RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 24/5573, 24/5574 en 25/3409
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 oktober 2026 in de zaken tussen
[belanghebbende] B.V., gevestigd te [plaats] , belanghebbende
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Samenvatting
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van belanghebbende tegen de uitspraken op bezwaar met betrekking tot de aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslagen omzetbelasting en de daarbij opgelegde boeten en in rekening gebrachte belastingrente. Belanghebbende is het niet eens met de naheffingsaanslagen, de boeten en de belastingrente. De rechtbank beoordeelt of de inspecteur de bezwaren terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de inspecteur de bezwaren terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. De beroepen zijn dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. De inspecteur heeft aan belanghebbende naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd over het tijdvak van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2020, het tijdvak van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021 en het tijdvak van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022 (de naheffingsaanslagen).
Gelijktijdig met de vaststelling van de naheffingsaanslagen heeft de inspecteur belastingrente in rekening gebracht en verzuimboeten opgelegd.
De inspecteur heeft bij uitspraken op bezwaar van 14 juni 2024 en 28 juni 2024 de bezwaren van belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraken op bezwaar beroepen ingesteld.
De rechtbank heeft de beroepen op 3 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben namens belanghebbende deelgenomen: [persoon 1] , de gemachtigde van belanghebbende en [persoon 2] RA. Namens de inspecteur hebben deelgenomen: [inspecteur 1] MSc, mr. [inspecteur 2] , mr. [inspecteur 3] .
Feiten
3. De inspecteur heeft de naheffingsaanslagen opgelegd met dagtekening 27 juli 2023.
Op 12 oktober 2023 heeft de inspecteur het bezwaarschrift van belanghebbende ontvangen.
Beoordeling door de rechtbank
4. Ten aanzien van de ontvankelijkheid van de bezwaren voert belanghebbende aan dat de toenmalige accountant heeft nagelaten om bezwaar in te stellen.
De rechtbank overweegt als volgt. Een bezwaarschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen.1 De termijn voor het instellen van bezwaar bedraagt zes weken en vangt aan met ingang van de dag na die van dagtekening van een aanslagbiljet.2 De dagtekening van de naheffingsaanslagen is 27 juli 2023. De inspecteur heeft de bezwaarschriften ontvangen op 12 oktober 2023. Hiermee staat vast dat de bezwaarschriften buiten de termijn van zes weken zijn ontvangen. De omstandigheid dat de toenmalige accountant van belanghebbende heeft nagelaten om tijdig bezwaar in te stellen komt voor rekening en risico van belanghebbende. Het feit dat de opvolgende adviseur zo spoedig mogelijk nadat hij door belanghebbende was ingeschakeld alsnog bezwaar heeft ingediend maakt dit niet anders. Van een verschoonbare termijnoverschrijding is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. Dat betekent dat de inspecteur de bezwaren terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
Conclusie en gevolgen
5. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat de bestreden beslissingen in stand blijven. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.
Beslissing
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.H. de Soeten, rechter, in aanwezigheid van mr. L.C.J.A. Miseré, griffier. De rechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen. De uitspraak is daarom alleen ondertekend door de griffier.
|
griffier |
rechter |
De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.
De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken, of indien hoger beroep wordt ingesteld, op dat hoger beroep is beslist.