Art. 3:81 Burgerlijk Wetboek Boek 3
Lid 1
Hij aan wie een zelfstandig en overdraagbaar recht toekomt, kan binnen de grenzen van dat recht de in de wet genoemde beperkte rechten vestigen. Hij kan ook zijn recht onder voorbehoud van een zodanig beperkt recht overdragen, mits hij de voorschriften zowel voor overdracht van een zodanig goed, als voor vestiging van een zodanig beperkt recht in acht neemt.
Lid 2
Beperkte rechten gaan teniet door:
het tenietgaan van het recht waaruit het beperkte recht is afgeleid;
verloop van de tijd waarvoor, of de vervulling van de ontbindende voorwaarde waaronder het beperkte recht is gevestigd;
afstand;
opzegging, indien de bevoegdheid daartoe bij de wet of bij de vestiging van het recht aan de hoofdgerechtigde, aan de beperkt gerechtigde of aan beiden is toegekend;
vermenging;
en voorts op de overige in de wet voor iedere soort aangegeven wijzen van tenietgaan.
Lid 3
Afstand en vermenging werken niet ten nadele van hen die op het tenietgaande beperkte recht op hun beurt een beperkt recht hebben. Vermenging werkt evenmin ten voordele van hen die op het bezwaarde goed een beperkt recht hebben en het tenietgaande recht moesten eerbiedigen.
Recente uitspraken
Art. 3:81 BW is sinds 2005 in 45 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof 's-Hertogenbosch, Hoge Raad en Rb. Gelderland.
- ECLI:NL:HR:2023:1599 — 17-11-2023 Hoge Raad
Procesrecht. Cassatieberoep, onvankelijkheid, incident. Verklaring van waardeloosheid hypotheekrecht, verzuim inschrijving uitspraak in rechtsmiddelenregister (art. 3:29 BW, art. 433 Rv, art. 25 Kadasterwet). Belangenafweging? Onlosmakelijk verbonden beslissingen. - ECLI:NL:HR:2022:984 — 01-07-2022 Hoge Raad
Goederenrecht. Leidt een contractueel onoverdraagbaarheidsbeding met goederenrechtelijke werking als bedoeld in art. 3:83 lid 2 BW steeds ook tot onverpandbaarheid? (art. 3:81 lid 1 BW; art. 3:228 BW). - ECLI:NL:HR:2021:1617 — 29-10-2021 Hoge Raad
Vermogensrecht. Erfdienstbaarheid. Is tenietgaan erfdienstbaarheid door vermenging een inschrijfbaar feit? Art. 3:17 BW. Welke feiten zijn aan de verkrijger van het heersend erf tegen te werpen? Art. 3:24 BW. - ECLI:NL:HR:2019:1909 — 06-12-2019 Hoge Raad
Goederenrecht. Vraag of pandrecht kan worden gevestigd op een assurantieportefeuille (art. 3:228 BW). Is assurantieportefeuille een goed in de zin van art. 3:1 BW? Betekenis van art. 4:103 lid 4 Wft. - ECLI:NL:HR:2014:415 — 21-02-2014 Hoge Raad
(Stil) pandrecht op vordering. Overgang van schuldeisersbevoegdheden na vestiging beperkt recht; wettelijke regeling. Bevoegdheid pandhouder tot inning en opzegging van vordering na mededeling , art. 3:246 lid 1 en 2 BW. Bevoegdheid pandgever tot kwijtschelding, art. 6:160 BW,…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.