Art. 10:7 Burgerlijk Wetboek Boek 10
Lid 1
Bepalingen van bijzonder dwingend recht zijn bepalingen aan de inachtneming waarvan een staat zo veel belang hecht voor de handhaving van zijn openbare belangen, zoals zijn politieke, sociale of economische organisatie, dat zij moeten worden toegepast op elk geval dat onder de werkingssfeer ervan valt, ongeacht welk recht overigens van toepassing is.
Lid 2
De toepassing van het recht waarnaar een verwijzingsregel verwijst, blijft achterwege, voor zover in het gegeven geval bepalingen van Nederlands bijzonder dwingend recht toepasselijk zijn.
Lid 3
Bij de toepassing van het recht waarnaar een verwijzingsregel verwijst, kan gevolg worden toegekend aan bepalingen van bijzonder dwingend recht van een vreemde staat waarmee het geval nauw is verbonden. Bij de beslissing of aan deze bepalingen gevolg moet worden toegekend, wordt rekening gehouden met hun aard en strekking alsmede met de gevolgen die uit het toepassen of het niet toepassen van deze bepalingen zouden voortvloeien.
Recente uitspraken
Art. 10:7 BW is sinds 2013 in 13 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Den Haag, Hof Den Haag en Hof Amsterdam.
- ECLI:NL:HR:2023:865 — 09-06-2023 Hoge Raad
Geschil over teruggave van ‘Krimschatten’. Vordering van musea op de Krim en van Staat Oekraïne tot afgifte van kunstschatten die in bruikleen zijn gegeven aan Nederlands museum vóór afscheiding van de Krim van Oekraïne. Internationaal privaatrecht. Buitenlandse voorrangsregel… - ECLI:NL:GHDHA:2025:1600 — 29-04-2025 Hof Den Haag
Vordering bruidsgave die partijen zouden zijn overeengekomen bij aangaan van religieus huwelijk in Nederland. Toewijzing zou leiden tot toekenning van rechtsgevolg aan een in Nederland niet als rechtsgeldig aan te merken huwelijk. Dit druist in tegen bedoeling wetgever. - ECLI:NL:GHDHA:2022:576 — 05-04-2022 Hof Den Haag
vordering tot vernietiging arbitraal vonnis - ECLI:NL:GHAMS:2021:3201 — 26-10-2021 Hof Amsterdam
Uitspraak Krimschatten. Zie: ECLI:NL:GHAMS:2019:2427. - ECLI:NL:GHARL:2021:472 — 19-01-2021 Hof Arnhem-Leeuwarden
Verplichte deelneming in bedrijfstakpensioenfonds voor Duitse chauffeurs in dienst van Nederlandse onderneming. Wet Bpf 2000 geen bijzonder dwingend recht artikel 9 Rome I.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.