Artikel 31 Algemene wet inzake rijksbelastingen
Voor de heffing van de directe belastingen en de inkomstenbelasting wordt geen rekening gehouden met rechtshandelingen waarvan op grond van de omstandigheid dat zij geen wezenlijke verandering van feitelijke verhoudingen hebben ten doel gehad, of op grond van andere bepaalde feiten en omstandigheden moet worden aangenomen dat zij zouden achterwege gebleven zijn indien daarmede niet de heffing van de belasting voor het vervolg geheel of ten dele zou worden onmogelijk gemaakt.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 31 AWR is sinds 1982 in 8 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad.
- ECLI:NL:HR:1995:AA1682 — 20-09-1995 Hoge Raad
Art. 31 AWR; richtige heffing; Art. 15 Wet Vpb 1969; fiscale eenheid; overname gefinancierd met obligatielening verstrekt door Engelse moedervennootschap aan Nederlandse dochtervennootschap; fiscale eenheid met overgenomen vennootschap; naar Nederlandse maatstaven redelijke… - ECLI:NL:HR:1995:AA1558 — 29-03-1995 Hoge Raad
- - ECLI:NL:HR:1993:ZC5281 — 10-03-1993 Hoge Raad
Art. 31 AWR; richtige heffing; art. 15 Wet Vpb 1969; fiscale eenheid; Antilliaanse NV met Lichtensteinse Anstalt als aandeelhouder; leningen aan Nederlandse dochtermaatschappij; verplichting tot rentebetaling een met doel en strekking van de Wet Vpb 1969 strijdige verijdeling… - ECLI:NL:HR:1993:BH8423 — 10-03-1993 Hoge Raad
Art. 31 AWR; richtige heffing; renteaftrek bij geldleningen die geen functie hebben in het kader van de financiering van de door de betrokken vennootschap gedreven onderneming strijdig met doel en strekking van de Wet Vpb 1969? - ECLI:NL:HR:1991:BH7758 — 03-07-1991 Hoge Raad
Beginselen van behoorlijk bestuur; art. 31 AWR; door rulingbeleid gedekt geval; beroep op richtige heffing in strijd met vertrouwensbeginsel en gelijkheidsbeginsel.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.