Art. 8:1591 Burgerlijk Wetboek Boek 8

Lid 1

Behoudens de leden 3 en 4, kunnen de op de vervoerovereenkomst gegronde rechtsvorderingen uitsluitend worden ingesteld tegen de eerste of laatste vervoerder of tegen de vervoerder die dat deel van het vervoer verrichtte gedurende welke het feit dat tot de rechtsvordering heeft geleid, zich heeft voorgedaan.

Lid 2

Wanneer in geval het vervoer wordt verricht door opvolgende vervoerders, de vervoerder die de zaken moet afleveren met zijn instemming is ingeschreven op de vrachtbrief, kan overeenkomstig lid 1 de rechtsvordering tegen hem worden ingesteld, zelfs als hij de zaken of de vrachtbrief niet heeft ontvangen.

Lid 3

De rechtsvordering tot terugbetaling van een krachtens de vervoerovereenkomst betaald bedrag kan worden ingesteld tegen de vervoerder die dit bedrag heeft geïnd of tegen degene ten voordele van wie dit bedrag is geïnd.

Lid 4

De rechtsvordering ter zake van rembours kan alleen worden ingesteld tegen de vervoerder die de zaken op de plaats van afzending ten vervoer heeft aangenomen.

Lid 5

De rechtsvordering kan tegen een andere dan de in de leden 1 en 4 bedoelde vervoerders worden ingesteld als tegeneis of als verweer in een geding over een op dezelfde vervoerovereenkomst gegronde vordering.

Lid 6

Voorzover deze titel van toepassing is op de ondervervoerder, kan tegen hem eveneens een rechtsvordering worden ingesteld.

Lid 7

Indien de eiser de keuze heeft tussen meer vervoerders, vervalt zijn keuzerecht zodra de rechtsvordering tegen een van hen is ingesteld; dit geldt eveneens indien de eiser de keuze heeft tussen een of meer vervoerders en een ondervervoerder.

Recente uitspraken

Art. 8:1591 BW is sinds 2016 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Den Haag en Rb. Rotterdam.

  • ECLI:NL:GHDHA:2019:1021 — 30-04-2019 Hof Den Haag
    Trein- en giframp bij Wetteren (België). Toepasselijk recht bij ‘hoefijzertransport’. Buitencontractuele vorderingen: Rome I en/of Rome II? Onderlinge verwevenheid CIM-CMR; ‘Cargofoor geldt ook voor het spoor’. Opruimplicht. Milieuschade. Aansprakelijkheid voor veroorzaken…
  • ECLI:NL:RBROT:2016:4960 — 29-06-2016 Rb. Rotterdam
    Summary in English Rail accident. CIM/Title 8.18 Dutch Civil Code (DCC). Mandatory liability regime for rail transport leaves room to compensate other damage than damage pursuant to loss of or damage to the goods. Analogous application of Dutch Supreme Court’s rulings in…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.