RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11809246 \ CV EXPL 25-3683
Vonnis van 7 oktober 2026 op het verzoek tot herstel
in de zaak van
STICHTING SOCIAAL FONDS PARTICULIERE BEVEILIGING (SFPB),
te 's-Gravenhage,
eisende partij,
hierna te noemen: SFPB,
gemachtigde: mr. D.P. op den Velde,
tegen
COMFORT BEHEER EN TOEZICHT B.V.,
te Tilburg,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Comfort,
gemachtigde: mr. B.J. Maes.
1 Het verzoek tot verbetering
Op 27 augustus 2026 heeft mr. M.H.D. Vergouwen namens SFPB de kantonrechter verzocht om verbetering van het op 19 augustus 2026 in deze zaak gewezen vonnis (hierna ook te noemen: het vonnis). Kort gezegd wijst SFPB erop dat in de overwegingen van het vonnis staat dat de tweede vordering van SFPB zal worden toegewezen, maar in de beslissing van het vonnis wordt die vordering niet toegewezen.
Op 8 september 2026 heeft mr. B.J. Maes namens Comfort aan de kantonrechter laten weten tegen toewijzing van dat verzoek het volgende bezwaar te hebben. Volgens Comfort heeft de kantonrechter niet verzuimd te beslissen over een onderdeel van het gevorderde, omdat de tweede vordering in de onderdelen 4.3 tot en met 4.6 uitdrukkelijk is beoordeeld en onder 5.5. van het vonnis het meer of anders gevorderde wordt afgewezen. Ook van een kennelijke fout die zich leent voor eenvoudig herstel is volgens Comfort geen sprake, omdat een en ander onvoldoende duidelijk is.
2 De beoordeling
Op grond van artikel 31 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering verbetert de rechter te allen tijde, op verzoek van een partij of ambtshalve, in zijn vonnis een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Dit is het geval als het gaat om duidelijke verschrijvingen of fouten waarvan direct duidelijk is dat sprake is van een vergissing. In Tekst en Commentaar bij artikel 31 Rv staat dat bij voormelde categorie ‘andere kennelijke fout’ gedacht kan worden aan “het geval waarbij de rechter in het lichaam van de beslissing (i.e. de rechtsoverwegingen) overweegt dat de vordering voor toewijzing vatbaar is, terwijl in het dictum de vordering wordt afgewezen of mogelijk zelfs in het geheel niet wordt opgenomen.”
De kantonrechter oordeelt dat in het vonnis van 19 augustus 2026 sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Immers, in rechtsoverweging 4.6. staat het volgende: “Het voorgaande leidt tot de conclusie dat Comfort geen (voldoende) medewerking heeft verleend aan het onderzoek van SFPB. Om die reden zal deze tweede vordering van SFPB worden toegewezen, met dien verstande dat de rechter geen dwangsom zal opleggen met het oog op de bevroren forfaitaire schadevergoeding die hierna zal worden behandeld.” Verder blijkt uit rechtsoverweging 3.1. onder 2 van het vonnis dat de tweede vordering van SFPB – zonder de dwangsom – als volgt luidde: “veroordeling van Comfort tot naleving van de cao PB en de cao SFPB indien en voor zover deze algemeen verbindend zijn verklaard, onder meer door het verlenen van medewerking aan een onderzoek naar de naleving van de cao PB en cao SFPB in de controleperiode”. Ondanks deze overwegingen staat de betreffende veroordeling niet in het dictum van het vonnis. Dat is naar het oordeel van de kantonrechter een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. De geciteerde overwegingen zijn duidelijk en onvoorwaardelijk. Weliswaar staat in het dictum wel dat de kantonrechter het meer of anders gevorderde afwijst, maar gelet op de overwegingen in het lichaam van het vonnis was het duidelijk dat deze algemene afwijzing niet ziet op de veroordeling van Comfort tot naleving van de cao’s. Daarom zal de kantonrechter het verzoek tot verbetering van het vonnis als volgt toewijzen.
3 De beslissing
De kantonrechter
bepaalt dat randnummer 5.5. van het op 19 augustus 2026 tussen partijen gewezen vonnis wordt hernummerd naar 5.5a. en dat het nieuwe randnummer 5.5. als volgt komt te luiden:
“veroordeelt Comfort tot naleving van de cao PB en de cao SFPB indien en voor zover deze algemeen verbindend zijn verklaard, onder meer door het verlenen van medewerking aan een onderzoek naar de naleving van de cao PB en cao SFPB in de controleperiode”,
bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 7 oktober 2026 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 19 augustus 2026,
verzoekt de partij die de grosse heeft ontvangen, voor zover zij dit niet al heeft gedaan, de ontvangen grosse van het vonnis van 19 augustus 2026 na ontvangst van dit verbetervonnis aan de griffie van de rechtbank terug te sturen.
Dit vonnis is gewezen door mr. Zander en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2026.