Art. 3:289 Burgerlijk Wetboek Boek 3

Lid 1

Eveneens bevoorrecht op alle goederen zijn de vorderingen die zijn ontstaan uit de oplegging van de in de artikelen 49 en 50 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal van 18 april 1951, (Trb. 1951, 82) bedoelde heffingen en verhogingen wegens vertraging in de betaling van deze vorderingen.

Lid 2

Dit voorrecht heeft dezelfde rang als het voorrecht terzake van de vordering wegens omzetbelasting.

Recente uitspraken

Art. 3:289 BW is sinds 2021 in 1 uitspraak op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof 's-Hertogenbosch.

  • ECLI:NL:GHSHE:2021:3631 — 02-12-2021 Hof 's-Hertogenbosch
    artikel 3:268 lid 2 BW / geen doorbreking van het rechtsmiddelenverbod / niet-ontvankelijk / een potentiële koper mag meebieden / artikel 358 lid 2 Rv

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.