Artikel 3 Algemene wet inzake rijksbelastingen

Lid 1

De bevoegdheid van een directeur, inspecteur of ontvanger is niet bepaald naar een geografische indeling van het Rijk.

Lid 2

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de hoofdlijnen van de inrichting van de rijksbelastingdienst alsmede omtrent de functionaris, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, onder wie een belastingplichtige ressorteert.

Dit artikel verwijst naar:

Recente uitspraken

Art. 3 AWR is sinds 1998 in 27 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Hoge Raad en Rb. Haarlem.

  • ECLI:NL:HR:2022:1172 — 09-09-2022 Hoge Raad
    Motorrijtuigenbelasting; procesrecht; art. 26 AWR; artt. 14, 17 en 23, leden 4 en 5, Wet Mrb 1994; rekening fijnstoftoeslag voor dieselauto; niet-betaling fijnstoftoeslag en maken van bezwaar; ontvankelijkheid bezwaar.
  • ECLI:NL:HR:2013:BZ4214 — 14-06-2013 Hoge Raad
    Artikel 3 AWR. Artikel 5 en 11 Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003. Beroep in cassatie afgedaan met toepassing van artikel 81, lid 1, Wet RO.
  • ECLI:NL:HR:2013:BZ4198 — 14-06-2013 Hoge Raad
    Artikel 3 AWR. Artikel 5 en 11 Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003. Inspecteur heeft landelijke bevoegdheid. Ressorteringsbepalingen doen daar niet aan af.
  • ECLI:NL:HR:2008:BC9550 — 18-04-2008 Hoge Raad
    Art. 3 AWR. Art. 27 Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003. Art. 26 IVBPR. Art. 14 EVRM. Art. 3.16, lid 7, Wet IB 2001. Ondernemerschap en kosten kleding en verzorging prostituee. Gelijkheidsbeginsel. Meerderheidsregel. Gerechtvaardigde ongelijke behandeling?
  • ECLI:NL:HR:2002:AD9084 — 08-02-2002 Hoge Raad
    -

Bekijk alle 27 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.