Artikelen 365-367

Artikel 365

Indien de voogd in gebreke blijft:

  1. gehoor te geven aan een oproeping van de kantonrechter om voor hem te verschijnen;

  2. een boedelbeschrijving of een verklaring als bedoeld in artikel 339 van dit boek in te leveren;

  3. op de door de kantonrechter bepaalde datum zijn periodieke rekening in te dienen;

  4. aan de minderjarige toebehorende spaarbankboekjes, gelden, of toondereffecten die hij niet te diens name heeft doen stellen, op de voorgeschreven wijze te bewaren;

  5. de kantonrechter het bewijs te leveren, dat hij een van hem verlangde zekerheid gesteld heeft; of

  6. de schadevergoeding te betalen, waartoe de kantonrechter hem ingevolge artikel 362 van dit boek veroordeeld heeft,

kan de kantonrechter de raad voor de kinderbescherming hiermede in kennis stellen.

Artikel 366

Insgelijks kan de kantonrechter de raad voor de kinderbescherming ermede in kennis stellen, dat:

  1. de voogd in gevallen, waarin hij machtiging van de kantonrechter behoeft, zijn bewind eigenmachtig voert;

  2. hij zich in zijn bewind aan ontrouw, plichtsverzuim of misbruik van bevoegdheid blijkt te hebben schuldig gemaakt.

Artikel 367

De raad voor de kinderbescherming die van de kantonrechter zodanige mededeling ontvangt, onderwerpt, na onderzoek van de overige gedragingen van de voogd jegens de minderjarige, binnen zes weken na de dagtekening van die mededeling aan het oordeel van de rechtbank de vraag, of beëindiging van de voogdij op grond van artikel 327 van dit boek moet volgen.