Art. 3:285 Burgerlijk Wetboek Boek 3

Lid 1

Hij die uit hoofde van een overeenkomst tot aanneming van werk een vordering wegens bearbeiding van een zaak heeft, is deswege op die zaak bevoorrecht, mits hij persoonlijk aan de uitvoering van in de uitoefening van zijn bedrijf aangenomen werk pleegt deel te nemen dan wel een vennootschap of een rechtspersoon is, waarvan een of meer beherende vennoten of bestuurders dit plegen te doen. Het voorrecht vervalt na verloop van twee jaren sedert het ontstaan van de vordering.

Lid 2

Het voorrecht heeft voorrang boven een overeenkomstig artikel 237 op de zaak gevestigd pandrecht, tenzij dit recht eerst na het ontstaan van de bevoorrechte vordering is gevestigd en de zaak in de macht van de pandhouder of een derde is gebracht.

Recente uitspraken

Art. 3:285 BW is sinds 2008 in 4 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden, Hof 's-Gravenhage en Rb. Den Haag.

  • ECLI:NL:GHARL:2025:7248 — 11-11-2025 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Faillissementsrecht. Artikel 26 Fw. Kan de vordering alleen worden ingesteld door aanmelding ter verificatie? Tussenarrest.
  • ECLI:NL:GHSGR:2008:BG6112 — 25-11-2008 Hof 's-Gravenhage
    retentierecht, verrekening, eigenrichting
  • ECLI:NL:RBROT:2024:11032 — 30-10-2024 Rb. Rotterdam
    Aanneming van werk. Eiser vordert betaling van facturen voor reparaties aan raceauto. Geen richtprijs. Redelijke prijs. Vordering wordt toegewezen. Gedaagde moet ook de schade vergoeden die is toegebracht aan raceauto in bruikleen. Gedaagde heeft niet de zorg van goed huisvader…
  • ECLI:NL:RBDHA:2016:11215 — 14-09-2016 Rb. Den Haag
    Hoofdzaak: onderaannemer vordert van opdrachtgever betaling op grond van retentierecht op de onroerende zaak. De onroerende zaak is deels in eigendom bij opdrachtgever (Hoogheemraadschap) en deels in eigendom bij particuliere eigenaren. Vordering op deze grondslag afgewezen nu…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.