RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/8551
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 oktober 2026 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende
en
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 15 november 2024. Het beroep ziet op de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2021 met aanslagnummer [aanslagnummer] H.16.01.
Omdat het beroep kennelijk ongegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. De inspecteur heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar niet tijdig was ingediend. De rechtbank komt tot het oordeel dat het bezwaar te laat is ingediend en het te laat indienen niet verschoonbaar is. De inspecteur heeft het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Daarom is het beroep kennelijk ongegrond.
Toetsingskader
3. Voor het indienen van een bezwaarschrift geldt een termijn van zes weken.1 Deze termijn begint op de dag na de dagtekening van het aanslagbiljet of van de voor bezwaar vatbare beschikking.2Maar als de dagtekening een datum is vóór de datum waarop dat aanslagbiljet of die beschikking is verzonden, begint deze termijn op de dag na de dag van verzending. Een bezwaarschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen.3
Als iemand een bezwaarschrift te laat indient, kan het bestuursorgaan het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren. Dat is anders als het niet tijdig indienen van het bezwaarschrift verontschuldigbaar is. Dan laat het bestuursorgaan niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege.4
Is het bezwaarschrift te laat ingediend?
4. Vast staat dat de dagtekening van de aanslag 3 mei 2023 is. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de verzending ervan later dan die datum heeft plaatsgevonden. De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift eindigde dus op 14 juni 2023.
Belanghebbende heeft het bezwaarschrift digitaal ingediend. Het is bij de inspecteur op 22 december 2023 ontvangen. Het bezwaarschrift is dus niet tijdig ingediend.
Is het te laat indienen verontschuldigbaar?
5. Belanghebbende heeft hiervoor de volgende reden gegeven. Belanghebbende stelt dat zijn bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard door de inspecteur. Hierbij geeft belanghebbende aan dat hij van mening is tijdig een bezwaarschrift te hebben ingediend bij de Belastingdienst. Voor zover sprake zou zijn van een termijnoverschrijding is belanghebbende eveneens van mening dat door zijn (persoonlijke) omstandigheden sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding.
De rechtbank stelt vast dat het bezwaarschrift ruim zes maanden te laat is ingediend bij de Belastingdienst. Belanghebbende heeft slechts in het algemeen gesteld dat er sprake is van omstandigheden waardoor de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Daarmee heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat (persoonlijke) omstandigheden ervoor gezorgd hebben dat belanghebbende niet in staat is geweest om eerder een (pro-forma) bezwaarschrift in te dienen. De termijnoverschrijding is daarom niet verschoonbaar. Er is eveneens geen sprake van een geringe verwijtbaarheid of van een niet aan belanghebbende toe te rekenen omstandigheid.
Conclusie en gevolgen
6. Het bezwaar is terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
mr. W. Dekkers, griffier.
griffier rechter
De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.