Art. 10:97 Burgerlijk Wetboek Boek 10

Lid 1

Of en onder welke voorwaarden ouderschap van een persoon gerechtelijk kan worden vastgesteld, wordt bepaald door het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van die persoon en de moeder of, indien dit ontbreekt, door het recht van de staat waar die persoon en de moeder elk hun gewone verblijfplaats hebben of, indien ook dit ontbreekt, door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind.

Lid 2

Wanneer de persoon, genoemd in lid 1, en de moeder een nationaliteit gemeenschappelijk hebben, geldt voor de toepassing van lid 1 als hun gemeenschappelijke nationale recht het recht van die nationaliteit, ongeacht of zij beiden of een hunner nog een andere nationaliteit bezitten. Bezitten zij meer dan een gemeenschappelijke nationaliteit, dan worden zij geacht geen gemeenschappelijke nationaliteit te bezitten.

Lid 3

Voor de toepassing van lid 1 is bepalend het tijdstip van de indiening van het verzoek. Is de persoon, genoemd in lid 1, of de moeder op dat tijdstip overleden, dan is, bij gebreke van een gemeenschappelijke nationaliteit op het tijdstip van zijn overlijden, toepasselijk het recht van de staat waar die persoon en de moeder op dat tijdstip elk hun gewone verblijfplaats hadden of, indien ook dat ontbreekt, het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind op het tijdstip van de indiening van het verzoek.

Recente uitspraken

Art. 10:97 BW is sinds 2012 in 138 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Den Haag, Rb. Zeeland-West-Brabant en Rb. Noord-Holland.

  • ECLI:NL:HR:2023:1428 — 13-10-2023 Hoge Raad
    Personen- en familierecht. Internationaal privaatrecht. Conflictenrecht. Art. 1:204 lid 3 BW. Hof bekrachtigt beschikking van rechtbank tot verlening vervangende toestemming van moeder tot erkenning van kind door man. Mocht hof o.g.v. art. 10:6 BW voorbijgaan aan…
  • ECLI:NL:HR:2017:942 — 19-05-2017 Hoge Raad
    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Nationaliteitsrecht en IPR. Verkrijging van rechtswege van Nederlanderschap door kind uit polygaam huwelijk (art. 3 lid 1 RWN)? Erkenning van buitenslands tot stand gekomen rechtsfeit waarbij familierechtelijke betrekking is vastgesteld…
  • ECLI:NL:GHARL:2026:1957 — 31-03-2026 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Belanghebbende in hoger beroep.
  • ECLI:NL:GHDHA:2024:881 — 22-05-2024 Hof Den Haag
    Evenals de rechtbank kan het hof niet vaststellen dat sprake is van een rechtsgeldig huwelijk tussen de moeder van appellant en de man. Aan de vraag of sprake is van een rechtsgeldige verstoting van de moeder door de man komt het hof daarom niet toe. Op een verzoek tot…
  • ECLI:NL:GHDHA:2023:1389 — 05-07-2023 Hof Den Haag
    “Toewijzing verzoek gerechtelijke vaststelling ouderschap. De erkenning van de minderjarige is inmiddels mogelijk maar dat staat in deze zaak niet in de weg aan toewijzing van het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het ouderschap. Er zijn meerdere jaren verstreken…

Bekijk alle 138 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.