de toepassing van dit artikel niet is te verstaan een binnenschip in aanbouw, bij voorrang verhaalbaar:
de vorderingen, die voortvloeien uit rechtshandelingen die de eigenaar, de scheepshuurkoper of een bevrachter binden en die rechtstreeks strekken tot het in bedrijf brengen of houden van het schip, alsmede de vorderingen die tegen een uit hoofde van artikel 461 gelezen met artikel 462 of artikel 943 gelezen met artikel 944 als vervoerder aangemerkte persoon kunnen worden geldend gemaakt. Onder rechtshandeling is hier het in ontvangst nemen van een verklaring begrepen;
de vorderingen, die uit hoofde van afdeling 1 van titel 6 of afdeling 1 van titel 11 op de eigenaar rusten;
de vorderingen genoemd in artikel 1062 voor zover zij op de eigenaar rusten.
Lid 2
De in het eerste lid genoemde vorderingen staan in rang gelijk en worden ponds-pondsgewijs betaald.
Lid 3
De artikelen 822, 824 onder a en 826 zijn op de in het eerste lid genoemde vorderingen van toepassing. Op de vorderingen die in het eerste lid onder b worden genoemd, is ook artikel 825 van toepassing.
Lid 4
Artikel 283 van Boek 3 is niet van toepassing.
Recente uitspraken
Art. 8:827 BW is sinds 2000 in 6 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad en Rb. Rotterdam.
- ECLI:NL:HR:2018:2422 — 21-12-2018 Hoge Raad
Rangregeling art. 481 Rv. Art. 485a lid 2 Rv. Hypotheekhouder, die haar vordering had ingediend met inbegrip van rente en kosten tot 1 april 2001. Na renvooiprocedure verzoekt hypotheekhouder heropening van de rangregeling en toelating tot de rangregeling van haar vordering ter… - ECLI:NL:HR:2014:440 — 28-02-2014 Hoge Raad
Executoriale verkoop van scheepscasco’s uit hoofde van subrogatie door schuldeiser die tevens pandhouder is. Vordering tot vaststelling van verdeling executie-opbrengst tussen executant en andere schuldeiser, art. 486 lid 1 Rv. Beperkt gerechtigde wiens recht door executie… - ECLI:NL:HR:2000:AA6232 — 16-06-2000 Hoge Raad
- - ECLI:NL:RBROT:2024:3757 — 17-04-2024 Rb. Rotterdam
Overeenkomst met betrekking tot schoonmaakwerkzaamheden aan een schip. Vaststelling redelijk loon. Geoordeeld dat sprake is van lastgeving tussen de scheepsmanager en de scheepseigenaar voor zover de scheepseigenaar ten tijde van de mededeling gehouden was tot dezelfde nakoming… - ECLI:NL:RBROT:2016:3788 — 04-05-2016 Rb. Rotterdam
Relatie tussen de indiening van vorderingen in een gerechtelijke rangregeling en de eis in renvooi na verwijzing door de rechter-commissaris; reikwijdte van die verwijzing en verhouding uitkomst renvooiprocedure en opmaken definitieve staten van verdeling door de…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.