ECLI:NL:RVS:2026:6110

Datum uitspraak
16-10-2026
Instantie
Raad van State
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Zaaknummer
BRS.25.001126
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Bij besluit van 21 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in bewaring gesteld.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

BRS.25.001126

ECLI:NL:RVS:2026:6110

Datum uitspraak: 16 oktober 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op het hoger beroep van:

de minister van Asiel en Migratie,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 15 augustus 2025 in zaak nr. NL25.35812 in het geding tussen:

[de betrokkene]

en

de minister.

Procesverloop

Bij besluit van 21 juli 2025 heeft de minister betrokkene in bewaring gesteld.

Bij uitspraak van 15 augustus 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van die dag bevolen en schadevergoeding toegekend.

Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.

Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. M.B.J. Strooij, advocaat in Amsterdam, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Overwegingen

Inleiding

1.        Betrokkene heeft, naar gesteld, de Ghanese nationaliteit. De minister heeft hem in bewaring gesteld op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vw 2000.

1.1.        Op deze zaak is het recht van toepassing dat gold vóór 12 juni 2026.

De zitting en het oordeel van de rechtbank

2.        Op 4 augustus 2025 heeft betrokkene beroep ingesteld tegen de inbewaringstelling. Daarbij heeft hij meegedeeld dat hij de taal Fante spreekt, ook wel aangeduid als Fanti of Fantse. Op grond van artikel 94, vierde lid, van de Vw 2000, vindt de behandeling van het beroep ter zitting uiterlijk op de veertiende dag na ontvangst van het beroepschrift plaats, dus op 18 augustus 2025. De rechtbank heeft het beroep op 14 augustus 2025 op een zitting behandeld. Op de zitting was een tolk in de taal Twi aanwezig, omdat er geen tolk in de taal Fante beschikbaar was. Uit de zittingsaantekeningen volgt dat betrokkene desgevraagd heeft verklaard dat hij de tolk niet goed begrijpt omdat hij alleen Fante spreekt en Twi niet goed begrijpt. De tolk heeft desgevraagd te kennen gegeven dat hij heeft geprobeerd in het Fante te communiceren, maar dat hij geen tolk is in de Fante taal. De rechtbank heeft op de zitting vastgesteld dat de communicatie met betrokkene stroef verliep en geoordeeld dat het niet mogelijk is gebleken om - op voldoende niveau - ter zitting een aanvang te maken met horen. Verder heeft zij overwogen dat er, ondanks inspanningen van de rechtbank, geen tolk in de Fante taal beschikbaar is binnen de termijn waarin betrokkene moet worden gehoord. De eerstvolgende bewaringszitting zou namelijk pas plaatsvinden op 21 augustus 2025, als deze termijn al is verstreken. Dat de termijn voor het horen van betrokkene niet gehaald kan worden, is niet aan hem toe te rekenen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat niet is voldaan aan het vereiste in artikel 94, vierde lid, van de Vw 2000. Gelet op deze omstandigheden, is de maatregel volgens de rechtbank met ingang van 14 augustus 2025 onrechtmatig, omdat vanaf die datum duidelijk is geworden dat niet tijdig aangevangen kan worden met het horen van betrokkene.

Beoordeling van het hoger beroep

3.        De minister voert in zijn tweede grief aan dat de rechtbank het onderzoek ter zitting had moeten schorsen en op een later tijdstip had moeten voortzetten.

3.1.        De rechtbank heeft op 14 augustus 2025, de tiende dag na ontvangst van het beroepschrift, in aanwezigheid van betrokkene, de gemachtigde van betrokkene en de minister, anders dan zij lijkt te veronderstellen, wel al een aanvang gemaakt met het door artikel 94, vierde lid, van de Vw 2000 voorgeschreven onderzoek ter zitting teneinde appellant te horen. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 3 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4170, onder 1.1. Dat is tijdig en nu niet op voorhand vaststond dat betrokkene niet binnen een redelijke termijn - waaronder 21 augustus 2025 viel - alsnog in persoon kon worden gehoord in een voor hem begrijpelijke taal, heeft de rechtbank ten onrechte geoordeeld dat niet aan het vereiste van artikel 94, vierde lid, van de Vw 2000 was voldaan.

3.2.        Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank ten onrechte de maatregel van bewaring met ingang van 14 augustus 2025 onrechtmatig geacht en aan betrokkene een schadevergoeding toegekend.

3.3.        De grief slaagt.

Conclusie

4.        In deze zaak zijn geen vragen aan de orde over de uitleg of de geldigheid van een bepaling van Unierecht (arrest van het Hof van Justitie van 24 maart 2026, Remling, ECLI:EU:C:2026:243, punt 24 en 31).

5.        Het hoger beroep is gegrond. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank. Het is niet nodig wat de minister in zijn eerste grief heeft aangevoerd te bespreken. De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het beroep is alsnog ongegrond. De Afdeling wijst het verzoek om schadevergoeding daarom af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        verklaart het hoger beroep gegrond;

II.        vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 15 augustus 2025 in zaak nr. NL25.35812;

III.        verklaart het beroep ongegrond;

IV.        wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Aldus vastgesteld door mr. M.J.M. Ristra-Peeters, voorzitter, en mr. J.J.W.P. van Gastel en mr. B. Meijer, leden, in tegenwoordigheid van C.M.J.B. A Campo LLM, griffier.

w.g. Ristra-Peeters

voorzitter

w.g. A Campo

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 16 oktober 2026

18-1085

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »