Artikel 76 Algemene wet inzake rijksbelastingen
Lid 1
Ten aanzien van de bij de belastingwet strafbaar gestelde feiten met betrekking tot welke het proces-verbaal niet overeenkomstig artikel 80, tweede lid, in handen van de officier van justitie is gesteld, kan, in afwijking van de artikelen 257a, 257b en 257ba van het Wetboek van Strafvordering, uitsluitend het bestuur van ’s Rijks belastingen een strafbeschikking uitvaardigen. Bij ministeriële regeling kunnen functionarissen worden aangewezen die deze bevoegdheid namens dat bestuur kunnen uitoefenen.
Lid 2
In deze strafbeschikking kan een geldboete worden opgelegd. Voorts kan deze strafbeschikking aanwijzingen bevatten waaraan de verdachte moet voldoen. De aanwijzingen kunnen inhouden:
afstand van voorwerpen die in beslag zijn genomen en vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer;
uitlevering, of voldoening aan de staat van de geschatte waarde, van voorwerpen die vatbaar zijn voor verbeurdverklaring;
voldoening aan de Staat van een geldbedrag gelijk aan of lager dan het geschatte voordeel – met inbegrip van besparing van kosten – door de verdachte verkregen door middel van of uit het strafbare feit;
het alsnog voldoen aan een bij de belastingwet gestelde verplichting.
Lid 3
Een strafbeschikking waarin een geldboete wordt opgelegd van meer dan € 2 000, wordt, in afwijking van artikel 257c, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, slechts uitgevaardigd indien de verdachte daaraan voorafgaand is gehoord.
Lid 4
Een geldboete wordt, in zoverre in afwijking van artikel 6:1:17 van het Wetboek van Strafvordering, ingevorderd op de wijze, voorzien in de Invorderingswet 1990. Daartoe wordt een afschrift van de strafbeschikking aan de ontvanger ter hand gesteld. Het bestuur van ’s Rijks belastingen of de aangewezen functionaris bepaalt voorts de termijn binnen welke aan de gegeven aanwijzingen moet zijn voldaan en zo nodig tevens de plaats waar zulks moet geschieden. De gestelde termijn kan voor de afloop daarvan eenmaal worden verlengd.
Lid 5
In afwijking van artikel 257h, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering verstrekt het bestuur van ’s Rijks belastingen desgevraagd een afschrift van een strafbeschikking aan ieder ander dan de verdachte of zijn raadsman, tenzij verstrekking naar het oordeel van het bestuur ter bescherming van de belangen van degene ten aanzien van wie de strafbeschikking is uitgevaardigd of van de derden die in de strafbeschikking worden genoemd, geheel of gedeeltelijk dient te worden geweigerd. In het laatste geval kan het bestuur van ’s Rijks belastingen een geanonimiseerd afschrift van de strafbeschikking verstrekken.
Lid 6
Indien binnen veertien dagen geen afschrift dan wel een geanonimiseerd afschrift wordt verstrekt, kan de verzoeker een klaagschrift indienen bij het bestuur van ’s Rijks belastingen. Deze stelt het klaagschrift, de strafbeschikking en het proces-verbaal in handen van de officier van justitie, welke het klaagschrift en de processtukken onverwijld ter kennis brengt van de rechtbank, tenzij hij alsnog aan het verzoek tegemoetkomt. De procesdeelnemers zijn, in afwijking van artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering niet bevoegd van de inhoud van de processtukken kennis te nemen dan voorzover de rechtbank zulks toestaat.
Lid 7
Artikel 552ab van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing.
Dit artikel verwijst naar:
- artikel 80, tweede lid (AWR)
- Invorderingswet 1990 (Invord1990)
- 257b (Sv)
- 257ba van het Wetboek van Strafvordering (Sv)
- artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv)
- artikel 257c, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv)
- artikel 257h, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv)
- Artikel 552ab van het Wetboek van Strafvordering (Sv)
- artikelen 257a (Sv)
- artikel 6:1:17 van het Wetboek van Strafvordering (Sv)
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 76 AWR is sinds 1990 in 14 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Rb. 's-Gravenhage en Hof Amsterdam.
- ECLI:NL:HR:2024:1154 — 10-09-2024 Hoge Raad
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op geldbedrag (€ 101.730) onder ander dan klager op Schiphol t.z.v. verdenking van witwassen, waarna die ander transactie-aanbod ex art. 74 Sr accepteert waarbij hij afstand doet van geldbedrag en Rb de klager ex art. 552a.3 Sv niet-ontvankelijk… - ECLI:NL:HR:2024:268 — 27-02-2024 Hoge Raad
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto en geldbedrag (€ 249.700) onder ander dan klagers t.z.v. verdenking van witwassen, waarna die ander transactie-aanbod ex art. 74 Sr accepteert waarbij hij afstand doet van auto en geldbedrag en Rb de klagers niet-ontvankelijk verklaart omdat… - ECLI:NL:HR:2022:457 — 29-03-2022 Hoge Raad
Beklag, beslag op auto onder zoon van klaagster t.z.v. verdenking van witwassen en vuurwapenbezit, waarna zoon transactie-aanbod ex art. 74 Sr accepteert waarbij hij afstand doet van auto. 1. Heeft Rb miskend dat sprake is van klaagschrift a.b.i. art. 552ab Sv? 2.… - ECLI:NL:HR:2011:BP6421 — 08-11-2011 Hoge Raad
Richtlijnen aanmelding, transactie en vervolging fiscale delicten en douanedelicten van 13 april 1993 (Stcrt. 1993,75). De HR stelt voorop dat uit § 1, derde alinea, volgt dat deze Richtlijnen alleen zien op door de "ambtenaren van de eenheden (...) ontdekte strafbare feiten”… - ECLI:NL:HR:2000:AA4894 — 22-02-2000 Hoge Raad
-
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.