ECLI:NL:RBZWB:2026:9703

Datum uitspraak
25-06-2026
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
12133077 OV VERZ 26-677
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Bewind. Verzoek schadeloosstelling en zelfstandig tegenverzoek afgewezen. Bezwaar (eind)rekening en verantwoording. Eerder genomen beslissing m.b.t. rekening en verantwoording gehandhaafd. Eindrekening en verantwoording goedgekeurd.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster III Insolventie en kanton beheerszaken

Middelburg

zaaknummer: 12133077 OV VERZ 26-677

beschikking van 25 juni 2026

inzake

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1999,

wonende te [woonadres 1] ,

hierna te noemen: betrokkene,

verzoekende partij,

tegen

[bewindvoerder] ,

in zijn hoedanigheid van voormalig bewindvoerder in het bewind over de goederen van betrokkene,

wonende te [woonadres 2] ,

hierna te noemen: de bewindvoerder,

verwerende partij.

1 De procesgang

het verzoek tot schadeloosstelling en het zelfstandig tegenverzoek

1.1

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

- de brief van betrokkene van 3 maart 2026 waarin hij de bewindvoerder aansprakelijk stelt voor schade, met bijlagen;

- de op 24 maart 2026 ontvangen schriftelijke reactie van de bewindvoerder tevens zelfstandig tegenverzoek, met bijlagen.

het bezwaar tegen de (eind)rekening en verantwoording

1.2

Verder heeft de kantonrechter kennisgenomen van:

- de rekening en verantwoording over de periode van 19 maart 2024 tot en met 31 december 2024, door de bewindvoerder ingediend op 4 maart 2025;

- de eindrekening en verantwoording over de periode van 1 januari 2025 tot en met 5 maart 2026, door de bewindvoerder eerst ingediend op 12 april 2026 en laatst ingediend op 9 mei 2026, met bijlagen;

- het op 6 mei 2026 van betrokkene ontvangen bezwaar tegen de (eind)rekening en verantwoording.

2 Het verzoek, het zelfstandig tegenverzoek en het bezwaar

het verzoek tot schadeloosstelling en het zelfstandig tegenverzoek

2.1.1

Betrokkene heeft de kantonrechter verzocht de bewindvoerder aansprakelijk te stellen wegens wanbeheer, fraude, nalatigheid en intimidatie en te veroordelen tot vergoeding van de schade voor een bedrag van € 135.000,-- (verloren omzet bedrijf, hond, medische kosten, stress, rente). Hetgeen betrokkene hieraan ten grondslag legt, zal onder de beoordeling worden weergegeven.

2.1.2

De bewindvoerder voert verweer.

2.2.1

De bewindvoerder heeft de kantonrechter verzocht betrokkene als compensatie voor door de bewindvoerder geleden schade als gevolg van handelen van betrokkene te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van € 1.000,--. Hetgeen de bewindvoerder hieraan ten grondslag legt, zal onder de beoordeling worden weergegeven.

2.2.2

Betrokkene voert verweer.

het bezwaar tegen de (eind)rekening en verantwoording

2.3.1

Betrokkene vraagt de kantonrechter de (eind)rekening en verantwoording niet goed te keuren.

2.3.2

De bewindvoerder voert verweer.

3. De beoordeling

het verzoek tot schadeloosstelling en het zelfstandig tegenverzoek

3.1

Bij de beoordeling van het verzoek laat de kantonrechter op 5 juni 2026 van betrokkene ontvangen e-mails buiten beschouwing. Na afloop van de behandeling van een verzoek kunnen namelijk geen stukken meer worden ingediend, tenzij de kantonrechter tijdens de behandeling daartoe de gelegenheid heeft gegeven. De kantonrechter heeft partijen die gelegenheid niet gegeven.

3.2

Bij beschikking van de kantonrechter te Middelburg van 15 maart 2024 is een bewind ingesteld over de goederen van betrokkene en is de bewindvoerder als zodanig benoemd. Bij beschikking van de kantonrechter te Middelburg van

20 februari 2026 is het bewind met ingang van twee weken na de datum van verzending van de beschikking opgeheven.

3.3

Ter beoordeling ligt voor de vraag of de bewindvoerder tekort is geschoten in de zorg van een goed bewindvoerder in zodanige mate dat sprake is van slecht bewind en of hij aansprakelijk is voor de schade die daaruit is voortgevloeid.

3.4.1

Betrokkene stelt dat het bewind is opgeheven omdat de bewindvoerder systematisch niet meewerkte, taken verzaakte en bewijzen weigerde.

3.4.2

Volgens de bewindvoerder is dit onjuist. Het bewind is juist op zijn verzoek opgeheven. Bij aanvang van het bewind was sprake van verkwisting of het hebben van problematische schulden. Bij de beëindiging van het bewind waren er geen schulden meer en was sprake van een positief saldo. De bewindvoerder is hierin door de kantonrechter in het gelijk gesteld. De bewindvoerder mag voor de met het bewind gemoeide kosten de in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren vastgestelde forfaitaire tarieven ten laste van het vermogen van betrokkene brengen.

3.4.3

De kantonrechter overweegt als volgt. Betrokkene heeft voornoemde beschikking van 20 februari 2026 onjuist geïnterpreteerd. Onder ‘beoordeling’ zijn eerst de standpunten van partijen weergegeven. Vervolgens heeft de kantonrechter geoordeeld dat uit de stukken en het verhandelde ter zitting aannemelijk is geworden dat voortzetting van het bewind niet zinvol is gebleken.

3.5.1

Betrokkene stelt dat de ‘weerlegging’ van bewindvoerder telt als erkenning van aansprakelijkheid doordat deze niet is ondertekend, niet concreet is, geen enkel bewijs bevat en elke vraagt ontwijkt.

3.5.2

De kantonrechter overweegt als volgt. Betrokkene doelt met de ‘weerlegging’ op bijlage 2 bij het verzoekschrift. In dat document wijst de bewindvoerder aansprakelijkheid af. In zijn schriftelijke reactie en op de zitting heeft de bewindvoerder bevestigd dat hij aansprakelijkheid afwijst. Van erkenning van aansprakelijkheid door de bewindvoerder is geen sprake.

3.6.1

Betrokkene stelt dat sprake is van valsheid in geschrifte aangezien de handtekening op - naar de kantonrechter begrijpt - voornoemde beschikking van

15 maart 2024 niet van hem is. Betrokkene heeft ter vergelijking een kopie van zijn identiteitskaart, zijn paspoort en een contract bijgevoegd.

3.6.2

De bewindvoerder voert het verweer dat de beschikking niet is ondertekend door betrokkene en van vervalsing door de bewindvoerder dus geen sprake kan zijn.

3.6.3

De kantonrechter is van oordeel dat geen sprake is van valsheid in geschrifte. De beschikking is, zoals het hoort, ondertekend door de griffier en de kantonrechter.

3.7.1

Betrokkene voert aan dat de bewindvoerder [bedrijf], de onderneming van betrokkene, heeft stopgezet zonder machtiging of overleg. Het bedrijf is niet vrijwillig maar onder druk van de bewindvoerder beëindigd.

3.7.2

De bewindvoerder voert verweer. Er is zeer frequent, langdurig en diepgaand overleg geweest. Betrokkene heeft zelf op 27 augustus 2024 de onderneming stopgezet door middel van uitschrijving bij de Kamer van Koophandel. Betrokkene heeft de bewindvoerder per e-mail daarover geïnformeerd.

3.7.3

De kantonrechter overweegt als volgt. Uit de door betrokkene als bijlage 4 bij het verzoekschrift toegevoegde mailwisseling blijkt dat er weldegelijk overleg tussen betrokkene en de bewindvoerder heeft plaatsgevonden. Betrokkene heeft het bedrijf zelf uitgeschreven bij de Kamer van Koophandel, zo blijkt uit het door de bewindvoerder bij zijn schriftelijke reactie als bijlage 2-B overgelegde wijzigingsformulier. Dat dit onder ongeoorloofde druk van de bewindvoerder zou zijn gebeurd, is niet gebleken en door betrokkene ook niet nader onderbouwd.

3.8.1

Betrokkene stelt zich op het standpunt dat de bewindvoerder aangiftes inkomstenbelasting over de jaren 2022 tot en met 2024 heeft gedaan op halve afschriften, met verkeerde SBI-codes en zonder bonnen/facturen/contracten. De boekhouder heeft alles correct ingediend.

3.8.2

De bewindvoerder betwist dat de aangiftes niet correct zijn ingediend. Betrokkene heeft zelf in de jaren 2022 en 2023 niet voldaan aan zijn administratieplicht op grond van artikel 52 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. In 2024 waren er geen aangiftes inkomstenbelasting over 2022 en 2023 gedaan. Verder waren er in 2024 geen jaarrekeningen van 2022 en 2023 beschikbaar. Uitstel was niet meer mogelijk. De bewindvoerder kon daarom niet anders dan de aangiftes 2022 en 2023 doen op basis van eerdere aangiftes, software van de Belastingdienst en banktransacties. Op de aangifte inkomstenbelasting wordt niet naar SBI-codes gevraagd, maar enkel naar een omschrijving van de activiteiten. De aangifte inkomstenbelasting over 2024 is volledig gebaseerd op tijdens het bewind ontvangen inkomsten.

3.8.3

De kantonrechter is van oordeel dat het verweer van de bewindvoerder door betrokkene onvoldoende gemotiveerd is weerlegd. De kantonrechter volgt betrokkene daarom op dit punt niet.

3.9.1

Betrokkene stelt dat er geld is verdwenen. Er zijn mismatches, betalingen en transacties na sluiting van de N26-bankrekening.

3.9.2

De bewindvoerder voert verweer. De goedgekeurde rekening en verantwoording over 2024 is met betrokkene doorgenomen. Voorafgaande aan de rekening en verantwoording over 2025 zijn alle aanwezige bankafschriften overhandigd. Na sluiting van de N26-bankrekening hebben er geen transacties plaatsgevonden. De N26-bankrekening is op verzoek van de bewindvoerder gesloten op 5 mei 2025. Het negatieve saldo van € 13,10 moest hiervoor worden voldaan.

3.9.3

De kantonrechter overweegt als volgt. Het is aan betrokkene om aan te tonen dat sprake is van verdwenen gelden. Voor zover het de periode vóór het bewind betreft, valt dat buiten de toezichthoudende taak van de kantonrechter. De kantonrechter zal over die periode daarom geen oordeel vellen. Wat betreft de periode tijdens het bewind, heeft betrokkene niet aangetoond dat gelden zijn verdwenen, terwijl daarvan ook overigens niet is gebleken.

3.10.1

Betrokkene voert aan dat de bewindvoerder een behandeling van betrokkene bij de kaakchirurg heeft geblokkeerd. De bewindvoerder heeft een afspraak bij de kaakchirurg op 13 februari 2026 geannuleerd, terwijl hij al vanaf september 2025 beschikte over een kostenraming. Er is medische zorg geweigerd.

3.10.2

De bewindvoerder voert verweer. Betrokkene is een medisch traject bij de kaakchirurg aangegaan zonder voorafgaand overleg en/of goedkeuring voor de financiële gevolgen ervan. De bewindvoerder heeft betrokkene meermalen gevraagd naar de financiële gevolgen en controle bij de verzekering, maar heeft geen antwoord ontvangen. De bewindvoerder betwist in september 2025 een kostenraming te hebben ontvangen. De kaakchirurg heeft de afspraak met betrokkene geannuleerd toen zij erachter kwam dat sprake was een bewind. Zodra de bewindvoerder de kostenraming van de kaakchirurg had ontvangen en beoordeeld, heeft hij direct een akkoord verstuurd voor de financiële gevolgen van de afspraak. De originele afspraak van 13 februari 2026 is al op 23 januari 2026 uitgevoerd.

3.10.3

De kantonrechter overweegt als volgt. Niet gebleken is dat de bewindvoerder een behandeling bij de kaakchirurg heeft geblokkeerd. Ook is niet gebleken dat de bewindvoerder al in september 2025 beschikte over een kostenraming voor de behandeling. Uit de door de bewindvoerder als bijlage 8 bij zijn schriftelijke reactie gevoegde mailwisseling blijkt dat op 16 januari 2026 om 12.53 uur vanuit de praktijk van de kaakchirurg een kostenraming naar de bewindvoerder is gemaild. Zeer korte tijd daarna, namelijk op 16 januari 2026 om 14.12 uur, heeft de bewindvoerder per e-mail aan de praktijk van de kaakchirurg zijn akkoord gegeven voor het plannen van een afspraak. Vervolgens is betrokkene zelfs eerder behandeld (23 januari 2026) dan oorspronkelijk was gepland (13 februari 2026). Niet gebleken is dat betrokkene hierdoor schade heeft geleden.

3.11.1

Betrokkene stelt na een zitting op 19 februari 2026 door de bewindvoerder met de volgende woorden te zijn bedreigd: “Als je doorgaat met valse beschuldigingen, ga je later spijt krijgen.”

3.11.2

De bewindvoerder betwist betrokkene na de zitting te hebben bedreigd. Zijn communicatie was uitsluitend gericht op het weerleggen van feitelijke onjuistheden. Hij heeft zich beperkt tot het uitleggen dat bepaalde beschuldigingen feitelijk onjuist waren en schadelijk konden zijn voor een zorgvuldige afhandeling van de zaak. Hij heeft steeds een professionele en kalme toon gehanteerd. Dat de bewindvoerder een dreigement zou hebben geuit, is onverenigbaar met zijn gedrag.

3.11.3

Betrokkene heeft zijn stelling na de gemotiveerde betwisting door de bewindvoerder niet met bewijs gestaafd. Van bedreiging is naar het oordeel van de kantonrechter niet gebleken.

3.12.1

Betrokkene stelt dat de bewindvoerder zijn falen heeft toegegeven door middel van het betalen van € 500,-- extra ‘voor als het fout loopt’.

3.12.2

De bewindvoerder betwist dat hij heeft toegegeven te falen. De beheer- en leefgeldrekening worden door de ABM AMBO bank pas omgezet naar een privérekening op de datum van beëindiging van het bewind, te weten 6 maart 2026. Mocht dat om wat voor reden dan ook niet per direct gerealiseerd kunnen worden, zou dit mogelijk een ongewenste blokkade veroorzaken waardoor betrokkene wellicht in een financieel onwenselijke situatie zou belanden. Daarom heeft de bewindvoerder daags voor de beëindiging van het bewind € 500,00 extra leefgeld overgemaakt, wat als overbrugging kon worden gebruikt. Het betreft geen falen maar een preventieve maatregel tegen mogelijk falen van de bank.

3.12.3

De kantonrechter overweegt als volgt. Betrokkene doelt op de e-mail van 27 februari 2026 van de bewindvoerder naar betrokkene, als bijlage 10 toegevoegd aan het verzoekschrift. De bewindvoerder schreef: Ivm het aankomende beëindiging van het bewind heb ik € 500 extra leefgeld overgemaakt naar je leefgeld rekening. Dit om te voorkomen dat als het in de aankomende periode fout loopt bij de bank je meteen zonder geld zit. Hopelijk is het niet nodig. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft betrokkene de e-mail onjuist geïnterpreteerd. De bewindvoerder heeft extra leefgeld aan betrokkene verstrekt voor het geval het omzetten van de bankrekeningen bij de bank fout zou lopen. De bewindvoerder heeft daarmee willen voorkomen dat betrokkene eventueel zonder leefgeld zou komen te zitting. Dat is meedenkend van hem geweest en in het belang van betrokkene. De kantonrechter volgt de bewindvoerder in zijn verweer.

3.13

De kantonrechter komt tot de volgende slotsom. Hetgeen onder 3.4.1 tot en met 3.12.3 is overwogen leidt niet tot enige vorm van schadevergoeding. De vordering van betrokkene van € 135.000,-- (verloren omzet bedrijf, hond, medische kosten, stress, rente) is voor het overige te onbepaald en ook niet nader omschreven en onderbouwd. Het verzoek zal worden afgewezen.

3.14.1

De bewindvoerder wenst schadevergoeding ter compensatie van onnodige belasting van zijn tijd en energie, de reputatieschade en psychische belasting veroorzaakt door herhaaldelijk onjuiste aantijgingen, de noodzaak tot het opstellen van een uitgebreid verweerschrift en het onnodig belasten van de rechtbank met ongefundeerde beschuldigingen.

3.14.2

Betrokkene voert verweer. Hij kan de vordering weerleggen met bewijsstukken van het juridisch bureau, de verwijzing van de kaakchirurg en het bericht van de huisarts. De bewindvoerder heeft zijn werk niet gedaan. De door de bewindvoerder vanaf het begin zelfgemaakte overzichten komen niet overeen met de bankafschriften.

3.14.3

De kantonrechter overweegt als volgt. Betrokkene mag bij de kantonrechter een verzoek tot schadeloosstelling in het kader van het bewind indienen. Het (desgewenst) voeren van verweer tegen zo’n verzoek vloeit voort uit het werk van de (gewezen) bewindvoerder. Dat dat tijd en energie kost, hoort erbij. De gestelde reputatieschade en psychische belasting zijn niet nader onderbouwd. Hoe de rechtbank wordt belast met zaken, is niet iets wat de bewindvoerder raakt. Het verzoek tot schadevergoeding zal worden afgewezen. Hetgeen overigens is verzocht kan gelet op hetgeen hiervoor is overwogen buiten beschouwing worden gelaten.

het bezwaar tegen de (eind)rekening en verantwoording

3.15

Bij de beoordeling van het bezwaar laat de kantonrechter op 5 juni 2026 van betrokkene ontvangen e-mails buiten beschouwing. Na afloop van de behandeling van een verzoek kunnen namelijk geen stukken meer worden ingediend, tenzij de kantonrechter tijdens de behandeling daartoe de gelegenheid heeft gegeven. De kantonrechter heeft partijen die gelegenheid niet gegeven.

3.16.1

Betrokkene maakt bezwaar tegen de (eind)rekening en verantwoording. De ontvangen documenten zijn incompleet en onoverzichtelijk. Betrokkene heeft nooit een volledige rekening en verantwoording over 2025 ontvangen en een eindrekening en verantwoording over de gehele periode van 19 maart 2024 tot 6 maart 2026. Betrokkene heeft de afgelopen twee jaar alleen zelfgemaakte overzichten van de bewindvoerder gezien. Er missen duizenden euro’s per maand. Officiële bankafschriften verschillen van wat door de bewindvoerder bij de (eind)rekening en verantwoording is ingediend. In de twee maanden voorafgaande aan het bewind heeft vermenging van middelen plaatsgevonden tussen de privérekening van de bewindvoerder met de zakelijke en privérekening van betrokkene. De naam van betrokkene wordt consequent verkeerd vermeld als [naam] in plaats van

[betrokkene] . Verder heeft de bewindvoerder zijn zorgplicht ernstig geschonden. Een noodzakelijke afspraak bij de kaakchirurg is geannuleerd vanwege financiële redenen, terwijl het een medische noodsituatie betrof met een ernstige kaakinfectie. De bewindvoerder is schriftelijk aansprakelijk gesteld en zijn reactie daarop was summier en bevatte geen inhoudelijke weerlegging van de door betrokkene gestelde feiten.

3.16.2

De bewindvoerder is eerst op zitting in de gelegenheid geweest op het bezwaar van betrokkene te reageren. Hij stelt zich op het standpunt dat de stukken genoeg zeggen. Om betrokkene iedere maand inzicht te geven, heeft de bewindvoerder een vereenvoudigd overzicht gemaakt. Gedurende het bewind is daaraan gesleuteld en kwam er meer informatie in te staan. Dat is iets anders dan het totaal aantal aan bij- en afschrijvingen op de bankrekening, waar ook interne overboekingen bij zitten. Er zitten verschillen in door betrokkene getoonde bankafschriften doordat zij betrekking hebben op verschillende periodes. In de twee maanden voorafgaande aan het bewind heeft de bewindvoerder vooruitlopend op het bewind betalingen van betrokkene gedaan. Het ging bijvoorbeeld om een schuld die meteen moest worden opgelost. De bewindvoerder heeft geen geld van de bankrekening afgehaald wat hij aan zichzelf of iets anders heeft besteed.

3.16.3

De kantonrechter overweegt als volgt. Het bezwaar tegen de (eind)rekening en verantwoording is grotendeels een herhaling van zetten van wat al bij de beoordeling van het verzoek tot schadeloosstelling aan de orde is gekomen. Het bewind heeft gelopen van 19 maart 2024 tot en met 5 maart 2026. Over die periode moet de bewindvoerder (eind)rekening en verantwoording afleggen. Alleen deze periode valt onder het toezicht van de kantonrechter in het kader van het bewind en de kantonrechter zal dus ook alleen over deze periode een oordeel geven. Wat betreft de kaakchirurg verwijst de kantonrechter naar hetgeen onder 3.10.3 is overwogen. De bewindvoerder heeft op 4 maart 2025 rekening en verantwoording afgelegd over de periode van 19 maart 2024 tot en met 31 december 2024. Deze is digitaal in het gebruikelijke format ingediend. De bewindvoerder heeft kenbaar gemaakt dat hij de rekening en verantwoording met betrokkene heeft besproken en dat hij deze heeft ondertekend. De kantonrechter heeft geen bijzonderheden geconstateerd in de rekening en verantwoording en deze voor gezien afgedaan. De bewindvoerder heeft de eindrekening en verantwoording over de periode van 1 januari 2025 tot en met

5 maart 2026 ook digitaal in het gebruikelijk format ingediend. De kantonrechter heeft ook in de eindrekening en verantwoording geen bijzonderheden geconstateerd. Onder 3.9.3 is al geoordeeld dat betrokkene niet heeft aangetoond dat tijdens het bewind gelden zijn verdwenen. De voornaam van betrokkene is [voornaam].

Als deze voornaam wordt afgekort tot een voorletter of voorletters, wordt dat alleen [voorletter]. De kantonrechter ziet geen aanleiding terug te komen op de eerdere afdoening van de rekening en verantwoording over 19 maart 2024 tot en met

31 december 2024. De kantonrechter zal de eindrekening en verantwoording goedkeuren.

4. De beslissing

De kantonrechter:

inzake het verzoek tot schadeloosstelling en het zelfstandig tegenverzoek:

wijst de verzoeken af;

inzake het bezwaar tegen de (eind)rekening en verantwoording:

handhaaft de eerder genomen beslissing met betrekking tot de rekening en verantwoording over de periode van 19 maart 2024 tot en met 31 december 2024;

keurt de eindrekening en verantwoording over de periode van 1 januari 2025 tot en met

5 maart 2026 goed.

Deze beschikking is gegeven door mr. Van der Burgt en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2026.

Tegen deze beschikking kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »