Art. 8:30 Burgerlijk Wetboek Boek 8
Lid 1
De vervoerder is gerechtigd afgifte van zaken, die hij in verband met de vervoerovereenkomst onder zich heeft, te weigeren aan ieder, die uit anderen hoofde dan de vervoerovereenkomst recht heeft op aflevering van die zaken, tenzij op de zaken beslag is gelegd en uit de vervolging van dit beslag een verplichting tot afgifte aan de beslaglegger voortvloeit.
Lid 2
De vervoerder kan het recht van retentie uitoefenen op zaken, die hij in verband met de vervoerovereenkomst onder zich heeft, voor hetgeen hem door de ontvanger verschuldigd is of zal worden terzake van het vervoer van die zaken. Hij kan dit recht tevens uitoefenen voor hetgeen bij wijze van rembours op die zaak drukt. Dit retentierecht vervalt zodra aan de vervoerder is betaald het bedrag waarover geen geschil bestaat en voldoende zekerheid is gesteld voor de betaling van die bedragen, waaromtrent wel geschil bestaat of welker hoogte nog niet kan worden vastgesteld. De vervoerder behoeft echter geen zekerheid te aanvaarden voor hetgeen bij wijze van rembours op de zaak drukt.
Lid 3
De in dit artikel aan de vervoerder toegekende rechten komen hem niet toe jegens een derde, indien hij op het tijdstip dat hij de zaak ten vervoer ontving, reden had te twijfelen aan de bevoegdheid van de afzender jegens die derde hem de zaak ten vervoer ter beschikking te stellen.
Recente uitspraken
Art. 8:30 BW is sinds 2011 in 3 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam.
- ECLI:NL:RBROT:2024:5476 — 05-06-2024 Rb. Rotterdam
Er is onterecht een retentierecht uitgeoefend. Daarbij is sprake van grove schuld waardoor het beroep op beperking of uitsluiting van aansprakelijkheid niet slaagt. Verwijzing naar de schadestaat. Toewijzing vordering in conventie voor onverschuldigd betaalde facturen en… - ECLI:NL:RBROT:2016:9897 — 23-11-2016 Rb. Rotterdam
(Weg)vervoer. CMR. Geadresseerde in de zin van artikel 13 lid 1 CMR. WTC heeft als geadresseerde op grond van artikel 13 lid 1 tweede volzin CMR recht om op eigen naam aflevering van de vervoerde zaken van Alphatrans te vorderen. Retentierecht. - ECLI:NL:RBROT:2011:BR5525 — 17-08-2011 Rb. Rotterdam
Uitoefening van pandrecht en retentierecht door vervoerder na surseance van afzender. Afbakening relevante goederen en toepasselijke regime (art. 23 en 24 AVC). Omvang vordering waarvoor het recht wordt uitgeoefend. Voor vestiging van een pandrecht is een geldige…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.