Art. 8:1712 Burgerlijk Wetboek Boek 8
Lid 1
De vervoerder bij een vervoerovereenkomst onder cognossement, als bedoeld in artikel 377, is in ieder geval van alle aansprakelijkheid, welke dan ook, met betrekking tot de vervoerde zaken ontheven, tenzij een rechtsvordering wordt ingesteld binnen één jaar, welke termijn begint met de aanvang van de dag volgende op de dag van aflevering of de dag waarop de zaken hadden moeten zijn afgeleverd.
Lid 2
In afwijking van het eerste lid kunnen rechtsvorderingen tot verhaal op een derde zelfs na afloop van de in dat lid genoemde termijn worden ingesteld gedurende een termijn van drie maanden, te rekenen van de dag waar op degene die een zodanige rechtsvordering tot verhaal instelt ten aanzien van het van hemzelf gevorderde de zaak heeft geregeld of waarop hij te dien aanzien in rechte is aangesproken.
Lid 3
De in het eerste lid bedoelde termijn kan worden verlengd bij overeenkomst tussen partijen, gesloten nadat de gebeurtenis die de rechtsvordering heeft doen ontstaan, heeft plaats gehad.
Recente uitspraken
Art. 8:1712 BW is sinds 2016 in 3 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Gerecht in eerste aanleg van Curaçao en Rb. Rotterdam.
- ECLI:NL:HR:2022:122 — 04-02-2022 Hoge Raad
Vervoerrecht. Verjaring. Art. 8:1730 BW. Is regresvordering gebaseerd op rompbevrachtingsovereenkomst? Is op grond van art. 8:1720 lid 1 BW nieuwe verjaringstermijn aangevangen? Ambtshalve aanvulling van rechtsgronden (art. 25 Rv). - ECLI:NL:OGEAC:2020:43 — 23-03-2020 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Vervoerovereenkomst; verjaring. - ECLI:NL:RBROT:2016:5091 — 08-07-2016 Rb. Rotterdam
Zeevervoer. Laat artikel 4.19 Cargadoorsvoorwaarden ruimte voor principaal-zeevervoerder om zelf de vordering in te stellen? Uitleg betalingsafspraken.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.