Art. 10:119 Burgerlijk Wetboek Boek 10
Het op een corporatie toepasselijke recht beheerst naast de oprichting in het bijzonder de volgende onderwerpen:
het bezit van rechtspersoonlijkheid, of van de bevoegdheid drager te zijn van rechten en verplichtingen, rechtshandelingen te verrichten en in rechte op te treden;
het inwendig bestel van de corporatie en alle daarmee verband houdende onderwerpen;
de bevoegdheid van organen en functionarissen van de corporatie om haar te vertegenwoordigen;
de aansprakelijkheid van bestuurders, commissarissen en andere functionarissen als zodanig jegens de corporatie;
de vraag wie naast de corporatie, voor de handelingen waardoor de corporatie wordt verbonden, aansprakelijk is uit hoofde van een bepaalde hoedanigheid zoals die van oprichter, vennoot, aandeelhouder, lid, bestuurder, commissaris of andere functionaris van de corporatie;
de beëindiging van het bestaan van de corporatie.
Recente uitspraken
Art. 10:119 BW is sinds 2012 in 86 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam, Rb. Rotterdam en Hof Amsterdam.
- ECLI:NL:HR:2024:49 — 19-01-2024 Hoge Raad
Vennootschapsbelasting; artikel 25 Wet Vpb 1969; heeft belanghebbende recht op verrekening dividendbelasting? Uitleg van de vereisten voor opbrengstgerechtigde en uiteindelijk gerechtigde; dividendstripping; bewijslastverdeling. Artikel 5 Verdrag Nederland-Verenigd Koninkrijk… - ECLI:NL:HR:2016:1165 — 10-06-2016 Hoge Raad
Art. 81 lid 1 RO. IPR. Onrechtmatig handelen van bestuurder vennootschap. Wordt toepasselijk recht bepaald door art. 10:119 BW (art. 3 Wet conflictenrecht corporaties (oud)) of door art. 4 lid 3 Rome II? Devolutieve werking hoger beroep. - ECLI:NL:HR:2015:3299 — 13-11-2015 Hoge Raad
Internationaal privaatrecht, rechtspersonenrecht. Procesrecht, executie- en beslagrecht. Overdracht van goederen in weerwil van beslag, gevolgd door einde bestaan van beslagen rechtspersoon. Gevolgen overdracht. Tegen wie moet eis in hoofdzaak worden ingesteld c.q. vervolgd?… - ECLI:NL:HR:2013:CA3958 — 21-06-2013 Hoge Raad
Prejudiciële vraag. Hoofdelijke aansprakelijkheid van bestuurder van rechtspersoon die bestuurder van andere rechtspersoon is, art. 2:11 BW. Concernverhouding, Nederlandse rechtspersoon, buitenlandse rechtspersoon-bestuurder. Toepasselijk recht, Nederlands internationaal… - ECLI:NL:GHDHA:2026:181 — 24-02-2026 Hof Den Haag
Besslag ex art. 435 ldi 3 Rv, vordering tot opheffing. Immuniteit van executie.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.