Art. 3:15e Burgerlijk Wetboek Boek 3
Lid 1
Indien commerciële communicatie deel uitmaakt van een dienst van de informatiemaatschappij of een dergelijke dienst vormt, zorgt degene in wiens opdracht de commerciële communicatie geschiedt dat:
de commerciële communicatie duidelijk als zodanig herkenbaar is;
de commerciële communicatie zijn identiteit vermeldt;
de commerciële communicatie, indien deze verkoopbevorderende aanbiedingen, wedstrijden of spelen omvat, een duidelijke en ondubbelzinnige vermelding bevat van de aard en de voorwaarden van de aanbieding of de deelneming;
ongevraagde commerciële communicatie door middel van elektronische post reeds bij de ontvangst duidelijk en ondubbelzinnig als zodanig herkenbaar is.
Lid 2
vervallen.
Lid 3
Onder commerciële communicatie als bedoeld in dit artikel wordt verstaan elke vorm van communicatie bestemd voor het aanprijzen van de goederen, diensten of het imago van een onderneming, instelling of persoon die een commerciële, industriële of ambachtelijke activiteit of een gereglementeerd beroep uitoefent, met uitzondering van informatie die rechtstreeks toegang geeft tot de activiteit van de onderneming, instelling of persoon, in het bijzonder een domeinnaam of een elektronisch postadres. Mededelingen over goederen of diensten of het imago van een onderneming, instelling of persoon die onafhankelijk van deze en in het bijzonder zonder financiële tegenprestatie zijn samengesteld, zijn geen commerciële communicatie.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 3:15e BW is sinds 2012 in 7 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam, Hof Amsterdam en CBb.
- ECLI:NL:CBB:2013:BZ7807 — 04-04-2013 CBb
Overtreding artikelen 8.2 en 8.5 Whc. Hoogte boetes in beroep ten onrechte gematigd. Proceskostenveroordeling verminderd. - ECLI:NL:GHAMS:2025:2666 — 07-10-2025 Hof Amsterdam
Art. 3:305a BW. Tussenbeslissing WAMCA-procedure in hoger beroep. TikTok. Internationale bevoegdheid ten aanzien van AVG en niet-AVG vorderingen? Aanhouding AVG-vorderingen i.v.m. prejudiciële vragen (rechtbank Rotterdam 23 juli 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:9088). Stichtingen… - ECLI:NL:GHAMS:2024:767 — 26-03-2024 Hof Amsterdam
Onrechtmatige daad. Vrijstelling van aansprakelijkheid ex. artikel 6:196c lid 4 BW. Verwijtbaar nalaten hostingprovider door niet prompt afdoende actie te ondernemen in bepaalde periode ten aanzien van specifieke bitcoin-advertenties. Vernietiging van het vonnis en beperkte… - ECLI:NL:GHLEE:2012:BW6296 — 22-05-2012 Hof Leeuwarden
Marktplaats biedt elektronische advertentieruimte aan. Een aantal klanten biedt via Marktplaats namaak-Stokkestoelen aan. Vraag of Marktplaats: - namen en adressen van die adverteerders moet verstrekken; - beroep kan doen op vrijwaring als host (art. 6:196c lid 4 BW); - zelf… - ECLI:NL:RBAMS:2022:6488 — 09-11-2022 Rb. Amsterdam
De Nederlandse rechter mag de vorderingen beoordelen van drie claimstichtingen die in deze zaak stellen dat TikTok onrechtmatig de privacy van haar gebruikers schendt.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.